Pubquiz vragen Laelius 5.3.4 & 5.3.5

Pubquiz vragen Laelius 5.3.4 & 5.3.5
1 / 15
next
Slide 1: Slide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Pubquiz vragen Laelius 5.3.4 & 5.3.5

Slide 1 - Slide

5.3.4 vraag 2
r. 4 illis: Citeer het Latijnse tekstelement uit het voorgaande waarnaar dit verwijst.

Slide 2 - Open question

5.3.4 vraag 4
r. 9-10 ita .tm.. potestatem: Leg in je eigen woorden uit wat de gedachtengang is die hier wordt gevolgd. Schrijf het op met steekwoorden (als te lang)

Slide 3 - Open question

5.3.4 vraag 5
r. 10-11 impetum benevolentiae: Waarom wordt hier gesproken over een 'dramg'pf 'neiging' tot welwillendheid?

Slide 4 - Open question

5.3.4 vraag 6
r. 10-11 Est ..tm.. benevolentiae: a. Waarmee wordt de neiging tot vriendschap vergeleken?
b. Wat is het punt van overeenkomst tussen beide?

Slide 5 - Open question

5.3.4 vraag 8 r. 13-14 Quidam ..t/m.. magna
a. Citeer het Latijnse tekstelement dat is vertaald met "voor een grijpstuiver'
b. Citeer het Latijnse tekstelement dat is vertaald met 'vallen door de mand'.
Vertaling W.A.M. Peters:
Sommige vrienden vallen al voor een grijpstuiver (een 5 cent-munt) als onbetrouwbaar door de mand. Er zijn er ook die niet voor een gering bedrag, wel voor groot geld bezwijken en zich zo laten kennen.

Slide 6 - Open question

5.3.4 vraag 10 r. 27 utraque ... re
Leg in je eigen woorden uit wat hiermee concreet wordt bedoeld.

Slide 7 - Open question

5.3.4 vraag 12 r. 35-36 "wie niet ....tm... standvastig zijn": Waarom is dit zo?

Slide 8 - Open question

5.3.4 vraag 13 r. 47-48 "maar is ...tm ... gedaan": In epistula 3, par. 3 geeft Seneca hier op krachtige wijze uiting aan. Citeer uit die passage het Latijnse tekstelement dat ongeveer hetzelfde zegt als Laelius hier doet.

Slide 9 - Open question

5.3.5 vraag 1. r. 6-7 "gaf hij het respect van een hogergeplaatste":
a. Wat bedoelt Laelius hiermee?
b. is wat Scipio hier doet 'eerlijk'? Verdiende Quintus Maximus dit ook? Citeer als antwoord een zin uit deze passage die antwoord geeft op deze vraag.

Slide 10 - Open question

5.3.5 vraag 3. r. 15-17 "wanneer ... tm ... beschouwden"
Noem een beroemd voorbeeld uit de Romeinse (vroege) geschiedenis van mensen die (klein)zonene waren van een koning en toch als herders opgroeiden.

Slide 11 - Open question

5.3.5 vraag 4. r. 23 "de lagergeplaatsten"
Leg uit op basis van je kennis van de Romeinse maatschappij over welk soort mensen Laelius onder meer hier spreekt. Gebruik in je antwoord de typisch Romeinse term.

Slide 12 - Open question

5.3.5 vraag 5. r. 28 "een verwijt aan jouw adres"
Leg uit hoe een vriendendienst een verwijt aan jouw adres kan worden.

Slide 13 - Open question

Deze vraag heb ik nog over de "Laelius":

Slide 14 - Open question


De inhoud van de Laelius begrijp ik
0100

Slide 15 - Poll