Caroussel Toetsweek klas 2

müssen en sollen
- Je weet in welke situatie je müssen of sollen moet gebruiken

- Je kan deze werkwoorden vervoegen

-  Je kan müssen en sollen toepassen
1 / 15
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

müssen en sollen
- Je weet in welke situatie je müssen of sollen moet gebruiken

- Je kan deze werkwoorden vervoegen

-  Je kan müssen en sollen toepassen

Slide 1 - Slide




Je gaat eerst kijken naar een filmpje zodat je weer weet hoe het ook al weer zit met de werkwoorden müssen en sollen... 
Ga naar de volgende slide en klik op de link om het filmpje te bekijken.

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Oefenen

Je gaat nu aan de slag met 
müssen en sollen


Slide 4 - Slide

Slide 5 - Link

Slide 6 - Link

Slide 7 - Link

müssen of sollen
Je krijgt nu een aantal situaties  te zien waarin jij moet kiezen of je de vorm van müssen of de vorm van sollen moet gebruiken.
Schrijf de vorm over van het werkwoord dat jij denkt te moeten gebruiken in de desbetreffende situatie.....

Slide 8 - Slide

"Ihr musst/sollt jetzt Aufgabe 10 machen!", sagt Frau Heukers.

Slide 9 - Open question

Bei der Ampel musst/sollst du anhalten.

Slide 10 - Open question

Ich weiß nicht was ich jetzt machen soll/muss

Slide 11 - Open question

Wo sind die Toiletten?
Ich muss/soll mal.

Slide 12 - Open question

Hunde müssen/sollen draußen bleiben.

Slide 13 - Open question

Der Arzt hat gesagt, dass Julian mehr Früchte essen muss/soll.

Slide 14 - Open question

Slide 15 - Slide