Leesstrategieën slim gebruiken

Hoofdstuk 1: Leesstrategieën - deel 2

1 / 38
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsSecundair onderwijsA-stroom

This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Hoofdstuk 1: Leesstrategieën - deel 2

De les opent best vanuit de herkenbare situatie dat leerlingen niet elke tekst op dezelfde manier lezen. Verbind dit met dagelijkse voorbeelden: een bericht, een handleiding, een toetsvraag of een artikel.

Leesstrategieën?

Gebruik de antwoorden om voorkennis op te halen. Laat leerlingen eventueel al woorden noemen zoals voorspellen, zoeken, hoofdzaak of studeren.

Wat leren we tijden deze lessen?

  • Je leert de 6 leesstrategieën opnoemen.

  • Je leert uitleggen waarvoor je welke leesstrategie gebruikt.

  • Je leert uitleggen wat elke leesstrategie inhoudt.

  • Je leert voorspellend, oriënterend, globaal en zoeken lezen.

This item has no instructions

Leesstrategie 1


This item has no instructions

Waarover zou dit artikel gaan?

Gebruik de antwoorden om voorkennis op te halen. Laat leerlingen eventueel al woorden noemen zoals voorspellen, zoeken, hoofdzaak of studeren.

Leesstrategie 1 = voorspellend lezen

  • Je denkt vooraf na over het onderwerp van de tekst.

  • Je kijkt naar titel, afbeelding en tussenkopjes.

  • Je voorspelt waarover de tekst zal gaan.

  • Zo lees je gerichter en begrijp je sneller.

Benadruk dat voorspellen gebeurt vóór het echte lezen. Leerlingen hoeven nog niet zeker te weten wat de tekst zegt; het gaat om een eerste verwachting.

Wat is het tekstdoel?

A

Informeren

B

Instructies geven

C

Ontroeren

D

Overtuigen

This item has no instructions

Wat is de tekstsoort?

A

Verhalende tekst

B

Overtuigende tekst

C

Meninggevende tekst

D

Informatieve tekst

This item has no instructions

Wat is het teksttype

A

Online krantenartikel

B

Wikipedia

C

Online reclamefolder

D

Jeugdboek

This item has no instructions

Wie is de zender?

Gebruik de antwoorden om voorkennis op te halen. Laat leerlingen eventueel al woorden noemen zoals voorspellen, zoeken, hoofdzaak of studeren.

Wie is de ontvanger?

Gebruik de antwoorden om voorkennis op te halen. Laat leerlingen eventueel al woorden noemen zoals voorspellen, zoeken, hoofdzaak of studeren.

Wat is het onderwerp?

Gebruik de antwoorden om voorkennis op te halen. Laat leerlingen eventueel al woorden noemen zoals voorspellen, zoeken, hoofdzaak of studeren.

Leesstrategie 2= Oriënterend lezen

  • Wanneer je de volgende vijf vragen stelt bij het analyseren van een nieuwe tekst, ben je oriënterend aan het lezen.








  • Je leest hiervoor de titel, tussentitels en illustraties en probeert je een beeld te vormen van de inhoud van de tekst.

  1. Wat is het teksttype?

  2. Waarom schreef de acteur deze tekst? (tekstdoel)

  3. Wat is de tekstsoort?

  4. Wie schreef de tekst? (zender)

  5. Voor wie is de tekst geschreven? (ontvanger)

  6. Waarover gaat de tekst? (onderwerp)


Benadruk dat voorspellen gebeurt vóór het echte lezen. Leerlingen hoeven nog niet zeker te weten wat de tekst zegt; het gaat om een eerste verwachting.

Dit is nuttig bij langere informatieve teksten. Benadruk dat globaal lezen helpt om de kern te vatten zonder op elk detail in te gaan.

Wat is het onderwerp van de tekst?

A

Grachten

B

Gent

C

Zeehond

D

Nieuw oord

This item has no instructions

Wat zegt de schrijver over het onderwerp? Vat dat in één zin samen.


Gebruik de antwoorden om voorkennis op te halen. Laat leerlingen eventueel al woorden noemen zoals voorspellen, zoeken, hoofdzaak of studeren.

Leesstrategie 3= Globaal lezen

  • Je leest niet elk woord, maar focust op de kernboodschap. Je wil vooral weten wat de tekst in grote lijnen zegt.








Je vat dan in één zin samen wat de schrijver zegt over het onderwerp.

Hoe doe je dat?

  1. Je leest de inleiding.

  2. Je leest het slot.

  3. Je leest de eerste en laatste zin van de alinea's

  4. Je bepaalt de hoofdgedachte van de tekst.

Benadruk dat voorspellen gebeurt vóór het echte lezen. Leerlingen hoeven nog niet zeker te weten wat de tekst zegt; het gaat om een eerste verwachting.

Zijn jullie nog wakker? Even herhalen...

De les opent best vanuit de herkenbare situatie dat leerlingen niet elke tekst op dezelfde manier lezen. Verbind dit met dagelijkse voorbeelden: een bericht, een handleiding, een toetsvraag of een artikel.

Wat doe je vooral bij voorspellend lezen?

A

Hoofdzaken zoeken

B

Vooraf verwachten

C

Eén detail vinden

D

Alles onthouden

Toetst het verschil tussen voorspellen, globaal lezen, zoekend lezen en studerend lezen.

Leesstrategieën tot nu toe

Bij voorspellend lezen kijk je eerst naar de titel en afbeelding. Bij oriënterend lezen verken je de opbouw van de tekst. Bij globaal lezen zoek je vooral de hoofdzaken van de tekst.

voorspellend lezen
oriënterend lezen
globaal lezen
zoekend lezen
intensief lezen
studerend lezen

Alle drie de strategieën kwamen in het eerste blok aan bod. Let op het onderscheid tussen vooraf voorspellen, verkennen en hoofdzaken begrijpen.

Wat zal Jommeke doen om zijn vader en moeder te verrassen?

Gebruik herkenbare voorbeelden zoals een treinuurrooster, recept, website of handboekregister.

Wat zal Jommeke doen om zijn vader en moeder te verrassen?


Gebruik de antwoorden om voorkennis op te halen. Laat leerlingen eventueel al woorden noemen zoals voorspellen, zoeken, hoofdzaak of studeren.

Leesstrategie 4 = Zoekend lezen

  • Je leest de tekst niet van begin tot eind.

  • Je bent gericht opzoek naar een antwoord op een vraag.

  • Je laat je ogen snel over de tekst gaan. (scannen)









Globaal lezen

= om een beter beeld te krijgen van de tekst inhoud.

Zoekend lezen

= om op zoek te gaan naar specifieke informatie.

Benadruk dat voorspellen gebeurt vóór het echte lezen. Leerlingen hoeven nog niet zeker te weten wat de tekst zegt; het gaat om een eerste verwachting.

Leesstrategie 5: Intensief lezen


Gebruik de antwoorden om voorkennis op te halen. Laat leerlingen eventueel al woorden noemen zoals voorspellen, zoeken, hoofdzaak of studeren.

Leesstrategie 5 = Intensief lezen

  • Je leest de tekst volledig en aandachtig.

  • Je gaat opzoek naar de betekenis van moeilijke woorden.

  • Je herleest eventueel moeilijke tekstdeeltjes.

  • Je duidt de belangrijkste informatie aan.








Benadruk dat voorspellen gebeurt vóór het echte lezen. Leerlingen hoeven nog niet zeker te weten wat de tekst zegt; het gaat om een eerste verwachting.

Genietend lezen? Wat zou het betekenen?

A

Lezen om een opdracht af te maken.

B

Lezen om zoveel mogelijk informatie te onthouden.

C

Lezen omdat je het leuk en ontspannend vindt.

D

Lezen om je leesvaardigheid te verbeteren.

De juiste keuze is intensief lezen omdat je dan nauwkeurig leest en op details en formuleringen let.

Leesstrategie 5 = Genietend lezen

  • Het is een leesvorm waarbij ontspanning, plezier en beleving centraal staan.

  • Je hoeft niets met de tekst te doen, behalve hem lezen.







Benadruk dat voorspellen gebeurt vóór het echte lezen. Leerlingen hoeven nog niet zeker te weten wat de tekst zegt; het gaat om een eerste verwachting.

Welke leesstrategieën van de vorige les ken je nog?

This item has no instructions

Begrippenlijst

leesstrategie - een manier van lezen die past bij je leesdoel

voorspellend lezen - vooraf bedenken waarover een tekst zal gaan

oriënterend lezen - een tekst snel verkennen om onderwerp en opbouw te zien

globaal lezen - lezen om de hoofdzaken van een tekst te begrijpen

zoekend lezen - lezen om één bepaald gegeven terug te vinden

intensief lezen - aandachtig lezen om alles precies te begrijpen


This item has no instructions

Heb je het begrepen? Dan gaan we oefenen!

This item has no instructions

Wanneer kies je voor zoekend lezen?

Verwachte elementen: zoekend lezen gebruik je bij een concrete vraag, om een datum, cijfer, naam of woord te vinden; je leest niet alles maar speurt gericht.

Welke strategie past bij een moeilijke belangrijke tekst?

A

Zoekend lezen

B

Globaal lezen

C

Intensief lezen

D

Voorspellend lezen

De juiste keuze is intensief lezen omdat je dan nauwkeurig leest en op details en formuleringen let.

Kies je leesdoel

Bij zoekend lezen speur je een antwoord in de tekst. Bij intensief lezen lees je stap voor stap en let je op moeilijke woorden en zinnen.

zoekend lezen
intensief lezen
globaal lezen
studerend lezen
oriënterend lezen

Deze invuloefening laat leerlingen het verschil zien tussen gericht iets vinden en alles precies begrijpen.

Kies volgens je leesdoel

Als je eerst wilt inschatten waarover een tekst gaat, kies je voorspellend lezen. Als je één gegeven wilt vinden, kies je zoekend lezen. Als je informatie wilt leren en onthouden, kies je intensief lezen.

voorspellend lezen
zoekend lezen
intensief lezen.
globaal lezen
oriënterend lezen

De leerlingen koppelen hier strategieën aan een concreet leesdoel, precies zoals op de samenvattende slides 14 en 15.

Welke leesstrategie lijkt jou het handigst op school?

1

Voorspellend

2

Globaal

3

Zoekend

4

Intensief

This item has no instructions

Wat is één ding dat je vandaag geleerd hebt?

Laat leerlingen kort benoemen wat ze uit de les meenemen, bijvoorbeeld namen van strategieën of wanneer je ze gebruikt.

Welke leesstrategie vind jij nog het moeilijkst?

Mogelijke antwoorden: verschil tussen strategieën, wanneer je welke kiest, of namen onthouden. Gebruik dit als afsluitende klasreflectie.

Begrippenlijst

leesstrategie - een manier van lezen die past bij je leesdoel

voorspellend lezen - vooraf bedenken waarover een tekst zal gaan

oriënterend lezen - een tekst snel verkennen om onderwerp en opbouw te zien

globaal lezen - lezen om de hoofdzaken van een tekst te begrijpen

zoekend lezen - lezen om één bepaald gegeven terug te vinden

intensief lezen - aandachtig lezen om alles precies te begrijpen


This item has no instructions