H1: bespreken huiswerk, herhalen ww-sp., hw 1-6 (Sp. H1)

- Check huiswerk methodesite
- Herhalen werkwoordspelling
- Hw: 1 t/m 6 van Sp. H1

1 / 19
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 2

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

- Check huiswerk methodesite
- Herhalen werkwoordspelling
- Hw: 1 t/m 6 van Sp. H1

Slide 1 - Slide

Lesdoelen

Spelling:

Je beheerst de werkwoordspelling van de Nederlandse taal. 



Slide 2 - Slide

Check huiswerk
- Methodesite
- Bijspijkeren Gram. H1

Slide 3 - Slide

Op welke manier
kun je de persoonsvorm
vinden?

Slide 4 - Mind map

Waaraan kun je
het voltooid deelwoord
herkennen?

Slide 5 - Mind map

Hoe zat het ook alweer?
Om een werkwoord goed te kunnen spellen, moet je eerst het soort werkwoord herkennen:
- Persoonsvorm (pv): verandert bij de tijd- en getalproef
- Voltooid deelwoord (vdw): begint met ge-, be- of ver-, staat vaak achterin de zin en heeft een pv van hebben, zijn of worden
- Hele werkwoord/infinitief (inf): een heel werkwoord dat NIET verandert bij de tijd- en getalproef

Slide 6 - Slide

Hoe zat het ook alweer?
- Persoonsvorm (pv): verandert bij de tijd- en getalproef

PostNL verzorgt de bezorging van pakketjes.
PostNL verzorgde de bezorging van pakketjes.
PostNL en DHL verzorgen de bezorging van pakketjes.

Slide 7 - Slide

Hoe zat het ook alweer?
- Voltooid deelwoord (vdw): begint met ge-, be- of ver-, staat vaak achterin de zin en heeft een pv van hebben, zijn of worden

De club contracteert de speler als hij medisch wordt goedgekeurd.

Slide 8 - Slide

Hoe zat het ook alweer?
- Hele werkwoord/infinitief (inf): een heel werkwoord dat NIET verandert bij de tijd- en getalproef

Ik wil daar niet aan denken.
De agent spoorde de voorbijgangers aan te helpen.

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Wat is het verschil tussen de stam en de ik-vorm?

Slide 11 - Open question

Stam

Hele ww - en

Lopen - en = lop
Maken -en = mak
Volleballen -en = volleyball
Werken - en = werk
Ik-vorm

Aangepaste vorm van de stam

(ik) loop
(ik) maak
(ik) volleybal
(ik) werk

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Spelling tegenwoordige tijd

Ik-vorm           als ik voor of achter de pv staat, als jij/je achter de pv staat

Ik-vorm + t     bij hij/zij/het (alle andere enkelvoudsvormen)

Hele ww:           bij meervoud


Let op: gebiedende wijs (kies de ik-vorm van het ww)


Ik word                      hij wordt / wordt zij

Word ik                     wij worden

Word jij / je              

Slide 14 - Slide

Spelling tegenwoordige tijd
Waarom ................... (houden) ik zo van ijsjes?
  • Het werkwoord = persoonsvorm
  • Tegenwoordige tijd
  • Keuze: ik-vorm, ik-vorm+t of hele werkwoord
  • Ik kies voor de ik-vorm, want er staat 'ik' achter het werkwoord.

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Spelling verleden tijd

Sterke werkwoorden (klankveranderend)

Schrijf zo kort mogelijk op!


Zwakke werkwoorden (klankvast)

Gebruik 't k o f s ch i p -x

1 Zoek de stam van het werkwoord en kijk naar de laatste letter

- Staat de laatste letter in 't kofschip-x?  + te(n)

- Staat de laatste letter NIET in 't kofschip-x? + de(n)

2 Schrijf de ik-vorm van het werkwoord op en plak daarachter -te(n) of -de(n)

Slide 17 - Slide

Spelling tegenwoordige tijd
  • Ik ........ (durven vt)) niet in het donker over straat.
  • Het werkwoord = persoonsvorm
  • Verleden tijd
  • Keuze: sterk (klankveranderend) of zwak (klankvast)
  • Zwak werkwoord
  • Stam = durv
  • V staat niet in het 't kofschip-x, dus ik-vorm + de = ik durfde

Slide 18 - Slide

Huiswerk
Maken Spelling H1: 1 t/m 6

Slide 19 - Slide