Les 1 Beroepscode

1 / 51
next
Slide 1: Video
BeroepscodeMBOStudiejaar 1

This lesson contains 51 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Slide 1 - Video

This item has no instructions

Opdracht: Waar liggen jouw prioriteiten?
timer
10:00

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Beroepscode

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Vandaag:
- Inleiding in de beroepscode
- Uitgangspunten van de beroepscode 
- Opdracht maken 
- Opdracht nabespreken. 

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Beroepscode

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Wat is de beroepscode
A
Regels voor privacy
B
Een leidraad voor je handelen

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Is de beroepscode een wet?
A
Ja
B
Nee

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Wat staat er in een beroepscode?
A
Welke arbeids-omstandigheden wenselijk zijn.
B
Hoe het organogram van een onderwijsorganisatie werkt.
C
Welke wetten en regelgeving er op het beroep van toepassing zijn.
D
Hoe mensen zich binnen dat beroep in bepaalde situaties moet gedragen

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

De beroepscode V&V
A
Is een richtinggevend document voor goed professioneel gedrag
B
Hierin staat in grote lijnen hoe je je dient te handelen in bepaalde situaties
C
A en B is goed

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Wat is geen doel van een beroepscode?
A
Eenheid krijgen binnen het bedrijf
B
Makkelijk kunnen straffen
C
Duidelijkheid voor de werknemers
D
Imago van het bedrijf goed houden

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Doel van beroepscode:
- De beroepscode geeft je waarden en normen van de beroepsgroep. 
              Hoe voer je het beroep op de juiste manier uit? 

- Belangrijke waarden voor een verzorgende/verpleegkundige:
Betrouwbaarheid, respect, eerlijkheid, rechtvaardigheid, niet schaden, respect voor de autonomie van de zorgvrager. 

Met de beroepscode wordt het  duidelijk wat anderen van jou als verzorgende/verpleegkundige mogen verwachten. 

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Door wie is een beroepscode opgesteld?
A
Door de beroepsgroep
B
Door de overheid
C
Door je leraar
D
Door je werkgever

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een voorbeeld van een beroepscode?
A
Bepaalde dingen geheim houden wat je over een zorgvrager weet.
B
De woonkamer van een zorgvrager schoonmaken.
C
Een zorgvrager in een rolstoel helpen.
D
Signaleren van veranderingen in de gezondheidstoestand van een zorgvrager.

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

De beroepscode:

- is een leidraad voor je professionele handelen. 

- geeft aanknopingspunten om te bepalen hoe je je professioneel gedraagt 

- biedt handvatten om in complexe situaties een weloverwogen beslissing te maken


Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Wet- en regelgeving
De beroepscode is gemaakt tegen de achtergrond van: 
- De Nederlandse Grondwet (GW)
- Wet beroepen individuele gezondheidszorg (wet BIG) 
- Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO)
- Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg  (WVGGZ)
- Wet Zorg en dwang (WZD)
- Wet kwaliteit, klachten en geschillen in de zorg  (WKKGZ)
- Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Professionele standaard: 
Aantal algemene aanvaarde uitgangspunten in de beroepsuitoefening: 
- Kennis en vaardigheden
- Standaarden, richtlijnen en protocollen
- Wet - en regelgeving
- Uitspraken in tuchtrechtszaken 
- Richtlijnen van de inspectie
- Ethische uitgangspunten
- Standpunten, adviezen en handreikingen. 

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Beroepscode te vinden:

https://www.venvn.nl/thema-s/beroepscode/
Of
Beroepscode app 

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Slide 18 - Video

This item has no instructions

Wat wordt er bedoeld met de volgende uitgangspunten van de beroepscode: 

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Slide 20 - Link

This item has no instructions

1.1
Als verpleegkundige/verzorgende oefen ik het beroep uit met het oog op het welzijn en de gezondheid van de zorgvrager. 

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

1.2 
Als verpleegkundige/verzorgende handel ik bij de uitoefening van mijn beroep naar de normen, richtlijnen, protocollen, gedragsregels en eisen van zorgvuldigheid die invulling geven aan goed hulpverlenerschap 

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

1.3
Als verpleegkundige/verzorgende ben ik verantwoordelijk voor en aanspreekbaar op mijn eigen handelen,
bejegening en gedrag als professional.

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

1.4 
Als verpleegkundige/verzorgende houd ik mijn kennis en vaardigheden voor het op verantwoorde en adequate
wijze uitoefenen van het beroep op peil.

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

1.7
Als verpleegkundige/verzorgende draag ik bij aan een veilige zorgverlening 

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

1.8
Als verpleegkundige/ verzorgende houd ik in de beroepsuitoefening rekening met een verantwoorde 
verdeling van middelen.

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

1.9
Als verpleegkundige/verzorgende zorg ik goed voor mezelf

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

De artikelen onder andere dat ik: 
  • De regie zoveel mogelijk bij de zorgvrager laat.


  • De zorgvrager stimuleer om binnen zijn mogelijkheden en op basis van zijn ervaringskennis voor zichzelf te zorgen en hem daarbij ondersteun.

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Dat betekent onder andere dat ik
• het gebruik van de beroepscode onder mijn collega’s 
   (in opleiding) stimuleer

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Beroepscode

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Programma:
Vorige les(sen):
  • Inleiding in de beroepscode
  • Opdracht 1 en 2 (t/m casus 4)
Vandaag:
  • Opdracht Prioriteiten
  • Verder met opdracht 2 (vanaf casus 5)
  • Ethische vraag ~~ Huiswerkopdracht


Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 1
Wat: Beantwoord de vragen over de beroepscode
Wie: In tweetallen 
Hulpmiddel:  Internet of app Beroepscode
Tijd: 10 minuten

 

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 1
  1. Door wie is de beroepscode opgesteld?
  2. Waarom hebben deze mensen de beroepscode opgesteld?
  3. Welke functie heeft de beroepscode voor je werk als verpleegkundige?
  4. Wat heeft de beroepscode te maken met ethiek?
  5. Zijn de verschillende artikelen uit de code waarden of normen? Verklaar je antwoord.

timer
5:00

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Antwoorden opdracht 1
1. Door verpleegkundigen zelf.
2. Om een normenkader te hebben waar elke verpleegkundige zich aan moet houden. Professionalisering. 
3. Een lijn voor alle beroepsbeoefenaars.
4.  Dit gaat over goed handelen, over goed en kwaad voor verpleegkundigen.
5. Normen, want het zijn gedragsregels.

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 2
Wat: Maak opdracht 2 over de beroepscode in de map Ethiek in ItsLearning, zoek de juiste artikelen bij de casussen
Wie: Individueel
Hulpmiddel: Beroepscode
Tijd: 20 minuten
timer
10:00
Groep 1
Groep 2
Groep 3
Groep 4

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Casus 1
1. Op de afdeling ligt een man van wie bekend is dat hij geweld heeft gebruikt tegen z’n huisgenoten. Je wilt hem wel wassen, maar hij moet niet een gesprek met jou willen over persoonlijke zaken. 



Slide 36 - Slide

Artikelen: 1.1, 2.1, 2.2, 2.4 en 2.5 (2.12)
Casus 2
2. In de verstandelijk gehandicaptenzorg ontstaat er heel voorzichtig een persoonlijk contact tussen een zorgvrager en een verpleegkundige. De laatste verklaart dat ze ‘een klik’ hebben. 

Slide 37 - Slide

Artikelen: 2.4, 3.5, 3.7 en 3.8
Casus 3 
3. De zorgvrager mevrouw H. stopt jou aan het einde dag van de dag 50 euro toe met de woorden: ‘Jij bent altijd zo lief voor mij! Alsjeblieft’ 


Slide 38 - Slide

Artikelen: 2.4, 3.5, 3.7 en 3.8
Casus 4
4. Mevrouw de Jong heeft om euthanasie gevraagd, en de arts heeft daarin toegestemd. De datum is gepland: overmorgen gaat het gebeuren. Jij hebt het er erg moeilijk mee. Je vindt euthanasie niet een goede keuze. Tegelijk weet je niet wat je met de situatie aan moet. 


Slide 39 - Slide

Artikelen: 1.3 en 2.5
Casus 5
5. Jouw collega ruikt soms echt naar alcohol. 



Slide 40 - Slide

Artikelen: 1.1., 1.2, 1.7, 1.9, 3.6, 3.7 en 3.8
Casus 6
6. De arts geeft jou de opdracht om een patiënt insuline te geven, volgens jou een veel te hoge dosis. Jij zegt dat tegen de arts. Hij zegt dat je het toch maar moet doen. Jij weet zo goed als zeker dat dit de patiënt eerder schade toe zal brengen, dan dat het goed zal doen.

Slide 41 - Slide

Artikelen: 1.2, 1.3, 1.5, 1.7, 2.5 en 3.6
Casus 7
7. Jij hoort op het journaal dat de minister fors wil bezuinigen op de ouderenzorg. Je hebt een gesprek met je collega’s, en je merkt dat iedereen boos is, want het gaat volgens jullie ten koste van de kwaliteit van zorg. 



Slide 42 - Slide

Artikelen: 2.3, 3.1, 3.7, 4.3 en 4.6
Casus 8
8. Je hebt het vermoeden dat je zorgvrager, meneer de Kort, door z’n mantelzorger, de buurman, bestolen wordt. Je hebt het idee dat zijn bankrekening leeg wordt gehaald.


Slide 43 - Slide

Artikelen: 1.7, 2.3, 3.6 en 4.4
Opdracht 3: 
Wat: Lees het artikel en markeer welke elementen te maken hebben met de beroepscode van de verpleegkundige.
Wie: Individueel 
Hulpmiddel: Artikel 
Tijd: 10 minuten
timer
10:00

Slide 44 - Slide

This item has no instructions

Slide 45 - Link

This item has no instructions

Opdracht 

Wat: Ga uitzoeken wat de verschillende wetten die je tot nu geleerd hebt voor je beroepshouding betekenen. 

Wie: Individueel

Hoe:  

  • Zoek informatie op en verwerk het in een document (dit mag een powerpoint / word document/  mindmap zijn). Wat jij prettig vindt
  • Koppel 1 element uit de beroepscode aan iedere wet.

Eerstvolgende les kort presenteren 


Slide 46 - Slide

This item has no instructions

Ethische vragen in de zorg

  • zijn niet eenvoudig te beantwoorden
  • je kunt er op verschillende manieren naar kijken
  • een ethische vraag kun je niet zomaar met goed of fout beantwoorden --> je dient een zorgvuldige afweging te maken

Slide 47 - Slide

This item has no instructions

Ethische vraag
In de ethiek gaat het steeds om de vraag: Wat moeten we doen; wat is goed om te doen? Daar worden antwoorden bij gezocht. 
Een ethische vraag heeft betrekking op: wat is goed en wat is kwaad? De antwoorden erop worden meestal gegeven in de vorm van `mag`-of `moet`-zinnen.

Slide 48 - Slide

This item has no instructions

Ethische vragen hebben dus
het volgende in zich:

Mag je……. of
Moet je……. of
Is het goed als………. of
Weegt het belang.... of



Slide 49 - Slide

This item has no instructions

Ethische vraag
Moet online gokken verboden worden?
Voordeel: Minder mensen gaan gokken
Nadeel: Mensen gaan naar illegale/buitenlandse sites

Slide 50 - Slide

This item has no instructions

Formuleer een ethische vraag bij deze casus
Meneer Jansen is opgenomen in een ziekenhuis na een ongeval. Bovendien heeft hij hartproblemen.
Hij vraagt aan de verpleegkundigen om hem in zijn bed naar het rookverblijf te brengen.

Slide 51 - Slide

This item has no instructions