U3 grammaire I 'ecrire les 1

Ga naar Lesson-up en type de PIN in.
1 / 21
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Ga naar Lesson-up en type de PIN in.

Slide 1 - Slide

Programme d'aujourd'hui
Le verbe écrire in :
tegenwoordige tijd
verleden tijd
toekomstige tijd


Slide 2 - Slide

Répondez dans une phrase complète...
Bonjour! Qu'est-ce que aimes faire le weekend?

Slide 3 - Open question

Qu'est-ce que tu as dans ton sac à dos?
(Repondez dans une phrase complète!)

Slide 4 - Open question

Qu'est-ce que tu aimes manger le soir?

Slide 5 - Open question

Doel:
Je (her)kent straks:

  • De betekenis van  "ecrire"
  • De 4 belangrijkste Franse  werkwoordstijden
  • De regels van het vervoegen in       die tijden.

Slide 6 - Slide

Welke Franse werkwoordstijden ken je nog?

Slide 7 - Mind map

Slide 8 - Slide

écrire = schrijven
écrire = een onregelmatige werkwoord


afgeleide werkwoorden:
                  décrire = beschrijven
                  inscrire = inschrijven

Vervoegingen zijn identiek.

Slide 9 - Slide



 j'écri
tu écrit
il / elle/ on écrit

nous écrivons
vous écrivez
ils écrivent



ik schrijf
jij schrijft
hij / zij  / men schrijft

wij schrijven
u schrijft / jullie schrijven
zij schrijven

Slide 10 - Slide

imparfait ;
toen je nog klein was....
Ik schreef.....
passé composé
vorig jaar, gisteren, 10 minuten geleden.

ik heb geschreven
en français:

("nous écrivons - ons) + uitgangen imparfait.

écriv-
+
-ais, -ais,- ait
-ions,- iez, -aient

en français: 

(Onderwerp + vorm avoir)   +    écrit

Slide 11 - Slide

écrire
j'
tu
il/elle/on
nous
vous
ils/elles
écris
écris
écrit
écrivons
écrivez
écrivent

Slide 12 - Drag question

Hoe wordt de imparfait ( de tijd waarin je klein was)
van écrire gevormd?

Slide 13 - Open question

De passé composé van écrire bestaat uit:
A
onderwerp+avoir+écriré
B
onderwerp+avoir+écrié
C
onderwerp+avoir+écrit
D
onderwerp+avoir+écris

Slide 14 - Quiz


in de toekomst:


Ik zal schrijven.....
en français:
hele werkwoord - e
écrir-
+
ai, as, a
ons, ez , ont

Slide 15 - Slide

De futur van écrire wordt gevormd door.....

Slide 16 - Open question

extra exercice
Exercice 1:  indeling in tijd.


Slide 17 - Slide

Grammaire
Kies de present, imparfait, passe compose en futur in de linker kolom.

Kies "ecrire" in de middelste kolom.

De rechterkolom heb je niet nodig.

Slide 18 - Slide

à faire.....
Luister naar exercice 8a
ga daarna verder met  8b en *c

Apprendre :  "ecrire" au présent, imparfait, passé composé en futur.


Slide 19 - Slide

Vocabulaire

Slide 20 - Slide

C'est la fin

Slide 21 - Slide