H2 introductie - Steden

Steden in het buitenland

  • Wat valt je op als je kijkt naar de hoeveelheid flatgebouwen?


  • Waaraan kun je zien dat er veel mensen op een klein oppervlak wonen?


  • Wat heeft deze foto met het onderwerp van dit hoofdstuk te maken?

1 / 16
next
Slide 1: Slide
New lesson editorAardrijkskundeVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2

This lesson contains 16 slides, with text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Steden in het buitenland

  • Wat valt je op als je kijkt naar de hoeveelheid flatgebouwen?


  • Waaraan kun je zien dat er veel mensen op een klein oppervlak wonen?


  • Wat heeft deze foto met het onderwerp van dit hoofdstuk te maken?

Gebruik een herkenbare skyline, bijvoorbeeld New York of Shanghai, om het onderwerp meteen visueel te maken.

Dit ga je leren

Ik kan uitleggen hoe een stad is opgebouwd.

Ik kan beschrijven wat een centrum, woonwijk en industriegebied is.


This item has no instructions

Eens of oneens?

• Je kunt beter in een stad wonen: daar zijn winkels, scholen, sportvelden en bioscopen lekker dichtbij.

• In een dorp ken je iedereen, is veel groen en is het lekker rustig.

• In een stad is het druk, lawaaiig en niet veilig.

• Amsterdam en Rotterdam zijn grote steden.


This item has no instructions

Wat is een stad?

  • Een stad is een grote plaats waar veel mensen wonen en werken.


  • In een stad zijn vaak veel gebouwen, wegen, winkels en voorzieningen.


  • Een dorp is meestal kleiner en rustiger dan een stad.

Houd het eenvoudig: leg vooral het verschil met een dorp uit, zonder in historische stadsrechten te gaan.

Een stad heeft veel functies

In een stad vind je vaak:

  • woningen

  • winkels

  • scholen

  • werkplekken

  • vervoer

  • recreatie

Benadruk dat een stad meer is dan alleen huizen: mensen wonen, werken, reizen en ontspannen er.

Opbouw van een stad

Een stad bestaat uit verschillende delen:

  • centrum

  • woonwijken

  • industriegebied

  • winkelgebieden

  • parken en recreatiegebieden


Elk deel heeft een eigen functie.

This item has no instructions

Delen van de stad werken samen


Een grote stad heeft goede verbindingen nodig. Dit noem je infrastructuur.


Denk aan:

  • spoorlijnen

  • snelwegen

  • bussen

  • metro of tram



Hier leg je de samenhang uit tussen stadsdelen. Dat bereidt de volgende slides over centrum, woonwijk en industriegebied voor.

Waarom zijn verbindingen belangrijk?

Goede verbindingen helpen de stad.


  • mensen → school, werk, winkels


  • goederen → winkels, bedrijven, fabrieken

Dit is een mooi moment om oorzaak en gevolg te laten zien: zonder vervoer werkt een stad minder goed.

Het centrum

Het centrum is vaak het drukste deel van de stad.


Je vindt er vaak:

  • winkels

  • kantoren

  • restaurants

  • het gemeentehuis

  • een station

This item has no instructions

Waarom is het centrum druk?

Veel mensen komen naar het centrum om:

  • te winkelen

  • te werken

  • te reizen

  • iets te eten of te regelen


Koppel drukte aan functies: veel voorzieningen op één plek trekken veel mensen aan.

De woonwijk

In een woonwijk wonen de meeste mensen.


Je vindt er vaak:

  • huizen of flats

  • scholen

  • speeltuinen

  • sportvelden

  • straten waar mensen wonen

This item has no instructions

Waarom wonen veel mensen hier?

Een woonwijk is vaak rustiger dan het centrum.


Er is meer ruimte voor huizen en er is minder druk verkeer dan in het centrum.

Leg eenvoudig uit dat wonen en druk stadsverkeer niet goed samengaan. Gebruik woorden als rustig, ruimte en veilig.

Het industriegebied

In een industriegebied staan fabrieken en grote bedrijven.


Je ziet er vaak:

  • opslagplaatsen

  • vrachtwagens

  • grote gebouwen

  • werkplaatsen

This item has no instructions

Aan de rand van de stad

Een industriegebied ligt vaak aan de rand van de stad.


Dat is handig omdat daar:

  • meer ruimte is

  • grote wegen liggen

  • vrachtwagens makkelijk kunnen rijden

Noem vooral ruimte en bereikbaarheid als hoofdreden. Houd het op CEFR A1-niveau.

Belangrijk om te onthouden

  • Een stad heeft verschillende delen.

  • Het centrum is vaak druk.

  • In woonwijken wonen mensen.

  • In een industriegebied staan fabrieken.




Deze slide bundelt de kern van de les vóór de begrippenlijst.

Aan het werk:

  • Maak blz. 54 en 55 uit het boek.

  • Klaar: Maak een poster van één van deze grote steden:

    • Londen

    • Tokio

    • New Dehli

    • New York.


Deze slide bundelt de kern van de les vóór de begrippenlijst.