Bacteriën
Bouw en vorm van bacteriën
LJ2 OP1 — De cel theorie
Bacteriën
Bouw en vorm van bacteriën
LJ2 OP1 — De cel theorie
Een paar vragen van de vorige lessen..
Slide tekst
Invuloefening
De celmembraan is een dun laagje van 8 tot 10 nm dik, dat alleen zichtbaar is met de elektronenmicroscoop. De belangrijkste functie van de celmembraan is het regelen van het transportvan stoffen tussen de celinhoud en de omgeving.
Invuloefening
Het basisbestanddeel van de plantaardige celwand is cellulose. De kleine openingen in de celwand waardoor plantencellen stoffen met elkaar kunnen uitwisselen, heten plasmodesmata . Waar de wanden van twee cellen elkaar raken, ligt de middenlamel, die voornamelijk bestaat uit de stof pectine.
Binnenmembraan
Kernporie
Buitenmembraan
Nucleuolus (kernlichaampje)
Waar bestaat chromatine uit?
Eiwitten en DNA
Chromosomen en eiwitten
Ribosomen en DNA
Kernmembraan en nucleolus
AAN HET EIND VAN DEZE LES
Leerdoelen
Je kunt het verschil tussen een prokaryote en een eukaryote cel uitleggen.
Je weet waaruit de celwand van een bacterie is opgebouwd.
Je weet dat bacterieel DNA circulair is en los in het cytoplasma ligt.
Je kunt uitleggen wat een Gramkleuring is en hoe deze wordt uitgevoerd.
Je kent het verschil tussen grampositieve en gramnegatieve bacteriën (celwand).
Je kent de verschillende vormen van bacteriën en hun rangschikking.
Bacteriën — § 12.3 — docentversie (steekwoorden)
2
1
ONDERWERP 1
Prokaryoot vs eukaryoot
Bacteriën — § 12.3 — docentversie (steekwoorden)
3
In je eigen woorden: wat was het verschil tussen een eukaryoot en een prokaryoot?
ONDERWERP 1
Prokaryote en eukaryote cellen
prokaryoot = geen kernmembraan om DNA
eukaryoot = wél kernmembraan (kern)
bacterie = prokaryoot, 0,2–5 µm
4
2
ONDERWERP 2
De celwand van een bacterie
Bacteriën — § 12.3 — docentversie (steekwoorden)
6
ONDERWERP 2
Opbouw van de celwand
celwand bacterie = peptidoglycaan (niet cellulose)
polysacharideketens + peptideketens = netwerk
bepaalt de vorm van de cel
aangrijpingspunt van veel antibiotica
7
De celwand van een bacterie bestaat voornamelijk uit...
Cellulose
Peptidoglycaan
Peptiden
Glycaan
3
ONDERWERP 3
Bacterieel DNA
Bacteriën — § 12.3 — docentversie (steekwoorden)
9
ONDERWERP 3
Hoe ligt het DNA in een bacterie?
bacterieel DNA = circulair, één chromosoom
zit vast aan het celmembraan
ligt los in het cytoplasma, geen kern
(plasmiden: later, nu nog niet nodig)
10
4
ONDERWERP 4
De Gramkleuring
Bacteriën — § 12.3 — docentversie (steekwoorden)
12
ONDERWERP 4
Wat is een Gramkleuring?
Gramkleuring = Hans Christian Gram, Deense bioloog, 19e eeuw
indeling van bacteriën o.b.v. reactie celwand op kleurstoffen
belangrijkste kleurtechniek in de microbiologie
resultaat: grampositief of gramnegatief
13
ONDERWERP 4
De 4 stappen van de Gramkleuring
stap 1: kristalviolet (alles kleurt paars)
stap 2: lugol (paars blijft vast)
stap 3: ontkleuren met ethanol → hier ontstaat het verschil
stap 4: tegenkleuring met safranine
resultaat: grampositief = paars, gramnegatief = rood
14
Zet de vier stappen van de gramkleuring op de juiste volgorde.
5
ONDERWERP 5
Grampositief vs gramnegatief
Bacteriën — § 12.3 — docentversie (steekwoorden)
16
ONDERWERP 5
Waarom kleurt de ene bacterie paars, de andere rood?
grampositief = dikke peptidoglycaanlaag → houdt kleurstof vast → paars
gramnegatief = dunne peptidoglycaanlaag + buitenmembraan → kleurstof spoelt uit → rood
17
Sleep de beschrijving naar de juiste bacteriesoort.
Grampositief
Gramnegatief
Kleurt paars
Kleurt rood
Heeft een dikke celwand
Heeft een dunne celwand
Heeft maar één celmembraan
Heeft twee celmembranen
6
ONDERWERP 6
Vormen van bacteriën
Bacteriën — § 12.3 — docentversie (steekwoorden)
19
ONDERWERP 6
De verschillende vormen van bacteriën
20
ONDERWERP 6
Rangschikking van bacteriën
diplococcen = coccen in paren
streptococcen = coccen in ketens
stafylococcen = coccen in clusters (‘druiventros’)
streptobacillen = staafjes in ketens
21
Coccen die in lange ketens gerangschikt liggen, noemen we…
Streptococcen
Staphylococcen
Diplococcen
Streptobacillen
TERUGBLIK
Samenvatting
Je kunt het verschil tussen een prokaryote en een eukaryote cel uitleggen.
Je weet waaruit de celwand van een bacterie is opgebouwd.
Je weet dat bacterieel DNA circulair is en los in het cytoplasma ligt.
Je kunt uitleggen wat een Gramkleuring is en hoe deze wordt uitgevoerd.
Je kent het verschil tussen grampositieve en gramnegatieve bacteriën (celwand).
Je kent de verschillende vormen van bacteriën en hun rangschikking.
24
Vragen?