Exodus 3, 1-11; 4, 11.18
<div><span style="color: rgb(244, 130, 33); font-weight: bold">3</span></div><div><span style="color: rgb(244, 130, 33)">1 </span>Mozes hoedde de kudde van zijn schoonvader Jetro, de priester van Midjan. Eens dreef hij de kudde tot ver in de woestijn en kwam hij bij de berg van God, de Horeb. <span style="color: rgb(244, 130, 33)">2 </span>Toen verscheen hem de engel van Jahwe, in een vuur dat opvlamde uit een doornstruik. Mozes keek toe en zag dat de doornstruik in lichter laaie stond en toch niet verbrandde. <span style="color: rgb(244, 130, 33)">3</span> Hij dacht: `Ik ga er op af om dat vreemde verschijnsel te onderzoeken. Hoe komt het dat die doornstruik niet verbrandt?' <span style="color: rgb(244, 130, 33)">4</span> Jahwe zag hem naderbij komen om te kijken. En vanuit de doornstruik riep God hem toe: `Mozes, Mozes.' `Hier ben ik,' antwoordde hij. <span style="color: rgb(244, 130, 33)">5</span> Toen sprak Jahwe: `Kom niet dichterbij en doe uw sandalen uit, want de plaats waar gij staat is heilige grond.' <span style="color: rgb(244, 130, 33)">6</span> En Hij vervolgde: `Ik ben de God van uw vader, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.' Toen bedekte Mozes zijn gezicht want hij durfde niet naar God op te zien. <span style="color: rgb(244, 130, 33)">7</span> Jahwe sprak: `Ik heb de ellende van mijn volk in Egypte gezien, de jammerklachten om zijn onderdrukkers gehoord; ja, Ik ken zijn lijden. <span style="color: rgb(244, 130, 33)">8</span> Ik daal af om mijn volk te bevrijden uit de macht van Egypte, om het weg te leiden uit dit land naar een land dat goed en ruim is, een land van melk en honing, het gebied van de Kanaänieten, Hethieten, Amorieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten. <span style="color: rgb(244, 130, 33)">9 </span>Het geweeklaag van de Israëlieten is nu tot Mij doorgedrongen en Ik heb ook gezien hoezeer de Egyptenaren hen onderdrukken. <span style="color: rgb(244, 130, 33)">10</span> Ga er dus heen, Ik zend u naar Farao. Gij moet mijn volk, de Israëlieten, uit Egypte leiden.' <span style="color: rgb(244, 130, 33)">11</span> Maar Mozes sprak tot God: `Wie ben ik dat ik naar Farao zou gaan en dat ik de Israëlieten uit Egypte zou leiden?' (...) <br><br></div><div><span style="color: rgb(244, 130, 33); font-weight: bold">4</span></div><div><span style="color: rgb(244, 130, 33)">11</span> Maar Mozes sprak tot Jahwe: `Neem mij niet kwalijk, Heer, maar ik ben geen redenaar. Ik ben dat nooit geweest, en ik ben het ook nu niet, al hebt Gij dan ook tot uw dienaar gesproken. Ik spreek moeilijk en traag.' (...) <span style="color: rgb(244, 130, 33)">18 </span>Nu ging Mozes terug naar Jeter, zijn schoonvader, en zei hem: `Ik zou willen terugkeren naar mijn broeders in Egypte </div><div><br></div>