4.2 & 4.3 Kans, variabele, conceptueel model en hypothesen

LES 1
1 / 49
next
Slide 1: Slide
MaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 49 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

LES 1

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Hoofdstuk 4
'Onderzoeksvaardigheden'

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Terugblik vorige les
  • Weten hoe je objectieve bronnen kunt selecteren
  • Weten wanneer bronnen betrouwbaar en representatief zijn
  • Het verschil tussen kwantitatief en kwalitatief onderzoek
  • Vier verschillende meetinstrumenten



Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Wat leer deze les?
  • De begrippen wetmatigheden en kans
  • Je weet wat variabelen zijn en kunt deze herkennen in een bron.
  • Je weet wat een hypothese is, hoe je dit kunt toepassen bij het doen van onderzoek en kunt een hypothese herkennen in een bron.
  • Je weet hoe je een conceptueel model moet opstellen en wat je uit een conceptueel model kunt afleiden

Ik weet...

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Wetmatigheid
Natuurwet 
Je verwacht niet dat er uitzonderingen zijn
Wet van Newton

Slide 5 - Slide

In relatie tot het vorige filmpje: de kans dat jij op 25 september jarig bent, is groter dan op 4 november bijvoorbeeld.
Kans -> bij sociaal wetenschappelijk onderzoek
Kans is de waarschijnlijkheid dat een bepaalde gebeurtenis zal optreden. Het gaat dan om een vergelijking. 

Slide 6 - Slide

In relatie tot het vorige filmpje: de kans dat jij op 25 september jarig bent, is groter dan op 4 november bijvoorbeeld.
Kans
Iemand die opgroeit in een arm gezin heeft een kleinere kans om ooit een goedbetaalde baan te vinden dan iemand die in een rijk gezin is opgegroeid

Slide 7 - Slide

In relatie tot het vorige filmpje: de kans dat jij op 25 september jarig bent, is groter dan op 4 november bijvoorbeeld.
Kans
De kans dat iemand die een fiets steelt gepakt wordt, is kleiner dan de pakkans van iemand die een auto heeft gestolen.

Slide 8 - Slide

In relatie tot het vorige filmpje: de kans dat jij op 25 september jarig bent, is groter dan op 4 november bijvoorbeeld.
Variabele
Variabele is een kenmerk van een object, actor of samenleving dat kan variëren. 
in je onderzoek ga je deze variabelen meten en op zoek naar verbanden tussen variabelen

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Variabele
Micro: Kenmerken van mensen: leeftijd, opleidingsniveau

Marco: Kenmerken van organisaties: ledental, inhoeverre de organisatie streeft naar winst

Meso: Kenmerken van samenleving: hoe welvarend, percentage gelovige

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Hypothese
Toetsbare stelling, een veronderstelling van hoe de werkelijkheid in elkaar zit.

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Conceptueel model
In een conceptueel model wordt de invloed van variabelen weergeven, bijvoorbeeld:  
Zonlicht
Gemoedstoestand

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Meestal:
Als X dan Y
Hoe meer/minder X, des te meer/minder Y

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Hypothese
Wat zegt het boek:
Op basis van literatuuronderzoek en eigen inzichten doen wetenschappers in hun onderzoeksopzet een toetsbare uitspraak over de waarschijnlijke resultaten van hun eigen onderzoek. Zo'n toetsbare uitspraak of stelleng noemen we een hypothese. Let op!!! een hypothese is geen vraag maar een stelling die je gaat onderzoeken. Een hypothese eindigt dus nooit met een vraagteken!!

Meestal:
Als X dan Y
Hoe meer/minder X, des te meer/minder Y

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

LES 2

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Wat leer deze les?
  • Je weet het verschil tussen onafhankelijke en afhankelijke variabelen en kunt deze toepassen

Ik weet...

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Variabele
Variabele is een kenmerk van een object, actor of samenleving dat kan variëren. 
in je onderzoek ga je deze variabelen meten en op zoek naar verbanden tussen variabelen

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Hypothese
Toetsbare stelling, een veronderstelling van hoe de werkelijkheid in elkaar zit.

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Conceptueel model
In een conceptueel model wordt de invloed van variabelen weergeven, bijvoorbeeld:  
Zonlicht
Gemoedstoestand

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Toepassen
timer
10:00
Uitkomst: 
Centraal bespreken
Klaar?:
maak vraag 4
Maak tekstverkenners 4.3 blz 80

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

1) Gamegedrag → Sociaal gedrag; Gamegedrag → Geluk

2) Hoeveelheid informatie over watergebruik → Watergebruik

3) Knuffelgedrag → Gezondheid

4) Mediagebruik → Eetgedrag

5) Leeftijd → Kwaliteit van autobesturing

Nakijken

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

TOT HIER

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

- Hoe ouder iemand is, des te meer alcoholische dranken iemand nuttigt.

- Hoe meer sociale cohesie in een buurt, des te vaker er buurtfeesten georganiseerd worden.

- Hoe hoger het consumentenvertrouwen, hoe sterker de economie groeit.

- Jongens spijbelen vaker dan meisjes.

- Stedelingen stemmen vaker op linkse partijen dan mensen op het platteland.

- Jongeren die voor hun bijbaantje werken in de zorg verdienen minder dan jongeren die werken in de ICT-sector.

Nakijken

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

(On)afhankelijke variabelen
Onafhankelijke variabele
Afhankelijke variabele
De variabele die als oorzaak wordt gezien voor het veranderen van een andere variabele.
De variabele die wordt beïnvloedt door een of meer onafhankelijke variabelen.

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Variabelen
Variabelen (kenmerken) = de eigenschappen van de objecten die de onderzoeker in het bijzonder interesseren en die van elkaar kunnen verschillen.

Wat is de invloed van leeftijd op de kans op een hartproblemen?

>>> Wat zijn hier de variabelen?

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Afhankelijke variabele
Deze variabele is altijd afhankelijk van (wordt beïnvloed door) een andere variabele en staat daarmee rechts in het conceptueel model.

De uitkomst of de waarde die een afhankelijke variabele inneemt, wordt bepaalt door de onafhankelijke variabele.


Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Onafhankelijke variabele
Deze variabele is geheel onafhankelijk van andere variabelen en staat daarmee links in het conceptueel model.

De waarde van de onafhankelijke variabele kan verschillen (denk aan leeftijd) en is niet afhankelijk van andere variabelen.

De onafhankelijke variabele bepaalt de uitkomst van de afhankelijke variabele.


Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Wat is de afhankelijke/onafhankelijke variabele?

Wat is het effect van sporten op de gezondheid van jongeren?

Slide 40 - Open question

This item has no instructions

Wat is de afhankelijke/onafhankelijke variabele?

In hoeverre wordt criminaliteit veroorzaakt door te weinig controle in de opvoeding?

Slide 41 - Open question

This item has no instructions

Wat is de afhankelijke/onafhankelijke variabele?

Wat is het verband tussen opleidingsniveau en kiesgedrag?

Slide 42 - Open question

This item has no instructions

Welk nauwkeurig conceptueel model kun je afleiden uit het filmpje?
'Hoe hoger het opleidingsniveau, hoe groter de kans op een hoger inkomen' 
Wat is de onafhankelijke (O) en wat is de afhankelijke (A) variabele in dit geval?
A
O: inkomen A: opleidingsniveau
B
O: opleidingsniveau A: inkomen

Slide 43 - Quiz

This item has no instructions

Toepassen
timer
10:00
Uitkomst: 
Centraal bespreken
Klaar?:
maak vraag 4
examenopgave

Slide 44 - Slide

This item has no instructions

Antwoord
timer
10:00

Slide 45 - Slide

This item has no instructions

Antwoord

Slide 46 - Slide

This item has no instructions

LES 3

Slide 47 - Slide

This item has no instructions

Antwoord
timer
10:00

Slide 48 - Slide

This item has no instructions

Antwoord

Slide 49 - Slide

This item has no instructions