Wondzorg

Wondzorg
1 / 22
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Wondzorg

Slide 1 - Slide

Wat is een wond?
Een
wond is een verbreking van de continuïteit van weefsel veroorzaakt door een
trauma of pathologische aandoening.


Slide 2 - Slide

Open wond
 Wanneer het oppervlak van de huid en het slijmvlies niet meer intact is. Hoe dieper de huid, hoe meer de samenhang van lagen weefsels is verbroken. 

Slide 3 - Slide

welke soorten wonden?

Slide 4 - Mind map

wondclassificatie model(WCS)
Om er voor te zorgen dat wonden door alle hulpverleners op een gezamenlijke en gestructureerde manier worden herkend en behandeld.
(Niet inzetbaar bij oncologische- en brandwonden)


Slide 5 - Slide

- Mechanische wonden: bijtwonden, steekwonden, snijwonden, schaafwonden, scheurwonden, operatiewonden.
- Chemische wonden: door inwerking van chemische stoffen als zoutzuur, chloor, traangas.
- Thermische wonden: door verbranding of bevriezing. Elektriciteitswonden: via blikseminslag, stroomstoot.
- Stralingswonden: door zonnebrand, röntgen- of radioactieve straling. Infectiewonden: door onvoldoende (plaatselijke) afweer tegen micro-organismen.
- Oncologische wonden: door de tumor zelf of door de behandeling.
- Circulatiestoorniswonden: door onvoldoende zuurstofvoorziening en/of voeding van de weefselcellen: decubitus, ulcus cruris, diabetische voet.

Oorzaken wonden

Slide 6 - Slide

Rode wond 
Een rode wond bestaat uit granulatieweefsel en bevindt zich in de regeneratiefase. In deze fase wordt weefsel dat verloren is gegaan, vervangen door nieuw weefsel. Granulatieweefsel is vaatrijk, korrelig en vochtig-glanzend bindweefsel dat zich vormt op de bodem van een wond. Deze bodem is gezond.

Slide 7 - Slide

Gele wond

Het eiwit fibrine wordt in een wond gevormd uit fibrinogeen dat een belangrijke rol speelt bij het bloedstollingsproces. Dit eiwit lekt uit de vaten en vormt dan een korst. Bij zorgvragers met een veneuze ulcera, zoals een open been, is er een overmatige productie van fibrine door de verhoogde veneuze druk. Dit kan een dikke gelige laag op het wondoppervlak vormen. Fibrine is taai en onoplosbaar.

Slide 8 - Slide

Zwarte wond

Een zwarte wond dankt zijn kleur aan het afgestorven weefsel (necrose/débris) waar de wond uit bestaat. Dit weefsel is een voedingsbodem voor bacteriën. De kleur kan ook bruin-grijs-gelig zijn. Er zijn twee vormen van necrose: harde necrose (korst) en natte necrose.

 

Slide 9 - Slide

De wondgenezing verloopt in vier opeenvolgende, elkaar overlappende fasen:
- hemostase (bloedstolling)
- inflammatie (reactiefase)
- de proliferatiefase (regeneratie/opbouw)
- remodelleringsfase (rijping/littekenvorming).

Wondgenezing

Slide 10 - Slide

Waar staat de afkorting TIME voor?
A
Time Infection Moisture Edge
B
Tissue Infection Measurable Edge
C
Tissue Infection Moisture Edge
D
Tissue Infection Moisture Egg

Slide 11 - Quiz

TIME

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Soort verbanden?
Primaire verbanden:

-Bv: alginaat, hydrocolloïd, hydrofiber, hydrogel, schuimverband

Functie: Bevorderen en behouden vochtig wondmilieu,
Secundaire verbanden:
- Bv: absorberend verband, kompres.
Functie: Geen actieve werking op wondheling
Antibacteriële verbanden:
-Zilververbanden, honing en jodium
Functie: actieve en antibacteriële werking 

Slide 14 - Slide

Beinvloedende factoren
  1. *Medicatie
  2. •Leeftijd
  3. •Leefomstandigheden (roken/alcohol/drugs)
  4. •Voeding / ondervoeding/ gewicht
  5. •Besmetting door infectie.
  6. •Stoornissen in de littekenvorming
  7. •Ziektes
  8. *Lichaamsbeweging

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Wonden mag je spoelen met kraanwater
A
waar
B
niet waar

Slide 17 - Quiz

Kan een gele wond gemakkelijk genezen?
A
ja
B
nee, de wond moet eerst schoon worden

Slide 18 - Quiz

Hoe herken je de eerste tekenen van decubitus?
A
Blaarvorming
B
Open wond
C
Niet wegdrukbare roodheid
D
Geel wondvocht

Slide 19 - Quiz

Als verzorgende mag je een necrotomie uitvoeren.
A
niet waar
B
waar

Slide 20 - Quiz

De T in TIME betekent:
A
De tijd dat de wond bestaat
B
De kleur van de wond
C
De tijd die de wond nodig heeft om te genezen
D
Het tempo van de wondgenezing

Slide 21 - Quiz

De M in TIME betekent?
A
Mate van genezing
B
Mate van vochtigheid
C
Mate van roodheid
D
Mate van uitbreiding

Slide 22 - Quiz