9.1/9.2 Redoxreacties

9.1/9.2 Redoxreacties
1 / 23
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

9.1/9.2 Redoxreacties

Slide 1 - Slide

Deze les
  • Uitleg redoxreacties
  • Maken vragen 2c, 4, 7, 8, 9, 14, 15
  • Practicum redoxreacties

Slide 2 - Slide

Leerdoelen
  • Je leert wat redoxreacties zijn;
  • Je leert om redoxreacties op te stellen.

Slide 3 - Slide

Redoxreacties
  • Reactie waarbij elektronen (e-) worden overgedragen.
  • Altijd minimaal twee deeltjes aanwezig:


  • Soms reageren meerdere deeltjes samen als oxidator of reductor.
  • Binas tabel 48.
  • Voorbeelden: roesten/corrosie, verbranding, reacties in de batterij.
  • Oxidator: neemt elektronen op
  • Reductor: staat elektronen af

Slide 4 - Slide

Oxidator

  • Neemt elektronen op
  • Elektronenacceptor
  • Linkerkolom Binas 48
  • Sterkste oxidator links bovenin (F2)
  • Voorbeeld chloor:

Cl2 (g) + 2 e- -> 2 Cl-
Reductor

  • Staat elektronen af
  • Elektronendonor
  • Rechterkolom Binas 48
  • Sterkste reductor rechts onderin (Li)
  • Voorbeeld ijzer:

Fe (s) -> Fe2+ + 2 e-

Slide 5 - Slide

Redoxkoppels
Voorbeeld chloor: Cl2 + 2 e- -> 2 Cl-

  • In het voorbeeld is chloor oxidator (neemt e- op).
  • Er ontstaat Cl-, dit is een reductor.
  • Cl2 en Cl- noemen we samen een redoxkoppel.
  • In Binas 48 staan veel voorkomende redoxkoppels.

Slide 6 - Slide

Zuurbase

  • H+ overdracht
  • Zuur reageert met base
  • Zuur staat H+ af
  • Base neemt H+ op
  • Binas tabel 49
Redox

  • Elektronen (e-) overdracht
  • Reductor reageert met oxidator
  • Reductor staat e- af
  • Oxidator neemt e- op
  • Binas tabel 48

Slide 7 - Slide

Redoxreacties herkennen
Voorbeeld: 2 Na (s) + Cl2 (g) -> 2 NaCl (s)

  • Na (s) voor de pijl heeft geen lading, na de reactie is dit Na+ geworden (in een zout).
  • Cl2 (g) voor de pijl heeft geen lading, na de reactie is dit Cl- geworden.
  • Na heeft dus een elektron afgestaan aan Cl2.
  • Na is reductor, Cl2 is oxidator.

Slide 8 - Slide

Halfreacties
  • Elke redoxreactie bestaat eigenlijk uit 2 halve reacties: 1 van de oxidator en 1 van de reductor.
  • Dit geven we weer in halfreacties (Binas 48).
  • Twee halfreacties (red en ox) geven de totaalreactie.

Slide 9 - Slide

Voorbeeld
  • ox: O2 + 2 e- -> 2 O2-
  • red: Zn -> Zn2+ + 2e

  • Totaal: 2 Zn + O2 -> 2 ZnO

Slide 10 - Slide

Sterkte oxidatoren/reductoren
  • Sterkste oxidator linksbovenin Binas tabel 48
  • Sterkste reductor rechtsonderin Binas tabel 48
  • De elektrodepotentiaal geeft aan hoe sterk de oxidator/reductor is.
  • Hoe groter het verschil in potentiaal, hoe sterker de reactie verloopt.

Slide 11 - Slide

Verloopt de reactie?
  • Vox - Vred = 1,15 dus aflopende reactie.
  • Vox - Vred = -0,37 dus geen reactie.

Slide 12 - Slide

Wat is de halfreactie als ijzerpoeder reageert in een redoxreactie? Gebruik Binas 48.
A
Fe -> Fe2+ + 2 e-
B
Fe2+ + 2e- -> Fe
C
Fe3+ + e- -> Fe2+
D
Fe2+ -> Fe3+ + e-

Slide 13 - Quiz

Wat is de halfreactie als zuurstof in zuur milieu reageert in een redoxreactie? Gebruik Binas 48.
A
O3 + 2 H+ + 2e- -> H2O + O2
B
O2 + 4 H+ + 4e- -> 2 H2O
C
O2 + 2 H+ + 2 e- -> H2O2
D
O2 + 2 H2O + 4e- -> 4 OH-

Slide 14 - Quiz

Stappenplan opstellen redoxreactie
  1. Noteer de formules van alle deeltjes (ook H2O in oplossing, H+ in zuur milieu, OH- in basisch milieu).
  2. Zoek de sterkste reductor en sterkste oxidator.
  3. Noteer beide halfreacties.
  4. Optellen voor totale vergelijking (let op! Elektronen voor en na de pijl moeten gelijk zijn).
  5. Eventueel deeltjes wegstrepen die voor én na de pijl staan.

Slide 15 - Slide

Samen oefenen
  • Tin(II)chloride-oplossing + oxaalzuur-oplossing 
  • Kaliloog + waterstofgas + broomwater
  • Aangezuurde kaliumpermanganaat-oplossing + natriumthiosulfaat-oplossing.

Slide 16 - Slide

Tin(II)chloride-opl. met oxaalzuur-opl.
  1. Deeltjes: Sn2+, Cl-, H2O, H2C2O4
  2. Red: H2C2O4 (-0,49), Ox: Sn2+ (-0,14)
  3. Red: H2C2O4 -> 2 CO2 (g) + 2 H+ + 2e-                                                                          Ox: Sn2+ + 2 e- -> Sn (s)                              
  4. Totaal: H2C2O4 + Sn2+ -> 2 CO2 + 2 H+ + Sn (s) 


Slide 17 - Slide

Kaliloog + waterstofgas + broomwater
  1. Deeltjes: K+, OH-, H2 (g), Br2 (l)
  2. Red: H2 + 2 OH- (-0,83), ox: Br2 (+1,07)
  3. Red: H2 + 2 OH- -> 2 H2O + 2e-                                                                                            Ox: Br2 + 2 e- -> 2 Br-                              
  4. Totaal: H2 + 2 OH- + Br2 -> 2 H2O + 2 Br- 


Slide 18 - Slide

Aangezuurd kaliumpermanganaat-opl. + natriumthiosulfaat-opl.
  1. Deeltjes: H+, K+, MnO4-, H2O, Na+, S2O32-
  2. Red: S2O32- (+0,10), ox: MnO4- + 8 H+ (+1,51)
  3. Red: 2 S2O32- -> S4O62- + 2e-                           (5x) elektronen gelijk maken  Ox: MnO4- + 8 H+ + 5 e- -> Mn2+ + 4 H2O      (2x)                   
  4. Totaal: 10 S2O32- + 2 MnO4- + 16 H+ -> 5 S4O62- + 2 Mn2+ + 8 H2O


Slide 19 - Slide

Aan de slag
  • Maken H9 vragen: 2c, 4, 7, 8, 9, 14, 15
  • Practicum redoxreacties

Slide 20 - Slide

Stappenplan opstellen halfreactie
  1. Noteer de bekende deeltjes voor en na de pijl.
  2. Maak de "vreemde" atomen kloppend (alles behalve O en H)
  3. Maak de O kloppend m.b.v. water.
  4. Maak de H kloppend m.b.v. H+ in zuur milieu, H2O in neutraal milieu, OH- in basisch milieu. (Tip: begin altijd met H+ en vervang later indien nodig.) 
  5. Maak de lading kloppend m.b.v. e-.

Slide 21 - Slide

Voorbeeld: MnO4- omzetten naar Mn2+ in zuur milieu.
  1. MnO4- -> Mn2+
  2. Mn klopt al. (vreemde atomen kloppend)
  3. MnO4- -> Mn2+ + 4 H2O (O kloppend)
  4. MnO4- + 8 H+ -> Mn2+ + 4 H2O (H kloppend)
  5. MnO4- + 8 H+ + 5e- -> Mn2+ + 4 H2O (lading kloppend)

Slide 22 - Slide

Samen oefenen
Stel zelf de halfreacties op:
  • MnO4- wordt omgezet in MnO2 in neutraal milieu.
  • SO32- wordt omgezet in SO42- in basisch milieu.

Check je antwoord met Binas tabel 48.

  • Maak de opgaven op het losse oefenblad

Slide 23 - Slide