Les 11 U3

Ga naar Lesson-up en type de PIN in.
Allumez votre ordinateur.
Mettez le livre sur la table.
Vous avez des écouteurs?

Zet jouw laptop aan.
Leg jouw boek op tafel.
Hebben jullie oortjes?
timer
2:00
1 / 28
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 2

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Ga naar Lesson-up en type de PIN in.
Allumez votre ordinateur.
Mettez le livre sur la table.
Vous avez des écouteurs?

Zet jouw laptop aan.
Leg jouw boek op tafel.
Hebben jullie oortjes?
timer
2:00

Slide 1 - Slide

Programme d'aujourd'hui
Bijvoeglijke naamwoorden
le verbe mettre
Apprendre 7 9

Slide 2 - Slide

Vocabulaire

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Grammaire
Kijk hier voor uitleg.

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Révision 
Het bijvoeglijk naamwoord kan 4 vormen hebben.
Mannelijk
Vrouwelijk
Enkelvoud
Meervoud
grande
grandes
grand
grands

Slide 7 - Drag question

.
De basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord in het Frans is de.....
A
mannelijke vorm in het enkelvoud.
B
mannelijke vorm in het meervoud.
C
vrouwelijke vorm in het enkelvoud.
D
vrouwelijke vorm in het meervoud.

Slide 8 - Quiz

Dus hoe zet je een bijvoeglijk naamwoord in de vrouwelijke vorm ?
A
met een extra -e
B
met een extra -s
C
met 'la'

Slide 9 - Quiz

Het bijvoeglijk naamwoord komt in het Frans bijna altijd ... het zelfstandig naamwoord.
A
voor
B
achter

Slide 10 - Quiz

Kies de juiste vorm van het bijvoeglijk naamwoord.

A
Carine est amoureux
B
Carine est amoureuxe
C
Carine est amoureuse
D
Carine est amoureuses

Slide 11 - Quiz

Wat is de juiste vorm van het bijvoeglijk naamwoord?
A
Elle porte une robe bleue.
B
Elle porte une robe bleus.
C
Elle porte une robe bleu.
D
Elle porte une robe bleues.

Slide 12 - Quiz

Sleep de bijvoeglijke naamwoorden naar het juiste vakje. 
vieille
belles
bonne
nouveaux
bons
beaux
vieux
nouveau
bon
beau
blanches
longues
belle

Slide 13 - Drag question

1 une question difficiles

2 Le gâteau est bon.

3 Je vois des filles françaises.

4 La voiture est noir.

5 Les actrices sont amusantes..

6 J'ai eu une mauvais note.

7 Elise a un grand chien .
VORM van het bijvoeglijk naamwoord : Is de zin goed of fout? Sleep de ster achter de zin naar het goede vak.

Slide 14 - Drag question

1 C'est un appartement joli

2 Ses premiers chansons sont en anglais.

3 C'est un confortable hôtel.

4 Tu as une bonne idée.

5 Ici, il y a des sympas profs.

6 Elle est une jalouse fille. 

7 J'ai une petite soeur.
PLAATS van het bijvoeglijk naamwoord : Is de zin goed of fout? Sleep de ster achter de zin naar het goede vak.

Slide 15 - Drag question

bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord krijgt het bijvoeglijk naamwoord een
Bij een zelfstandig naamwoord in het meervoud krijgt het bijv. nw
Bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord dat meervoud is, krijgt het bijv. nw
E
S
ES

Slide 16 - Drag question

Mannelijk
Enkelvoud
Mannelijk meervoud
Vrouwelijk
enkelvoud
Vrouwelijk
meervoud
Grijs
gris
Rood
rouge
oud
vieux
mooi
beau
mooi

nouveau
Vul de tabel hieronder. Het zijn onregelmatige bijvoeglijke naamwoorden
gris
grise
grises
rouges
rouges
rouge
vieux
vieille
vieilles
beaux
belle
belles
nouveaux
nouvelle
nouvelles

Slide 17 - Drag question

GRAMMAIRE Het bijvoeglijk naamwoord
1.   Ma petite soeur est très                           .
2.  C'est un T-shirt                           .
3.  Mes frères sont                           .
3.  Ma grand mère est                        .
4.  Je suis un                                 garçon au club.
belles
belle
beaux
vert
verte
verts
drôl
drôle
drôles
vieille
vieux
vieilles
nouvelle
nouveau
nouveau

Slide 18 - Drag question

1 Il y a deux _____________ garçons _____________ dans la classe.        -->  

2 Vous arrivez dans une _____________ zone _____________ .                -->             

3 J'ai reçu un _____________ cadeau _____________ de ma copine.     -->  

4 Ce sont des pulls pour des _____________ hommes ____________.  -->  

5 Tu préfères les _____________ robes _____________?                             -->  

6 Fabienne est une _____________ fille _____________.                            -->  

Onderdeel E: Sleep het bijvoeglijk naamwoord naar de juiste plaats. 
nouveaux
dangereuse
joli
vieux
bleues
jeune

Slide 19 - Drag question

Grammaire
Maak  deze opdracht op papier.
Houd jouw aantekeningen en boek (page 115/116 erbij.



Slide 20 - Slide

Vocabulaire, App 7 en 9
page 117
Apprendre 9
Apprendre 7
Dictee

Slide 21 - Slide

Vocabulaire, App 7 en 9
page 117
Apprendre 9
Apprendre 7

Slide 22 - Slide

Vocabulaire, App 7 en 9
page 117
Ontcijfer de zinnen
Lijsten staan nu ook in de WRTS-groep.
Apprendre 9
Apprendre 7
Let op!  Deze link werkt het best met Google Chrome. Dan hoor je een duidelijke Franse uitspraak.

Slide 23 - Slide

Vocabulaire, App 7 en 9
page 117
Apprendre 9
Apprendre 7
Let op!  Deze link werkt het best met Google Chrome. Dan hoor je een duidelijke Franse uitspraak.

Slide 24 - Slide

Grammaire
Verdeling in mannelijk en vrouwelijk

Slide 25 - Slide

à faire.....
Exercice 26

Exercice 28

Exercice 29

Oefenen met Apprendre 7 en 9
Vertaal eerst de Nederlandse woorden naar het Frans.  Veel hiervan staan in de tekst op page 112.
Kijk vervolgens goed naar elke zin en zoek moeilijke woorden op.
Gebruik hiervoor de de Apprendre lijsten vanaf page 114
Zet de vertaalde woorden in de zinnen.
Zoek de Franse vertaling van deze zinnen in de 4 artikelen.

Vertaal de zinnen.
Deze zijn gebaseerd op Apprendre 9, echter deze verschillen op een paar kleine dingen.

Slide 26 - Slide

Les devoirs
Leren Apprendre 1-10.
Herhalen: bijvoeglijke naamwoorden
Maken : exercice 26, 28 en 29

Slide 27 - Slide

C'est la fin
Au revoir!
Salut!   A plus!  A+  Ciao!
Bonne journée!! 

Slide 28 - Slide