Flensjes en sinaasappelsaus

1 / 60
next
Slide 1: Slide
HorecaPraktijkonderwijsLeerjaar 1

This lesson contains 60 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Startklaar 
       
       Pak je Chromebook/ laptop voor je
       Start je Chromebook/ laptop op
       Log in op www.lessonup.app 
       Stop je telefoon in het zakkie en in je tas 

      
timer
2:30

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Startklaar 
  •    Stop je telefoon in het zakkie en in je tas
       Ruim je tas en jas op bij de kapstok
       Pak een koksbuis en haarnetje
       Alles gedaan, ga je zitten

  • PAK EEN PEN
      
timer
5:00

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Afspraken
  • Jullie laten mij uitpraten
  • We zorgen voor een veilige werkomgeving
  • Je doet serieus mee
  • We schelden niet
  • Telefoons in je zakkie / tas of kwijt
  • Laat maar zien dat je ze wegstopt

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Regels in de nieuwe keuken
  • We gaan heel voorzichtig met spullen om
  • We laten het heel schoon achter

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

 Agenda
  • Leerdoelen
  • Theorie
  • Flensjes & Sinaasappelsaus
  • Schoonmaken
  • Afsluiten 

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Wat hebben we vorige les gedaan?

Slide 7 - Mind map

This item has no instructions

Theorie 
  • HoReCa 

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Wat weten we nog van de vorige les?

Slide 9 - Mind map

This item has no instructions

Leerdoelen vorige les
  • Je kan aan de hand van het recept nasi maken
  • Ik weet welke gereedschappen ik hierbij gebruik

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen
  • Ik kan een omschrijving geven van de verschillende soorten zuivel en uitleggen hoe deze bewaard moeten worden.
  • Ik kan per zuivelsoort 2 voorbeelden noemen.

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Wat is zuivel?

Slide 13 - Mind map

This item has no instructions

Welke zuivel kan je allemaal noemen? Schrijf op.

Slide 14 - Mind map

This item has no instructions

Zuivel
Zuivel = alle producten die gemaakt worden van melk
slagroom, kaas, boter, yoghurt


Koe, schaap, geit, buffel, kameel

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Theorie
Koe melken
Melk naar de melkfabriek
Melk verwerkt in de fabriek
Verwerken of verpakken
Naar de winkel

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Waar komt je melk vandaan?

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Bewerken van melk
Pasteuriseren - 15 seconden verhitten tot 72 C
--> verse melk

Steriliseren - 5 seconden verhitten tot 110 C
--> houdbare melk in de koeling

UHT-steriliseren - 5 seconden verhitten tot 140 C
--> lang houdbare melk buiten de koeling



Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Vetgehalte in room

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Vetgehalte in room
Nagerechten - vet
Soepen - minder vet

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Andere zuivelproducten

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Begrippen uit deze les

  • Zuivel
  • Slagroom
  • Melk
  • Kaas
  • Boter

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Hoe bewaren we zuivel?
  • In de koelkast, maximaal 7 graden
  • Gebruik je het even niet, zet het gelijk in de koelkast
  • Tot de THT datum
  • Na openen 3 dagen

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Begrippen
Zuivel= alle producten gemaakt van melk
Pasteuriseren= 15 sec verhitten tot 72 C
Steriliseren= 5 sec verhitten tot 110 C

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Wat is GEEN zuivelproduct?
A
Kaas
B
Melk
C
Boter
D
Soja

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Hoe kan je zuivel bewaren?

Slide 26 - Mind map

This item has no instructions

Schrijf dit nu op je Cornell
blad wat het is

  • Zuivel
  • Slagroom
  • Melk
  • Kaas
  • Boter

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Wat zijn flensjes?

Slide 28 - Mind map

This item has no instructions

Flensjes

Slide 29 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Flensjes
  • Zijn heel dun
  • GEEN pannenkoek
  • Daarom weinig beslag nodig

Slide 30 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Instructie
Afwassen:
  1.  Eten weg
  2. Voorspoelen
  3. Afwassen
  4. Naspoelen 
  5. Drogen

Slide 31 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Wat zijn gereedschappen?

Slide 32 - Mind map

This item has no instructions

Gereedschappen

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Gereedschappen
  • Kijk in je laatje en werkbank en schrijf alle materialen op
  • Als je het niet in het Nederlands weet, dan in je eigen taal
  • Daarna op het bord 
timer
10:00

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Een aantal belangrijke gereedschappen

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Inductieplaat
9 = hoog
7 = gemiddeld
3 = laag

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Inductieplaat
9 = hoog
7 = gemiddeld
3 = laag
  • Water koken = 9
  • Bakken = 7
  • Sauzen = 3
timer
3:00

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Inductieplaat

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Warme nagerechten
Flensjes = in het frans Crepe  dunne variant van een              pannenkoek. Hoe dunner hoe beter + niet kleuren
Klassiek Crepe Suzette: flensjes met karamel-sinaasappelsaus


Slide 39 - Slide

This item has no instructions

             Flensjes en sinaasappelsaus

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

             Flensjes en sinaasappelsaus
Half recept:
  • 100 ml melk
  • 50 gram bloem
  • 1 ei
  • 0.25 el suiker
  • Snufje zout

Slide 41 - Slide

This item has no instructions

Stappen:
  • We maken eerst het beslag. Ruim dan op.
  • Dan gaan we samen partjes snijden.
  • Daarna gaan we saus maken.
  • Als laatste gaan we bakken.
       Flensjes en sinaasappelsaus

            Moeilijk recept! 

Slide 42 - Slide

This item has no instructions

Stap 1
  1. Splits 1 ei.
  2. Gebruik het eidooier.
  3. Zeef het bloem met suiker en zout erdoor.
  4. Maak een kuil in het bloem.
  5. Doe de eidooier en de 2 hele eieren in de kuil.
  6. Voeg al roerend de melk toe tot een glad beslag.

Slide 43 - Slide

This item has no instructions

Stap 2
  1. Zet het beslag 30 minuten in de koelkast.
  2. Snij de schil van de sinaasappel.
  3. Snij de partjes los.
  4. Vang het sap apart op (dit is voor de saus)

Slide 44 - Slide

This item has no instructions

Stap 3
Doe in een (kleine) steelpan:
  • 1 sinaasappel
  • 0,5 citroensap
  • 25 gram suiker.

Breng aan de kook.
Laat karameliseren

Slide 45 - Slide

This item has no instructions

Stap 4
  1. Voeg 20 gram boter toe.
  2. Roer door en kook kort.
  3. Laat het afkoelen.

Slide 46 - Slide

This item has no instructions

Stap 5
  1. Smelt 20 gram boter en roe door het beslag.
  2. De rest van de boter gebruik je om te bakken.

Slide 47 - Slide

This item has no instructions

Stap 6
  1. Verhit de koekenpan.
  2. Smelt de boter.
  3. Giet beslag op de bodem dat deze net vol is.
  4. Bak beide kanten Lichtbruin.
  5. Leg op een bord.

Slide 48 - Slide

This item has no instructions

Stap 7
  1. Verwarm de saus.
  2. Vouw de crepe in 4en en leg in de saus.
  3. Klop de slagroom.
  4. Leg de crepe op het bord.
  5. Leg een quenelles op de crepe.
  6. Serveer en eet met de saus.

Slide 49 - Slide

This item has no instructions

Stappen:
  • We maken eerst het beslag. Ruim dan op.
  • Dan gaan we samen partjes snijden.
  • Daarna gaan we saus maken.
  • Als laatste gaan we bakken.
       Flensjes en sinaasappelsaus

Slide 50 - Slide

This item has no instructions

Welke materialen hebben we nodig?
Schrijf op.

Slide 51 - Open question

This item has no instructions

Voorbereiding
  • Zorg dat je startklaar bent voor de praktijk.
  • Handen gewassen
  • Haarnetje 
  • Sopje

Slide 52 - Slide

This item has no instructions

Lunchbroodjes
12 x halal kipfilet en 12 x halal gezond
Kip: Sla, roomkaas, komkommer, tomaat
Gezond: Sla, mayo, kaas, komkommer, tomaat, gekookt ei (10m), peper, zout

Slide 53 - Slide

This item has no instructions

Afronden
Na het koken ga je je spullen schoonmaken en opruimen. 

je zorgt dat ze ruimte weer netjes wordt.

Slide 54 - Slide

This item has no instructions

Extra voor wie klaar is

  • Doeken neerleggen
  • Laatjes controleren
  • Even lokaal vegen
  • Volgende les klaarzetten

Slide 55 - Slide

In de slotfase van de les controleert de docent of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen de les, het proces en blikt vooruit. 
Taken einde van de les
  • Vloer vegen                 Evt dweilen
  • Kruidenkar
  • Oven schoonmaken
  • Afweegwerkbank
  • Afdekken + stickeren
  • Werkbank controle
  • Schone doeken neerleggen

Slide 56 - Slide

This item has no instructions

Extra: Gerecht uit je cultuur
  • Schrijf een gerecht uit jouw cultuur op
  • Hiervan bekijken we een YouTube filmpje
  • Schrijf zo veel mogelijk ingrediënten op die je ziet



Slide 57 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Leerdoelen
  • Ik kan een omschrijving geven van de verschillende soorten zuivel en uitleggen hoe deze bewaard moeten worden.
  • Ik kan per zuivelsoort 2 voorbeelden noemen.

Slide 58 - Slide

This item has no instructions

Schrijf nu op

  • Wat was nog niet duidelijk?
  • Wat wil je nog weten?

Slide 59 - Slide

This item has no instructions

Slide 60 - Slide

In de slotfase van de les controleert de docent of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen de les, het proces en blikt vooruit.