Unit 3: Week 1

1 / 27
next
Slide 1: Slide
NT2Middelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 27 slides, with text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Les 1

Lesdoelen

Je weet wat we gaan doen in de nieuwe unit.
Je kent nieuwe woorden over persoonlijkheidskenmerken.

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

In deze Unit:
Wat wil jij later worden?
  • Beroepen (professions)
  • Karaktereigenschappen (character traits)
  • Schrijfdossier


Summatives:
Lezen (20/03) & Schrijven (27/02)

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Unit 1: Inquiry Statement


Identity formation is influenced by the context we live in.

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Wat is persoonlijke identiteit?



What is personal identity?









Slide 7 - Slide

Wat denken de leerlingen dat je persoonlijke identiteit is?


Bespreek en lees daarna samen de uitleg op de volgende slide.
Persoonlijke identiteit is ...
Personal identity refers to the unique ways that you define yourself.
______________________________________________________________________________

 One person might choose to emphasize their family, religion, and interests when describing their identity. 

A different person might emphasize their race, neighbourhood, and job as important parts of who they are.

Slide 8 - Slide

Lees samen de definitie.


Vertel dat wij vandaag woorden gaan leren waarmee je iemand z'n persoonlijkheid kan beschrijven. Hiermee kunnen ze later in de unit hun persoonlijke identiteit beschrijven en koppelen aan hun baan.
ATL Skill - Organisation skills
Keep an organized and logical system of information files/notebooks.
----------------------------------------------------------------------
Dus: Jullie krijgen (get) allemaal een woordenlijst van Unit 3.

Doe de woordenlijst in je mapje.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 1:
Vind de woorden in de woordenzoeker.

Schrijf op:
- Het gevonden woord (Nederlands)
- De Engelse vertaling

(Kan diagonaal / achterstevoren zijn)

Slide 10 - Slide

Je kunt de woordenzoeker vinden in Google Drive: Week 1.
Opdracht 2:
Welke persoonlijkheidskenmerken passen bij deze mensen? Schrijf de zin over en vul het correcte woord in.

1) Ik ben _________________________, want ik wacht rustig af.
2) Mijn moeder is heel ___________________________, want zij helpt graag anderen.
3) Mijn buurman is ___________________________, want hij praat graag met anderen.
4) Mijn beste vriend is  ___________________________, want hij is aardig tegen iedereen.
5) Ik ben heel _______________________________, want ik maak mijn taken altijd heel precies.
6) Mijn broer is heel ____________________________, want hij leert graag nieuwe dingen

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 3:
Hoe beschrijf jij deze personen?

Gebruik:   Hij/Zij is _______________, want _________________


Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 4:
Hoe beschrijf jij jouw identiteit? Bespreek het in je groepje.

Ik ben _______________, want ___________________


(Gebruik de persoonlijkheidskenmerken en vertel waarom).

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Extra tijd?
Speel een:

  • Quizlet Live
  • Blooket
  • Gimkit

Slide 14 - Slide

Quizlet: 
https://quizlet.com/user/Stijn_Leemans/folders/unit-11-wat-wil-jij-later-worden?i=62okib&x=1xqt

Blooket week 1 + 2: 
https://dashboard.blooket.com/set/69611414782132d9e64e1761

Blooket alle weken: 
https://dashboard.blooket.com/set/6961152414584315dd16951c

Gimkit week 1 + 2: 
https://www.gimkit.com/view/696114804535077f878ad2a1

Gimkit alle weken: 
https://www.gimkit.com/view/696114e466a6473b396519e7

Les 2

Lesdoelen

Je kent de eigenschappen van een blog.
Je kan vraagzinnen maken.

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 1:
Lees de blog met je groepje. Bespreek samen de volgende vraag.


Wat maakt dit een blog?
Denk aan eigenschappen (characteristics). 







What to do when you come across an unfamiliar word?

- Guess the meaning based on context
- Guess the meaning based on a similar word in English

Doesn't work? -------- Skip it! Keep on reading
ATL:
Read critically and for comprehension

Slide 16 - Slide

Kenmerken van een blog: 

- Titel
- Inleiding waarin wordt benoemd waar de blog over gaat
- De lezers worden betrokken
- De blog geeft de lezer advies/tips
- In het slot wordt gevraagd aan de lezer om te reageren
Opdracht 2:
Lees de blog opnieuw (again).

Maak de opdrachten op het werkblad.
What to do when you come across an unfamiliar word?

- Guess the meaning based on context
- Guess the meaning based on a similar word in English

Doesn't work? -------- Skip it! Keep on reading
ATL:
Read critically and for comprehension

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Vraagzinnen
With interrogative pronouns: main verb comes right after!
Wat is jouw beroep?               What is your job?
Wie is jouw baas?                    Who is your boss?
Wanneer werk jij?                    When do you work?

Without interrogative pronouns: main verb at the beginning of the sentence!
Ga jij vroeg naar je werk?                  Do you go to work early?
Verdient hij veel op zijn werk?        Does he earn a lot at his job?

Keep in mind:
In Dutch sentences, we DON'T use the verb "to do" to help formulate questions.

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Uitzondering: Vraagzinnen
ONLY if the word "jij" is behind the verb, the verb changes!

The verb is now conjugated as: "ik".

Jij gaat naar school ----------> Ga jij naar school?               (because it is: ik ga)
Jij werkt veel  -----------------> Werk jij veel?                     (because it is: ik werk)
Jij verdient geld --------------> Verdien jij geld?          (because it is: ik verdien)
Jij kiest een baan -------------> Kies jij een baan?               (because it is: ik kies)

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 3:
Anne heeft ook vragen gepost onder de blog van Milan. Dit zijn haar vragen. Kun jij de vragen vertalen naar het Nederlands?

1) What is the name of your profession?
2) How much do you earn per month?
3) How long does your summer vacation last?
4) Which task is your favorite task at work?
5) Do you work on the weekend?
6) Who is your favorite colleague?

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Antwoorden opdracht 3:

1) Wat is de naam van jouw beroep?
2) Hoeveel verdien jij per maand?
3) Hoelang duurt jouw zomervakantie?
4) Welke taak is jouw favoriete taak op werk?
5) Werk jij in het weekend?
6) Wie is jouw favoriete collega?

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 4:
Milan heeft gereageerd op de vragen van Anne. Lees de reactie van Milan en beantwoord de vragen van opdracht 3 in het Nederlands.


Hoi Anne, wat een goede vragen! Mijn beroep heet eigenlijk weerpresentator. Ik werk full-time, dus 5 dagen in de week, waarvan soms één dag in het weekend. Verder heb ik in totaal twee weken per jaar zomervakantie. Door mijn full-time baan verdien ik drieduizend euro per maand. 

Mijn favoriete taak is het weer voorspellen met collega's. Dit komt omdat ik dan kan samenwerken met mijn leukste collega: Tanja. Soms moet ik samenwerken met Karin, die vind ik minder leuk. (Zeg maar niks tegen haar). Lijkt mijn beroep jou ook leuk?

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Extra tijd?
Speel een:

  • Quizlet Live
  • Blooket
  • Gimkit

Slide 23 - Slide

Quizlet: 
https://quizlet.com/user/Stijn_Leemans/folders/unit-11-wat-wil-jij-later-worden?i=62okib&x=1xqt

Blooket week 1 + 2: 
https://dashboard.blooket.com/set/69611414782132d9e64e1761

Blooket alle weken: 
https://dashboard.blooket.com/set/6961152414584315dd16951c

Gimkit week 1 + 2: 
https://www.gimkit.com/view/696114804535077f878ad2a1

Gimkit alle weken: 
https://www.gimkit.com/view/696114e466a6473b396519e7

Les 3

Lesdoelen

Je kan een blog lezen en begrijpen.
Je kan vraagzinnen maken.

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 1:
Lees de blog op het werkblad
en maak de vragen.

Slide 25 - Slide

Je kunt het werkblad vinden in Google Drive: Week 1.
Opdracht 2:
HUISWERK OPDRACHT - Interview met je vader/moeder

Schrijf 6 Nederlandse vragen in je schrift die je kan vragen over het beroep van je vader/moeder.

Huiswerk:
1) Stel de vragen aan je vader/moeder.
2) Schrijf hun antwoord op in je schrift in het Nederlands.

3) Breng de antwoorden mee naar de volgende les!

Slide 26 - Slide

Deze 5 vragen dienen de leerlingen te stellen aan de ouders als huiswerk.
Extra tijd?
Speel een:

  • Quizlet Live
  • Blooket
  • Gimkit

Slide 27 - Slide

Quizlet: 
https://quizlet.com/user/Stijn_Leemans/folders/unit-11-wat-wil-jij-later-worden?i=62okib&x=1xqt

Blooket week 1 + 2: 
https://dashboard.blooket.com/set/69611414782132d9e64e1761

Blooket alle weken: 
https://dashboard.blooket.com/set/6961152414584315dd16951c

Gimkit week 1 + 2: 
https://www.gimkit.com/view/696114804535077f878ad2a1

Gimkit alle weken: 
https://www.gimkit.com/view/696114e466a6473b396519e7