V4 Latijn 17 Febr.

V4 Latijn
17 Feb '21
1 / 21
next
Slide 1: Slide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

V4 Latijn
17 Feb '21

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen?
  • Tekst 7 & 8 nakijken
  • Quiz stamtijden maneo t/m posco 
  • Huiswerk: 
  • Vert. tekst 9 t/m r.6
  • L. stamtijden ago t/m colo & maneo t/m relinquo

Slide 2 - Slide

Quid inter morbos animi intersit et adfectus saepe iam dixi. 

Nunc quoque te admonebo: 

morbi sunt inveterata vitia et dura, 
ut avaritia, ut ambitio; 

nimio artius haec animum inplicuerunt et perpetua eius mala esse coeperunt. 



Wat het verschil is tussen ziekten van de geest en affecten, heb ik al vaak gezegd. 

Ook nu zal ik je er aan herinneren:     

morbi zijn ingewortelde en hardnekkige fouten, zoals hebzucht, zoals ambitie: 

te nauw hebben ze de geest omwikkeld en ze zijn begonnen een altijddurend kwaad daarvoor te zijn. 

Slide 3 - Slide

Ut breviter finiam, morbus est iudicium in pravo pertinax, tamquam valde
expetenda sint quae leviter expetenda sunt.


Adfectus sunt motus animi inprobabiles, subiti et concitati, 


qui frequentes neglectique fecere morbum, 

fecere = fecerunt



Opdat ik het kort definieer: een morbus is een oordeel, volhardend in het slechte, alsof díe dingen, die matig begeerd moeten worden,  zeer begeerd moeten worden.

Affecten zijn afkeurenswaardige impulsen van de geest, plotseling en snel in beweging ge- bracht, 

die als zij talrijk en verwaarloosd zijn een morbus veroorzaakt hebben, 

Slide 4 - Slide

sicut destillatio una 

nec adhuc in morem adducta 


tussim facit, 

adsidua et vetus 


pthisin.



zoals één verkoudheid, 

indien zij nog niet tot gewoonte is geworden /  indien zij nog niet frequent optreedt, 

een hoestbui veroorzaakt, 

(maar) indien zij aanhoudend is  en lang bestaand, 

tuberculose [veroorzaakt]

Slide 5 - Slide

Seneca illustreert zijn verhaal over morbus en affectus met een vergelijking:

'affectus staat tot morbus zoals x staat tot y.'

Noteer de Latijnse woorden x en y.

Slide 6 - Open question

Itaque qui plurimum profecere extra
 morbos sunt, 

-ere = erunt

adfectus adhuc sentiunt perfecto proximi.

Dus zijn degenen die het meest vorderingen hebben gemaakt (in de filosofie) buiten de (gevaren van) morbi, 

maar de affecten voelen zij nog wel, ook al zijn ze zeer dichtbij het volmaakte.


Slide 7 - Slide

Utrum satius sit modicos habere adfectus an nullos saepe quaesitum est.

Nostri illos expellunt, Peripatetici temperant. 


Ego non video quomodo salubris esse aut utilis possit ulla mediocritas morbi.



Of het beter is bescheiden affecten te hebben of geen, is (al) vaak gevraagd. 

Onze mensen/de onzen verdrijven ze/bannen ze uit, de Peripatetici matigen ze. 

Ik zie niet hoe enige lichte graad van ziekte gezond of nuttig kan zijn.

Slide 8 - Slide

Hoe gaan de peripatici om met affecten?
A
De peripatici negeren de affecten
B
De peripatici ontkennen het bestaan van de affecten
C
De peripatici matigen de affecten
D
De peripatici koesteren de affecten.

Slide 9 - Quiz

Met welk argument wijst Seneca de houding van de peripatici t.a.v. de affecten af ?
A
De peripatici hebben nooit goed nagedacht over affecten.
B
Ook een beetje ziek is nog steeds niet gezond
C
Van een kale kip kun je niet plukken (vrij vertaald).
D
Je kunt affecten niet matigen - dat is de paradox.

Slide 10 - Quiz

Stamtijden
maneo t/m posco

Slide 11 - Slide

Geef het pf bij posco

Slide 12 - Open question

Geef het praesens bij missum

Slide 13 - Open question

Geef het ppp bij peto

Slide 14 - Open question

Geef het praesens bij pulsum

Slide 15 - Open question

Geef het pf bij metuo

Slide 16 - Open question

Geef het pf bij pario

Slide 17 - Open question

Geef het pf bij nosco

Slide 18 - Open question

Geef het praesens bij mansi

Slide 19 - Open question

Geef het ppp bij misceo

Slide 20 - Open question

Huiswerk: 
  • Vert. tekst 9 t/m r.6
  • L. stamtijden ago t/m colo & maneo t/m relinquo 

Slide 21 - Slide