EC3_Woningmarkt

EC3_Woningmarkt
1 / 15
next
Slide 1: Slide
MaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 15 min
Report this lesson

Items in this lesson

EC3_Woningmarkt

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
  • Je weet wat de woningmarkt is.
  • Je weet welke verschillende vormen van huren er zijn.
  • Je weet hoe het proces van een huis kopen gaat.

Slide 2 - Slide

Woningmarkt:
De totale vraag en aanbod van woningen

De woningmarkt verdeelt men in:
  • Huurwoningen
  • Koopwoningen


Slide 3 - Slide

Woon jij in een huurhuis of een koophuis?
Huurhuis
Koophuis

Slide 4 - Poll

Huurwoningen
  • Meestal worden huurwoningen gemaakt door woningcorporaties.
  • Dit zijn organisaties die betaalbare woningen maakt en dan verhuurt en onderhoudt.
  • Huurwoningen waarbij je ongeveer 930 euro of minder betaalt zijn sociale huurwoningen.
  • Huurwoningen die duurder zijn dan 930 euro zijn huurwoningen in de vrije sector.
  • Wanneer heb je recht op huurtoeslag?
  • Wanneer je inkomen te laag is om de huur te betalen.
  • Dit is een financiële bijdrage van de overheid.

Slide 5 - Slide

Hoe noem je de organisaties die als doel hebben om betaalbare huurwoningen te bouwen en te verhuren?

Slide 6 - Open question

Waarom huren mensen een woning? 
  • Ze geen huis kunnen kopen.
  • Niet het groot onderhoud willen betalen van een woning.
  • Je minder geld overhoudt aan leuke dingen in de maand.
  • Je vaak verhuist.
  • Het is minder gedoe dan een huis kopen.
  • Je loopt minder risico.

Slide 7 - Slide

Makelaar
  • Wat doet een makelaar?
  • Een makelaar zoekt en onderhandelt de prijs van een woning voor mensen die een huis willen kopen
  • De makelaar kan de verkoopprijs bepalen en mensen helpen hun huis te verkopen, wanneer mensen een huis willen verkopen.
  • De makelaar krijgt een percentage van de aankoop of verkoopprijs van een huis als betaling voor zijn diensten.


Slide 8 - Slide

Proces huis kopen
  • Als je als koper een huis wilt kopen teken je een voorlopig koopcontract. 
  • Je kan van de koop afzien wanneer:
  • Als de koper niet genoeg geld bij de bank kan lenen om het huis te kopen (of zijn eigen huis niet op tijd verkocht krijgt)
  • Je binnen drie dagen toch besluit het huis niet te kopen
  • Wanneer de koop definitief word ga je na de notaris. Hij maakt een transportakte. Dit is een bewijs dat de woning aan de koper is gegeven. De transportakte wordt ondertekend door koper, verkoper en notaris.
  • Wanneer de transportakte ondertekend is, word de akte in het kadaster geregistreerd. Op dat moment is de koper eigenaar van de woning.

Slide 9 - Slide

Wanneer ben je officieel eigenaar van een huis wanneer je een huis gaat kopen?
A
Bij het tekenen van het voorlopige koopcontract
B
Wanneer de transportakte bij het kadaster staat geregistreerd
C
Wanneer de koop definitief door moet gaan
D
Wanneer de transportakte bij de notaris is ondertekend

Slide 10 - Quiz

Kosten koper en Onroerendezaakbelasting (ozb)
  • Kosten koper
  • De kosten die ontstaan bij het kopen van een huis (kosten voor makelaar, kosten notaris en overdrachtsbelasting). Kosten koper is meestal ongeveer 5% van de aankoopprijs.
  • Overdrachtsbelasting. Je betaalt bij het kopen van een huis een percentage van de WOZ-waarde (waarde huis) aan de gemeente. Dit is minimaal 2% ( en 0% bij je eerste huis) 

Slide 11 - Slide

Hoe heet de belasting die je moet betalen wanneer je een huis bezit?

Slide 12 - Open question

Waarom kopen mensen een woning? 
  • Je kunt zelf veel meer bepalen hoe een woning eruit ziet.
  • Je maandelijkse kosten van hypotheek zijn niet zo gevoelig voor inflatie en blijven elk jaar ongeveer hetzelfde.
  • Het geld bedrag wat je betaalt voor een hypotheek ben je niet helemaal kwijt. Je betaalt vaak wel meer voor een hypotheek, maar een groot deel van dat geld krijg je weer terug als je het huis verkoopt. 'Dus een deel van je geld zit in steen'
  • Je krijgt voordeel bij de belastingdienst.
  • Je  bouwt iets op waardoor je later groter kunt wonen, wanneer een deel van het huis is afgelost.

Slide 13 - Slide

Noem twee redenen waarom mensen een huis huren en noem twee redenen waarom mensen een huis kopen

Slide 14 - Open question

Slide 15 - Video