Didactiek fase 1 - didactische werkvormen

Didactiek fase 1 
didactische werkvormen
1 / 22
next
Slide 1: Slide
WelzijnMBOStudiejaar 1

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Didactiek fase 1 
didactische werkvormen

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Didactische werkvormen
Didactische werkvormen zijn manieren om leren in de zaal (veld, zwembad) zo te organiseren, dat deelnemers zoveel mogelijk leren.

Een didactische werkvorm kent twee kanten: een activiteit (actie) van de lesgever gevolgd door een activiteit (reactie) van de deelnemers. In die zin is er sprake van een wisselwerking.

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Didactische werkvormen horen net als bewegingsvormen en organisatie in het deel van het didactisch model dat de uitvoering van de les regelt: de les of training. 

Afhankelijk van de beginsituatie en de doelstelling en rekening houdend met de aard van de bewegingsvormen, kiest de lesgever de meest geschikte didactische werkvormen om zijn lesdoelen te bereiken. Als het doel te maken heeft met leren samenwerken, is het logisch om te kiezen voor groepswerk. Bij het aanleren van ringenzwaaien ligt de instructievorm meer voor de hand.

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Wat maakt dat iemand een goede - effectieve docent is?

Slide 5 - Open question

This item has no instructions

Uit onderzoek naar effectieve en minder effectieve docenten, blijkt dat effectieve lesgevers het volgende doen:

- Ze geven helder en duidelijk instructies.
- Ze geven concreet aan wat het doel is en wanneer het is bereikt.
- Ze geven beheersbare en uitvoerbare taken.
- Ze beoordelen de leeruitkomsten op een voor de deelnemer te        
  begrijpen wijze.
- Ze grijpen onmiddellijk terug op afgesproken regels en 
  bedoelingen wanneer de deelnemers afwijkend gedrag vertonen.

Ook blijkt  dat effectieve docenten over de volgende kenmerken beschikken: enthousiasme - warmte - helderheid - humor.

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Indeling van didactische werkvormen
Er bestaan heel veel verschillende didactische werkvormen. Daarom is het handig om tot een indeling van deze werkvormen te komen. 

Dit kan op drie manieren:

- organisatorisch
- wijze van aanbieden
- ruimte die de lesgever biedt.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Organisatorisch
Op grond van dit organisatorisch uitgangspunt kom je tot de volgende indeling:
 

vrij werken
werken in groepen
werken in een vaste volgorde (banen, stroomvorm)
klassikaal werken.

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Wijze van aanbieden
Op grond van de manier van aanbieden kun je tot de volgende indeling komen:

- stellen van vragen
- geven van opdrachten
- geven van instructie.
- zelfontdekking
- coaching
- spelvorm

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Ruimte die de lesgever biedt
Op grond van de manier van aanbieden kun je tot de volgende indeling komen:

- open didactische werkvormen
- gesloten didactische werkvormen.


Slide 10 - Slide

In de gesloten situatie gaat elk initiatief uit van de lesgever: die bepaalt wat er gedaan wordt. In de open situatie werken de deelnemers op hun eigen niveau, in hun eigen tempo en naar hun eigen interesse. De lesgever begeleidt slechts

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Geef een voorbeeld van een open en een gesloten lesgeefsituatie

Slide 12 - Open question

This item has no instructions

Opdracht
Maak de opdrachten uit de leertaak

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Line dancing

Wat weet jij nog van vorige week?

Slide 14 - Slide

Vraag 1: 
Wat was het onderwerp van vorige les:
didactische werkvorm

Vraag 2:
Wat is een didactische werkvorm?
manieren om leren in de zaal (veld, zwembad) zo te organiseren, dat deelnemers zoveel mogelijk leren.

Vraag 3:
Kun jij 3 didactische werkvormen benoemen?

Vraag 4:
Wat is het verschil tussen een open en een gesloten werkvorm?
Didactische werkvormen

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Verschil tussen opdrachtvorm en instructie

Bij het gebruik van de opdrachtvorm vertelt de lesgever wat er moet gebeuren. Vervolgens gaat de groep aan de slag. De lesgever geeft een opdracht zonder al te veel aanwijzingen en instructie. Wanneer hij technische aanwijzingen geeft, is het een instructievorm.

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Instructievorm
Instructie kun je op verschillende manieren geven:


auditieve instructie (praatje)
visuele instructie (plaatje)
tactiele of manuele instructie (beweging aan laten voelen).

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Visuele instructie
Het merendeel van de deelnemers (en zeker kinderen) is visueel ingesteld. Het is dan ook voor de lesgever van het grootste belang om met voorbeelden te werken. Bij visuele instructie kun je ook gebruikmaken van plaatjes, foto’s of filmbeelden. 

Er zijn twee soorten voorbeeldvormen:
het opdrachtvoorbeeld (ter verduidelijking)
het instructievoorbeeld (om aanwijzingen te geven)

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Opdracht
Maak de opdrachten uit de leertaak

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Nakijken

Neem je didactiek vragen van vorige week er bij.

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Oefenmoment

Wat heb je onthouden?

Ga naar boom digitaal.

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Opdracht

Maak de didactiek vragen van deze week.

Slide 22 - Slide

This item has no instructions