Snijplanken keuken

Hygiene in de keuken
1 / 33
next
Slide 1: Slide
Consumptieve techniekMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Hygiene in de keuken

Slide 1 - Slide

Doel van de les:
Je kan 6 kleuren snijplanken benoemen met bij elke plank 1 product dat je op die plank moet snijden.

Je kan benoemen waarom we in de keuken verschillende snijplanken gebruiken.

Slide 2 - Slide

Wij hebben thuis:
A
1 snijplank
B
Verschillende kleuren snijplanken
C
2 snijplanken
D
Weet niet of we snijplanken hebben

Slide 3 - Quiz

In de professionele keuken 



6 kleuren snijplanken

Slide 4 - Slide

Waarom hebben we 6 kleuren snijplanken?
A
Iets met hygiene
B
Staat vrolijk in de keuken
C
Met veel kleuren weet je welke je als laatste vies hebt gemaakt
D
geen idee

Slide 5 - Quiz

3

Slide 6 - Video


                                     =

 
                                     =


 
                                          =

 
                                    =



                                          =


                                      =

Slide 7 - Slide

00:23
al eens van kruisbesmetting gehoord?
Ja
Nee

Slide 8 - Poll

00:32
Wat zijn de ziekteverschijnselen die je kan krijgen?
A
koorts
B
misselijkheid
C
diarree, buikpijn, buikkramp
D
braken

Slide 9 - Quiz

01:18
Welke 3 tips om veilg te kunnen eten werden er zojuist gegeven

Slide 10 - Open question

Waar gebruik je de blauwe plank voor?
A
Vlees
B
Groente
C
Vis
D
Fruit

Slide 11 - Quiz

Waar gebruik je de bruine plank voor?
A
Gegaard vis
B
Gegaard vlees
C
Gestoomde groente
D
Vlees

Slide 12 - Quiz

Waar gebruik je de groene plank voor?
A
groente en vlees
B
fruit en groente
C
brood en kaas
D
groente en eieren

Slide 13 - Quiz

Waar gebruik je de gele plank voor?
A
kip
B
ei
C
kaas
D
meloen

Slide 14 - Quiz

Waar gebruik je de rode plank voor?
A
Rauw vlees
B
Gebraden vlees
C
Groente
D
Vis

Slide 15 - Quiz

Een witte snijplank is voor kaas, brood en zuivel
A
waar
B
niet waar
C
maakt niets uit
D
waar, maar niet voor brood

Slide 16 - Quiz

Praktijk opdracht
Leg de producten bij de juiste planken.

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Voor het schillen van fruit gebruik je
A
een groot mes
B
een lang smal mes
C
een aardappelschil mes
D
een office mes

Slide 19 - Quiz

Met welke doek hoor je de vaat af te drogen?
A
Handdoek
B
Werkdoek
C
Vaatdoek
D
Theedoek

Slide 20 - Quiz

Wat voor mes is dit?
A
vleesmes
B
groente mes
C
broodmes
D
schilmes

Slide 21 - Quiz

Wat is dit voor een doek?
A
Vaatdoek
B
Werkdoek
C
Theedoek
D
Handdoek

Slide 22 - Quiz

Wat is dit voor een doek?
A
Theedoek
B
Werkdoek
C
Handdoek
D
Vaatdoek

Slide 23 - Quiz

Wat is dit voor een doek?

A
Werkdoek
B
Theedoek
C
Handdoek
D
Vaatdoek

Slide 24 - Quiz

Waarom starten we met handen wassen voordat we beginnen met koken?

Slide 25 - Open question

Zet in de juiste volgorde als je begint te werken in de keuken :
ingrediënten pakken, recept lezen, handen wassen,
schort omdoen

Slide 26 - Open question

Wat voor mes is dit?
A
schilmesje
B
office mes
C
broodmes
D
vleesmes

Slide 27 - Quiz

Waar gebruik je dit voor?

Slide 28 - Open question

Waarvoor dient het?
1. theedoek 2. handdoek 3. vaatdoek

Slide 29 - Open question

Waarom moeten lange haren in een staart
A
Veiligheid
B
Hygiëne
C
Netheid
D
Alle antwoorden zijn goed

Slide 30 - Quiz

Noem 4 onderdelen van het afwassen in de goede volgorde

Slide 31 - Open question

Wat is het nut van voorspoelen
A
Hygiënischer, wordt het afwaswater niet zo vies,
B
Dan kun je sneller werken
C
Dat is nergens voor nodig
D
Niet doen, dat kost teveel water

Slide 32 - Quiz

Waarom moet je goed afdrogen
A
Anders plakt alles aan elkaar
B
Anders krijg je bacteriewerking
C
Anders trekken de glazen vacuüm
D
Alle 3 antwoorden zijn goed

Slide 33 - Quiz