Lopend achteruit parkeren in een vak, langzame slalom, uitwijkoefening, noodstop.
Slide 4 - Quiz
Een chopper heeft een langere voorvork. dit is gunstig voor?
A
Het berijden van bochten.
B
Het berijden van lange rechte stukken.
C
Dit heet geen voor of nadelen, het ziet er mooi uit.
Slide 5 - Quiz
U ziet hier een uitstekend randje op de remschijf. Wat is dit voor indicatie?
A
Geen indicatie, ontwerp van de fabrikant.
B
Dat de remschijf nog helemaal nieuw is.
C
Slijtage van de remschijf.
Slide 6 - Quiz
Uw leerling gaat examen AVB doen met een systeem helm. Mag de leerling de kinbak omhoog houden?
A
Ja dit mag, al wordt het niet aangeraden.
B
Nee dit mag niet op een examen.
C
Dit mag alleen als hij de langzame oefeningen doet.
Slide 7 - Quiz
U gaat een helm uitkiezen. u heeft 3 favorieten geselecteerd. Welke kunt uit veiligheidsoverwegingen het beste kiezen?
A
Een zwarte helm met een mooi logo sticker.
B
Een witte helm met een mooi logo sticker.
C
Een witte helm met retro reflecterende delen.
Slide 8 - Quiz
Wat is een aanvullende eis voor de handschoenen?
A
Ze moeten altijd warm zijn.
B
Ze mogen niet vocht doorlatend zijn.
C
Ze moeten altijd de pols bedekken.
Slide 9 - Quiz
van een goede zithouding is sprake als?
A
De benen zoveel mogelijk raakvlakken met de motorfiets hebben.
B
De handen ontspannen en losjes het stuur vasthouden.
C
De rug goed gebogen is om rugpijn te voorkomen.
Slide 10 - Quiz
U gaat de vertraging oefening doen. Met welke snelheid moet u minimaal rijden als u bij het eerste poortje komt?
A
30 km/h
B
50km/h
C
55km/h
Slide 11 - Quiz
Hoe regelt u de snelheid bij de halve draai?
A
Houdt de snelheid zo constant mogelijk en gebruikt, indien nodig, daarvoor de voetrem en eventueel een slippende koppeling.
B
Houdt de snelheid zo constant mogelijk en gebruikt, te allen tijden, daarvoor de voetrem zonder het gebruik van een slippende koppeling.
C
Houdt de snelheid zo constant mogelijk en gebruikt daarvoor niet de voetrem, alleen een slippende koppeling.
Slide 12 - Quiz
Men spreekt over een overzichtelijke bocht als?
A
De toestand van het wegdek kan worden beoordeeld.
B
Er geen bomen aan de binnenzijde van de bocht staan.
C
Het einde van de bocht halverwege in de bocht zichtbaar is.
Slide 13 - Quiz
Een factor die een bocht EXTRA gevaarlijk maakt is?
A
Bomen en gebouwen die het zicht beperken. Hierdoor is de juiste snelheid moeilijk te bepalen.
B
De straal van de bocht. Hierdoor kan slipgevaar ontstaan.
C
De zogenaamde na-bocht. Waardoor de straal op een bepaald punt in de bocht veranderd.
Slide 14 - Quiz
U rijd op een rechte weggedeelte met 2 rijstroken en alleen een doorgetrokken streep als scheiding. Tegenover u ziet u een vrachtauto naderen. Wat doet u met de positie op de weg?
A
Ik ga iets meer links rijden om me beter zichtbaar te maken.
B
Ik blijf netjes in het midden van mijn strook rijden zoals ik heb geleerd.
C
Ik ga iets meer rechts rijden om zo meer ruimtekussen te creëren.
Slide 15 - Quiz
U rijd op een niet al te brede rijbaan. Verderop ziet u een vrachtauto naderen. Wat doet u met de positie op de weg?
A
Ik ga iets meer links rijden om de vrachtwagen te dwingen meer ruimte te maken.
B
Ik blijf netjes in het midden van mijn strook rijden zoals ik heb geleerd.
C
Ik ga iets meer rechts rijden om zo meer ruimtekussen te creëren.
Slide 16 - Quiz
U nadert een gelijkwaardig kruispunt met slecht zicht op rechts. Wat doet u met de positie op de weg?
A
Ik ga iets meer links rijden om zo beter te kunnen zien en gezien worden zonder daarbij het eventuele tegemoetkomende verkeer te hinderen.
B
Ik blijf netjes in het midden van mijn strook rijden zoals ik heb geleerd.
C
Ik ga iets meer rechts rijden zodat ik bij een plotselinge remming niet van achteren wordt aangereden.
Slide 17 - Quiz
U rijdt op een 80 km/h weg met 2 rijstroken voor dezelfde richting. Voor u rijd een vrachtauto. Wat doet u?
A
U haalt rustig in met een gering snelheidsverschil. We hebben geen haast tenslotte.
B
U haalt vlot in met een grotere snelheidsverschil om de duur van de manoeuvre te beperken.
C
Niets. Ik zit hier prima achter de vrachtauto. We hebben geen haast tenslotte.
Slide 18 - Quiz
U bekijkt de ketting van uw motorfiets. Deze hangt aan de onderkant iets los. Wat doet u?
A
Niets. Dit hoort zodat de ketting niet te strak komt bij het inveren van de motor.
B
U spant de ketting totdat deze goed strak zit zodat het niet van het tandwiel kan vallen bij het inveren van de motor.
C
U koopt direct nieuwe tandwielen. Dit is tenslotte een teken van slijtage.
Slide 19 - Quiz
Welke eisen zijn gesteld aan oogbescherming?
A
U dient altijd een vizier te hebben die uw ogen beschermd tegen wind en insecten.
B
Een vizier is niet nodig zolang u een bril draagt die uw ogen beschermd tegen wind en insecten.
C
Er zijn geen wettelijke eisen voor oogbescherming.