Klas 2 - Chapter 4 - les B

Chapter 4 - Lesson B 
Shopping & adverbs of frequency
1 / 29
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Chapter 4 - Lesson B 
Shopping & adverbs of frequency

Slide 1 - Slide

Goal
At the end of this class,


- I can use the adverbs of frequency

- I know more about 'shopping'

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Link

Slide 4 - Slide

Bijwoorden van frequentie

Slide 5 - Slide

Bijwoorden van frequentie
  Bijwoorden van frequentie geven aan HOE VAAK iets gebeurt

Slide 6 - Slide

Bijwoorden van frequentie
  Bijwoorden van frequentie geven aan HOE VAAK iets gebeurt

                 Plaats van het bijwoord van frequentie:

Slide 7 - Slide

Bijwoorden van frequentie
  Bijwoorden van frequentie geven aan HOE VAAK iets gebeurt

                 Plaats van het bijwoord van frequentie:

- Staat er 1 werkwoord in de zin? bijwoord staat ervoor

Slide 8 - Slide

Bijwoorden van frequentie
  Bijwoorden van frequentie geven aan HOE VAAK iets gebeurt

                 Plaats van het bijwoord van frequentie:

- Staat er 1 werkwoord in de zin? bijwoord staat ervoor
- Staan er 2 of meer werkwoorden? bijwoord staat ertussen

Slide 9 - Slide

Bijwoorden van frequentie
  Bijwoorden van frequentie geven aan HOE VAAK iets gebeurt

                 Plaats van het bijwoord van frequentie:

- Staat er 1 werkwoord in de zin? bijwoord staat ervoor
- Staan er 2 of meer werkwoorden? bijwoord staat ertussen
- Is het w.w. een vorm van 'to be'? bijwoord staat erachter

Slide 10 - Slide

Bijwoorden van frequentie
  Bijwoorden van frequentie geven aan HOE VAAK iets gebeurt

                 Plaats van het bijwoord van frequentie:

- Staat er 1 werkwoord in de zin? bijwoord staat ervoor
- Staan er 2 of meer werkwoorden? bijwoord staat ertussen
- Is het w.w. een vorm van 'to be'? bijwoord staat erachter
                     (am, are, is, was, were)

Slide 11 - Slide

Dus....
1 werkwoord:                         We always took the bus to school. 
(adverb ervoor) 

2 werkwoorden:                   I have never been to the USA.
(adverb er tussen)

am/are/is:                                 He is often late! 
(adverb er achter)

Slide 12 - Slide

Adverbs:
We always wear pink on Wednesdays.
A
Correct
B
Incorrect

Slide 13 - Quiz

Adverbs:
He walks his dog rarely.
A
right
B
wrong

Slide 14 - Quiz

Adverbs:
We go never swimming.
A
right
B
wrong

Slide 15 - Quiz

Adverbs
He is happy always.
A
correct
B
incorrect

Slide 16 - Quiz

adverbs
We are usually on time for class.
A
correct
B
incorrect

Slide 17 - Quiz

Adverbs:
Welke zin is correct?

A
My father goes always fishing.
B
My father always goes fishing.
C
My father goes fishing always.
D
Always my father goes fishing.

Slide 18 - Quiz

Shop till you drop

Slide 19 - Slide

How many times did you go shopping before the lockdown?
At least once a week.
As often as I could.
Maybe once a month
A couple of times a year is enough
Never, my mom does all my shopping.

Slide 20 - Poll

What is your favourite shop?

Slide 21 - Mind map

When something was "a bargain", it was...
A
very expensive
B
very old
C
very cheap
D
very useless

Slide 22 - Quiz

What does it mean when something is "on sale"
A
you pay more than you did before
B
you pay less than you did before
C
the shop is closing down
D
you pay the same as you did before

Slide 23 - Quiz

What is a sales assistant's most important task?
A
to sit behind the cash register all day long
B
to clean the store
C
to help you find what you need in the store
D
to sell things that are for sale

Slide 24 - Quiz

Vertaal de volgende zin:
Where is my shopping basket?

Slide 25 - Open question

What is "change"?

Slide 26 - Open question

Vertaal de zin:
I heat up the frozen meal.

Slide 27 - Open question

to queue
item(s) 
price tag
cashier
check-out
counter
to deliver
to pay by card
bargain

Slide 28 - Drag question

Start reading, please.

Slide 29 - Slide