Het lichaam - El cuerpo
Het lichaam - El cuerpo
This item has no instructions
Het hoofd en het lichaam
el cuerpo = het lichaam
la cabeza = het hoofd
Deze woorden gaan over grote delen van het lichaam.
Voorbeeld: Esta es la cabeza.
Spreek de Spaanse woorden langzaam uit en laat leerlingen meewijzen op hun eigen lichaam.
Armen, handen, benen en voeten
el brazo = de arm
la mano = de hand
la pierna = het been
el pie = de voet
In de invoer staat 'de voet'; in het Spaans is dat 'el pie'. Houd de uitspraak eenvoudig en functioneel.
Delen van het gezicht
el ojo = het oog
la oreja = het oor
la nariz = de neus
la boca = de mond
Voorbeeld: Aquí está la nariz.
Benadruk dat 'aquí está' handig is bij aanwijzen: hier is / hier zit.
Twee van iets, één van iets
Je hebt meestal twee ogen: los ojos.
Je hebt meestal twee oren: las orejas.
Je hebt meestal één neus: la nariz.
Je hebt meestal één mond: la boca.
Gebruik deze slide om het verschil tussen enkelvoud en meervoud betekenisvol te maken.
Zet de woorden op de goede plek
el brazo
la mano
la pierna
el pie
This item has no instructions
Zet de woorden op de goede plek
el ojo
la oreja
la nariz
la boca
This item has no instructions
Vul de goede woorden in
Un ojo y dos ojos
Una oreja y dos orejas
Tengo una nariz y una boca
This item has no instructions
Welke nieuwe woorden heb je van deze les onthouden?
This item has no instructions
Welke woorden over het lichaam weet je nog?
This item has no instructions
Deze woorden hebben we al geleerd
el cuerpo - het lichaam
la cabeza - het hoofd
el ojo - het oog
la oreja - het oor
la nariz - de neus
la boca - de mond
el brazo - de arm
This item has no instructions
Deze woorden hebben we al geleerd
la mano - de hand
la pierna - het been
el pie - de voet
los ojos - de ogen
las orejas - de oren
los brazos - de armen
las piernas - de benen
This item has no instructions
Nog meer lichaamsdelen
el hombro = de schouder
la rodilla = de knie
la barriga = de buik
Spreek de Spaanse woorden langzaam uit en laat leerlingen meewijzen op hun eigen lichaam.
Delen van het hoofd
el cuello = de nek
la ceja = de wenkbrauw
el pelo = het haar
Benadruk dat 'aquí está' handig is bij aanwijzen: hier is / hier zit.
Twee van iets, één van iets
Je hebt meestal twee schouders: los hombros.
Je hebt meestal twee knieën: las rodillas.
Je hebt meestal twee wenkbrauwen: las cejas.
Gebruik deze slide om het verschil tussen enkelvoud en meervoud betekenisvol te maken.
Zet de woorden op de goede plek
el hombro
la rodilla
la pierna
la barriga
This item has no instructions
Zet de woorden op de goede plek
el ojo
la oreja
la nariz
la boca
This item has no instructions
Aanwijzen met korte zinnen
Je kunt lichaamsdelen aanwijzen met korte Spaanse zinnen:
Aquí está la cabeza.
Aquí está la mano.
Aquí están los ojos.
Aquí están las piernas.
Wijs op het verschil tussen 'está' en 'están' zonder grammaticaal zwaar te worden: één ding / meer dingen.