Spaans: lichaamsdelen

Het lichaam - El cuerpo

1 / 18
next
Slide 1: Slide
New lesson editorSpaansBasisschoolGroep 6

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Het lichaam - El cuerpo

This item has no instructions

Het hoofd en het lichaam

  • el cuerpo = het lichaam

  • la cabeza = het hoofd

  • Deze woorden gaan over grote delen van het lichaam.

  • Voorbeeld: Esta es la cabeza.

Spreek de Spaanse woorden langzaam uit en laat leerlingen meewijzen op hun eigen lichaam.

Armen, handen, benen en voeten

  • el brazo = de arm

  • la mano = de hand

  • la pierna = het been

  • el pie = de voet

In de invoer staat 'de voet'; in het Spaans is dat 'el pie'. Houd de uitspraak eenvoudig en functioneel.

Delen van het gezicht

  • el ojo = het oog

  • la oreja = het oor

  • la nariz = de neus

  • la boca = de mond

  • Voorbeeld: Aquí está la nariz.

Benadruk dat 'aquí está' handig is bij aanwijzen: hier is / hier zit.

Twee van iets, één van iets

  • Je hebt meestal twee ogen: los ojos.

  • Je hebt meestal twee oren: las orejas.

  • Je hebt meestal één neus: la nariz.

  • Je hebt meestal één mond: la boca.

Gebruik deze slide om het verschil tussen enkelvoud en meervoud betekenisvol te maken.

Zet de woorden op de goede plek





el brazo

la mano

la pierna

el pie

This item has no instructions

Zet de woorden op de goede plek





el ojo

la oreja

la nariz

la boca

This item has no instructions

Vul de goede woorden in

Un ojo y dos ojos

Una oreja y dos orejas

Tengo una nariz y una boca

ojos
orejas
nariz
boca
brazos
piernas
pie

This item has no instructions

Welke nieuwe woorden heb je van deze les onthouden?

This item has no instructions

Welke woorden over het lichaam weet je nog?

This item has no instructions

Deze woorden hebben we al geleerd

el cuerpo - het lichaam

la cabeza - het hoofd

el ojo - het oog

la oreja - het oor

la nariz - de neus

la boca - de mond

el brazo - de arm

This item has no instructions

Deze woorden hebben we al geleerd

la mano - de hand

la pierna - het been

el pie - de voet

los ojos - de ogen

las orejas - de oren

los brazos - de armen

las piernas - de benen

This item has no instructions

Nog meer lichaamsdelen

  • el hombro = de schouder

  • la rodilla = de knie

  • la barriga = de buik

Spreek de Spaanse woorden langzaam uit en laat leerlingen meewijzen op hun eigen lichaam.

Delen van het hoofd

  • el cuello = de nek

  • la ceja = de wenkbrauw

  • el pelo = het haar

Benadruk dat 'aquí está' handig is bij aanwijzen: hier is / hier zit.

Twee van iets, één van iets

  • Je hebt meestal twee schouders: los hombros.

  • Je hebt meestal twee knieën: las rodillas.

  • Je hebt meestal twee wenkbrauwen: las cejas.

Gebruik deze slide om het verschil tussen enkelvoud en meervoud betekenisvol te maken.

Zet de woorden op de goede plek





el hombro

la rodilla

la pierna

la barriga

This item has no instructions

Zet de woorden op de goede plek





el ojo

la oreja

la nariz

la boca

This item has no instructions

Aanwijzen met korte zinnen

Je kunt lichaamsdelen aanwijzen met korte Spaanse zinnen:

  • Aquí está la cabeza.

  • Aquí está la mano.

  • Aquí están los ojos.

  • Aquí están las piernas.

Wijs op het verschil tussen 'está' en 'están' zonder grammaticaal zwaar te worden: één ding / meer dingen.