Brazilië: beeld en samenleving (Aardrijkskunde havo), les 2: Examentraining

ONTWIKKELINGSLAND · BRAZILIË

Examentraining

Brazilië: beeld en samenleving: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorAardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining: beelden in bronnen beoordelen, een Lorenzcurve lezen, deelgebieden in Brazilië vergelijken en een toekomstscenario onderbouwen.

Items in this lesson

ONTWIKKELINGSLAND · BRAZILIË

Examentraining

Brazilië: beeld en samenleving: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Fernando Quevedo / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

ONTWIKKELINGSLAND · BRAZILIË

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over Brazilië beantwoorden: bronnen beoordelen, een Lorenzcurve lezen, deelgebieden vergelijken en een toekomstscenario onderbouwen.

This item has no instructions

ONTWIKKELINGSLAND · BRAZILIË

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat is het vraagwoord? Beschrijf, leg uit, vergelijk of beargumenteer.

  • 2. Bekijk: wat laat de bron zien, wie maakte hem en met welk doel?

  • 3. Verbind: gebruik een dimensie (economie, sociaal-cultureel, demografie, politiek, natuur).

  • 4. Schrijf: een redenering met doordat en daardoor, met gegevens uit de bron.

This item has no instructions

ONTWIKKELINGSLAND · BRAZILIË

Vraagtype 1: beelden in bronnen beoordelen

  • Je krijgt een foto, folder, krantenkop of filmbeeld van Brazilië.

  • Vraag je af: wie is de zender, wat is het doel, wie is de doelgroep?

  • Welke dimensie laat de bron zien, en welke ontbreekt?

  • Standplaatsgebondenheid: de maker kijkt vanuit zijn eigen positie en belang.

Syllabus A: informatie kritisch gebruiken, met doel, zender, doelgroep en standplaatsgebondenheid. Bij 9a.1: beoordelen van (stereotiepe) beelden van Brazilië in geografische bronnen. Veelgemaakte fout: alleen zeggen dat een bron 'eenzijdig' is, zonder uit te leggen waarom.

Een actiegroep toont alleen brandend regenwoud. Welke dimensie ontbreekt dan?

A

De economische: waarom boeren daar land willen

B

De natuurlijke: wat er met het bos gebeurt

C

De stereotiepe: hoe toeristen het land zien

D

De culturele: welke muziek er gemaakt wordt

Goed: de bron laat de natuur zien, maar niet waarom er gekapt wordt (vraag naar soja en vlees, grondprijzen). De actiegroep wil mensen in actie laten komen. 'Stereotiep' is geen dimensie. Muziek ontbreekt ook, maar is voor dit onderwerp niet relevant.

Een voetbalclip toont Brazilië als vrolijk land. Noem de zender en het doel.

Goed antwoord: zender is bijvoorbeeld een sportmerk of tv-zender; doel is verkopen of kijkers trekken; daarom toont de clip een positief, stereotiep beeld uit de culturele dimensie en laat welvaartsverschillen of werk weg. Verwachte fout: het beeld beschrijven zonder zender en doel.

ONTWIKKELINGSLAND · BRAZILIË

Vraagtype 2: Lorenzcurve en Gini lezen

  • Op de x-as staat het cumulatieve percentage van de bevolking, van arm naar rijk.

  • Op de y-as staat het cumulatieve percentage van het inkomen.

  • Lees af: welk deel van het inkomen heeft de armste helft? Vergelijk met de diagonaal.

  • Hoe boller de curve, hoe ongelijker, hoe hoger de Gini.

Laat leerlingen zelf een curve schetsen met de gegevens uit de vragen. Veelgemaakte fout: de percentages niet cumulatief lezen, of vergeten dat bij de diagonaal de armste 50% ook 50% van het inkomen heeft.

Land A: armste 50% heeft 25% van het inkomen. Land B: 12%. Wat klopt?

A

Land A heeft de hoogste Gini-coëfficiënt

B

Beide landen hebben dezelfde Gini-coëfficiënt

C

Land B heeft de hoogste Gini-coëfficiënt

D

Land B ligt het dichtst bij de diagonaal

Goed: bij land B heeft de armste helft een kleiner deel van het inkomen, dus de curve ligt verder van de diagonaal en de verdeling is ongelijker. Verwachte fout: land A kiezen omdat 25 een groter getal is.

Gini Brazilië 0,50, Nederland 0,26. Wat zegt dat over hun Lorenzcurves?

Goed antwoord: de Lorenzcurve van Brazilië ligt veel verder van de diagonaal dan die van Nederland, dus het inkomen is in Brazilië veel ongelijker verdeeld: de armste groepen hebben een kleiner deel van het totale inkomen. Verwachte fout: zeggen dat Nederland 'rijker' is. De Gini zegt iets over verdeling, niet over het niveau van welvaart.

Snelweg en kantoortorens in het centrum van São Paulo, 2014

ONTWIKKELINGSLAND · BRAZILIË

Vraagtype 3: deelgebieden vergelijken

  • Je krijgt een kaart of tabel met gegevens per regio of deelstaat.

  • Beschrijf eerst het verschil: noem de regio's en de getallen.

  • Verklaar daarna met een dimensie: natuur, economie, geschiedenis, bevolking.

  • Bij Brazilië gaat het vaak om het zuidoosten tegenover het noordoosten.

Syllabus 9a.2 werkwijzen: kenmerken van deelgebieden vergelijken en in hun geografische context plaatsen. Op de foto: het centrum van São Paulo, het economisch hart van het zuidoosten. Veelgemaakte fout: alleen beschrijven en niet verklaren, of andersom. Image credit: Wilfredor / Wikimedia Commons, CC0

Een kaart toont de laagste inkomens in het noordoosten. Welke verklaring past?

A

Veel industrie, veel havens en grote steden

B

Een koel klimaat met veel sneeuw in de winter

C

Weinig industrie, droog binnenland, grootgrondbezit

D

Er wonen daar bijna geen mensen, alleen boeren

Goed: economische (weinig industrie), natuurlijke (droge sertão) en historische (grootgrondbezit) factoren. De eerste afleider hoort bij het zuidoosten. Het noordoosten heeft juist veel inwoners, ook in grote kuststeden.

Leg uit waarom de steden in het binnenland nu sneller groeien dan aan de kust.

Goed antwoord: aan de kust woont al bijna iedereen in steden, dus daar kan het aandeel nog maar weinig stijgen. In het binnenland was de verstedelijkingsgraad lager en groeien steden nu door nieuwe economische activiteit, zoals landbouw en mijnbouw, en door migratie. Verwachte fout: verstedelijkingsgraad en verstedelijkingstempo door elkaar halen.

Een Embraer E195-E2, passagiersvliegtuig uit Brazilië, Paris Air Show 2019

ONTWIKKELINGSLAND · BRAZILIË

Vraagtype 4: toekomstscenario onderbouwen

  • Je krijgt een ontwikkeling, bijvoorbeeld: Brazilië gaat meer hightech exporteren.

  • Voorspel een gevolg voor werk, inkomen of regio's.

  • Onderbouw met een redenering en een voorbehoud: onder welke voorwaarde gebeurt het?

  • Denk aan politiek: good governance of juist corruptie en schommelend beleid.

Syllabus 9a.2: verschillende toekomstscenario's van Brazilië beschrijven en onderbouwen. Waarderende en voorspellende vragen vragen om een voorbehoud. Op de foto: een passagiersvliegtuig van Embraer, voorbeeld van hoogwaardige export. Veelgemaakte fout: een scenario noemen zonder redenering of voorwaarde. Image credit: Matti Blume / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Welke voorwaarde maakt kleinere welvaartsverschillen het meest kansrijk?

A

Stabiel beleid voor onderwijs en tegen armoede

B

Meer export van ruwe grondstoffen naar China

C

Meer ommuurde woonwijken in de grote steden

D

Een grotere informele sector in de steden

Goed: stabiel beleid (good governance) vergroot de kansen voor arme groepen en dus de sociale mobiliteit. Meer grondstofexport kan groei geven, maar komt vaak bij weinig mensen terecht. Verwachte fout: grondstofexport kiezen omdat groei automatisch lijkt te helpen.

Beredeneer een gevolg van meer hightech export voor zuidoost en noordoost.

Goed antwoord: hightech bedrijven vestigen zich vooral in het zuidoosten, waar al hoogopgeleiden, infrastructuur en toeleveranciers zijn. Daardoor groeit het zuidoosten sneller en kan het verschil met het noordoosten groter worden, tenzij de overheid investeert in onderwijs en infrastructuur in het noordoosten (voorbehoud). Verwachte fout: alleen zeggen dat 'Brazilië rijker wordt'.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Beelden in bronnen beoordelen

2

Lorenzcurve en Gini lezen

3

Deelgebieden vergelijken

4

Toekomstscenario onderbouwen

This item has no instructions

ONTWIKKELINGSLAND · BRAZILIË

Tips voor op het examen

  • Noem bij een bron altijd zender, doel en wat er ontbreekt.

  • Een hogere Gini betekent een ongelijkere verdeling, niet meer welvaart.

  • Houd verstedelijkingsgraad (hoeveel) en verstedelijkingstempo (hoe snel) uit elkaar.

  • Vergelijk je regio's: noem ze bij naam en gebruik de getallen uit de bron.

  • Bij een scenario: geef een voorbehoud, zoals 'als het beleid stabiel blijft'.

This item has no instructions