3 vwo 14 t/m 18 februari bijzinnen

Deze les
Absenten (les via Teams)
hoe spel je...
opdracht 1 samen maken/nakijken
uitleg grammatica blok 3
maken huiswerk

1 / 57
next
Slide 1: Slide
NederlandsSecondary Education

This lesson contains 57 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Deze les
Absenten (les via Teams)
hoe spel je...
opdracht 1 samen maken/nakijken
uitleg grammatica blok 3
maken huiswerk

Slide 1 - Slide

absenten

Slide 2 - Slide

hoe spel je...
aggressie (ga op de tafel zitten)
agressie (ga naast je stoel staan)

Slide 3 - Slide

opdracht 1
samen maken/nakijken

Slide 4 - Slide

Denk je dat jij dit spel gaat winnen?
Denk je dat jij dit spel gaat winnen?
WWG/NWG
OW
LV
MW
VZV
BWB

Slide 5 - Slide

Denk je dat jij dit spel gaat winnen?
Denk je dat jij dit spel gaat winnen?
WWG/NWG
OW
LV
MW
VZV
BWB

Slide 6 - Slide

Het lijkt wel of de tijd in het weekend sneller gaat dan doordeweeks.
Het lijkt wel of de tijd in het weekend sneller gaat dan doordeweeks.
WWG/NWG
OW
LV
MW
VZV
BWB

Slide 7 - Slide

Het lijkt wel of de tijd in het weekend sneller gaat dan doordeweeks.
Het lijkt wel of de tijd in het weekend sneller gaat dan doordeweeks.
WWG/NWG lijkt [wel]
OW het (voorlopig onderwerp)
LV
MW
VZV
BWB
Soms staat de onderwerpszin aan het eind van de samengestelde zin en begint de hele zin met Het. HET is het voorlopig onderwerp. 

Met het en of de tijd in het weekend sneller gaat dan doordeweeks wordt hetzelfde bedoeld.

Slide 8 - Slide

Mees heeft er spijt van dat hij zo onaardig is geweest tegen Emine.
Mees heeft er spijt van dat hij zo onaardig is geweest tegen Emine.
WWG/NWG
OW
LV
MW
VZV
BWB

Slide 9 - Slide

Mees heeft er spijt van dat hij zo onaardig is geweest tegen Emine.
Mees heeft er spijt van dat hij zo onaardig is geweest tegen Emine.
WWG/NWG 
OW
LV
MW
VZV
BWB

Slide 10 - Slide

Heb jij ook gehoord dat we een vervanger krijgen voor natuurkunde?
Heb jij ook gehoord dat we een vervanger krijgen voor natuurkunde?
WWG/NWG 
OW
LV
MW
VZV
BWB

Slide 11 - Slide

Heb jij ook gehoord dat we een vervanger krijgen voor natuurkunde?
Heb jij ook gehoord dat we een vervanger krijgen voor natuurkunde?
WWG/NWG 
OW
LV
MW
VZV
BWB

Slide 12 - Slide

Waarom Duncan altijd de nieuwste telefoon wil hebben, is mij een raadsel.
Waarom Duncan altijd de nieuwste telefoon wil hebben, is mij een raadsel.
WWG/NWG 
OW
LV
MW
VZV
BWB

Slide 13 - Slide

Waarom Duncan altijd de nieuwste telefoon wil hebben, is mij een raadsel.
Waarom Duncan altijd de nieuwste telefoon wil hebben, is mij een raadsel.
WWG/NWG 
OW
LV
MW
VZV
BWB

Slide 14 - Slide

Docenten gaan er altijd van uit dat je genoeg tijd hebt om huiswerk te maken.
Docenten gaan er altijd van uit dat je genoeg tijd hebt om huiswerk te maken.
WWG/NWG 
OW
LV
MW
VZV
BWB

Slide 15 - Slide

Docenten gaan er altijd van uit dat je genoeg tijd hebt om huiswerk te maken.
Docenten gaan er altijd van uit dat je genoeg tijd hebt om huiswerk te maken.
WWG/NWG gaan uit (ervan uitgaan)
OW
LV
MW
VZV
BWB

Slide 16 - Slide

Voordat mijn vader zijn eigen bedrijf oprichtte, werkte hij als conducteur.
Voordat mijn vader zijn eigen bedrijf oprichtte, werkte hij als conducteur.
WWG/NWG 
OW
LV
MW
VZV
BWB

Slide 17 - Slide

Lana wil later worden wat haar moeder ook is: advocaat.
Lana wil later worden wat haar moeder ook is: advocaat.
WWG/NWG wil [......................................] worden.
OW
LV
MW
VZV
BWB
Een gezegdezin is altijd het naamwoordelijk deel van het naamwoordelijk gezegde. wil is het hulpwerkwoord, worden is het hoofdwerkwoord

Slide 18 - Slide

De onderwerpszin (ondzin)
Wie nu snel aan het werk gaat, heeft straks het huiswerk af.
Deze persoon heeft straks zijn huiswerk af.

Het is me niet verteld dat ik mijn huiswerk moest maken.
Soms staat de onderwerpszin aan het eind van de samengestelde zin en begint de hele zin met Het.
Het lijkt wel of de tijd in het weekend sneller gaat dan doordeweeks

Slide 19 - Slide

De lijdendvoorwerpszin (lvzin)
Ik had wel verwacht dat ik mijn huiswerk deze les af zou krijgen.
Ik had dat wel verwacht.
Een lijdendvoorwerpszin begint vaak met het onderschikkende voegwoord dat of of. Sommige lijdendvoorwerpszinnen beginnen niet met een voegwoord, maar met wat of wie.
Ik vraag wel even wat we moeten doen.
Ik vraag dat wel even.




Slide 20 - Slide

De gezegdezin (gezzin)
Een gezegdezin is altijd het naamwoordelijk deel van het naamwoordelijk gezegde.
Het is zoals jij me dat had gezegd.
Het is waar.


Slide 21 - Slide

De meewerkendvoorwerpszin (mvzin)
Wie zich niet gedraagt, kun je een schop geven.
Hem kun je een schop geven.

Meewerkendvoorwerpszinnen beginnen altijd met (aan/voor) wie.



Slide 22 - Slide

De voorzetselvoorwerpszin (vzvzin)
Reken er maar op dat hij op tijd komt.
Reken daar maar op.


Slide 23 - Slide

De bijwoordelijke bijzin (bwbzin)
Sinds er computers bestaan is het verbeteren van teksten veel makkelijker geworden.
Sindsdien is het verbeteren van teksten veel makkelijker geworden.


Slide 24 - Slide

Bijvoeglijke bijzin
Een bijvoeglijke bijzin en een deel van een zinsdeel.
Verschil met de andere bijzinnen zoals onderwerpszin en lijdendvoorwerpszin: Ze zijn geen eigen zinsdeel, maar geven extra informatie.
De jongen uit 3A, die al een tijd ziek was, is naar een andere school gegaan.
Waarom hij gegaan is, is niet duidelijk.

Slide 25 - Slide

bijvoeglijke bijzin
Begint met een betrekkelijk voornaamwoord of met een voorzetsel. Soms ook een bijwoord. 
De jongen uit 3A, die al een tijd ziek was, is naar een andere school gegaan.
De buurvrouw, op wie ik erg boos ben, gaat eindelijk verhuizen.
Ken jij een school, waar je geen huiswerk hoeft te maken?

Slide 26 - Slide

huiswerk 
opdracht: 2, 3 (4)

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

Deze les
Absenten (via Teams les)
Hoe schrijf je...
Nakijken
Beknopte bijzin
Verkeerd aansluitende beknopte bijzin
huiswerk

Slide 29 - Slide

absenten

Slide 30 - Slide

cafétje (ga op de tafel zitten)
cafeetje (ga staan)

Slide 31 - Slide

cafeetje
Bij de verkleinvorm van woorden die op é eindigen, vervalt het accent en wordt de e verdubbeld: het is cafeetje, canapeetje, comiteetje, coupeetje en souffleetje. Ook schemaatje, autootje en accuutje zijn juist.

Slide 32 - Slide

nakijken

Slide 33 - Slide

beknopte bijzin
beknopt is een ander woord voor samengevat

Slide 34 - Slide

Beknopte bijzin
Een beknopte bijzin is een bijzin die korter is opgeschreven, dus beknopt. Net als een gewone bijzin is het een deel van de hoofdzin.

Van een beknopte bijzin kun je een volledige bijzin maken. Dit doe je door er een onderwerp en een persoonsvorm aan toe te voegen. Het onderwerp van de bijzin moet hetzelfde zijn als het onderwerp van de hoofdzin.


Slide 35 - Slide

kenmerken
De kenmerken van een beknopte bijzin zijn:

  • het onderwerp ontbreekt;
  • de persoonsvorm ontbreekt;
  • er is een deelwoord (voltooid of onvoltooid), of een combinatie te + infinitief aanwezig.
normaal gesproken heeft een goede zin een OW en PV, een beknopte bijzin is hier dus een uitzondering van.






Slide 36 - Slide

voorbeeld
We hebben geleerd onze rommel op te ruimen.

Je kunt hier ook van maken

We hebben geleerd dat we onze rommel op moeten ruimen


Slide 37 - Slide

voorbeeld
Mopperend ruimen we de troep op

Je kunt hier ook van maken

Terwijl we aan het mopperen zijn, ruimen we onze troep op.


Slide 38 - Slide

hoe te vormen?
We hebben geleerd onze rommel op te ruimen.
infinitief +te

Mopperend ruimen we de troep op
onvoltooid deelwoord

OF een voltooid deelwoord


Slide 39 - Slide

voorbeeld
Gechipt en ontwormd kon ik mijn puppy ophalen bij de dierenarts.

Nadat de dierenarts de puppy gechipt en ontwormd had, kon ik mijn puppy ophalen bij de dierenarts.

Slide 40 - Slide

Foute beknopte bijzinnen
Belangrijk is dat het onderwerp van de beknopte bijzin (die er dus niet letterlijk staat) hetzelfde is als het onderwerp van de hoofdzin.

Film kijkend, bracht mijn moeder mij een glas cola.
Terwijl ik een film keek, bracht mijn moeder mij een glas cola


Slide 41 - Slide

huiswerk
4, 5, 6, 7

Slide 42 - Slide

Slide 43 - Slide

Deze les
absenten
hoe spel je...
opdracht 3 samen een paar zinnen
opdracht 6 een paar zinnen
huiswerk

Slide 44 - Slide

absenten

Slide 45 - Slide

hoe spel je...
websiteje (ga op je tafel zitten)
 websitetje (ga naast je stoel staan)

Slide 46 - Slide

De juiste vorm is websiteje. Daarmee sluiten we het dichtst aan bij de uitspraak. In de uitspraak eindigt website op een t: [wepsait]. Daarachter plaatsen we de uitgang -je (vergelijk geit - geitje). Als we niet de uitspraak maar de spelling als uitgangspunt zouden nemen, zou websitetje logischer zijn. Na woorden op een klinker volgt immers de verkleinuitgang -tje (antennetje, façadetje, anekdotetje). Maar websitetje leidt tot een verkeerde uitspraak.

Slide 47 - Slide

a. Ziad is trots op het hoge cijfer dat hij voor scheikunde heeft gehaald

Slide 48 - Slide

c. Dit boek begint met een stukje waarin de ik-persoon vertelt over zijn vakantie.
Deze bijzin begint met een (voornaamwoordelijk) bijwoord. Daarom moeilijker te vinden.

Slide 49 - Slide

Zelfs Pien, die normaal gesproken altijd aan het kletsen is, was nu even stil.

Slide 50 - Slide

De man aan wie veel mensen hun spaargeld hadden gegeven, is spoorloos verdwenen.
Deze bijzin begint met een VZ

Slide 51 - Slide

vervangen door BVB

Slide 52 - Slide

Zelfs Pien, die normaal gesproken altijd aan het kletsen is, was nu even stil.
De altijd kletsende Pien was nu even stil.

Slide 53 - Slide

De docent geschiedenis, met wie ik een goede band heb, gaat volgend jaar met ons mee op werkweek.
En hier? Moeilijk, want je kunt hier niets, als je de betekenis niet een beetje verandert.

Slide 54 - Slide

opdracht 6
1. Licht geïrriteerd vroeg de docente wie er zo zat te lachen.
 
2. Dat verwende kind is gewend altijd zijn zin te krijgen.

3. Luid hinnikend kwam het paard vlak voor de hindernis tot stilstand.

Slide 55 - Slide

opdracht 9 
samen: 
Verkeerd aansluitend of niet?

Huilend troostte de moeder haar baby.

Slide 56 - Slide

huiswerk
opdracht 8, 9, 10.

Slide 57 - Slide