Unterwegs V3 Woche 2

Onderweg: reizen in het Duits

1 / 19
next
Slide 1: Slide
New lesson editorDuitsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Onderweg: reizen in het Duits

Leerdoel van deze les

Aan het eind van deze les kun je vertellen hoe je reist, vervoer beschrijven en belangrijke Duitse reiszinnen gebruiken.

Hoe ga je op reis?

In het Duits benoem je verschillende vervoermiddelen zoals de trein (der Zug), de fiets (das Fahrrad), of de bus (der Bus).

Aufgabe 1

Wat ga je doen?: Je zoekt de woorden op en schrijft ze in het Duits op.


Bij opdracht 3a) 5+6 moet je twee vervoersmiddelen tekenen.



10

minute

00

second

Wie komme ich zum Goetheplatz?

Aufgabe 2

Slide tekst

Das Eckenspiel

logeren

treffen uns

im Cafe.


Weekend

Wochentage: Ma-di-mi-do-Fr

naar vertalen (persoon)



om 13.00 uur

wachten

op jou

Ich freue mich wenn du kommst!

naar de station.

met de bus en auto.

het weer

vaak

soms

Die Temperatur liegt bei ...

Wil jij?

Darfst du?

kom jij?

Bis Mittwoch!

gistern

verletzt

weil

Mir geht es schlecht.

bij mij thuis.

zelden

Wie ist das Wetter heute?

Wie geht es dir?

Aufgabe 1

Je maakt opdracht 9a zelfstandig.

Tijd: 1 min


Bij opdracht 9b luister je naar het fragment en kruis je de juiste antwoorden (1 t/m 9) aan.



3

minute

00

second

Hausaufgabe

Schrijf een dialoog in het Duits waarin iemand de weg vraagt. Gebruik begroetingen, een vraag om hulp, een routebeschrijving en een korte afsluiting.

Beginsituatie:


Een Duitser komt naar Beverwijk op vakantie. Hij/zij woont bij zijn/haar zus in Heemskerk, Duitslandlaan 3, en wil graag nog de laatste boodschappen doen in de dichtstbijzijnde winkel voordat hij/zij weer terugrijdt. Voor de deur komt hij/zij iemand tegen en vraagt naar de dichtstbijzijnde supermarkt. Bekijk op Google Maps welke supermarkt het dichtstbij is en beschrijf de weg ernaartoe in het Duits.

10

minute

00

second

Hulp

Slide tekst

Hulpmiddel (kapstokzinnen – geen volledig antwoord):


Route uitleggen:

  • Fahren Sie / Gehen Sie …

  • … Meter geradeaus

  • Dann biegen Sie links / rechts ab

  • An der … Straße

  • Nehmen Sie die erste / zweite Straße links / rechts

Extra vraag stellen:

  • Wie komme ich dorthin?

Afsluiting:

  • Vielen Dank.

  • Gerne.

  • Tschüss / Auf Wiedersehen. tekst

Begin (vraag stellen):

  • Entschuldigen Sie, können Sie mir sagen, …

  • Wo ist / gibt es … ?

  • Ist das in der Nähe von hier?

Antwoord geven (plaats noemen):

  • Ja, klar!

  • Der/Die/Das … ist …

  • (bijv. ein Supermarkt / eine Schule / ein Bahnhof)

Antwoord

Duitser: Entschuldigen Sie, können Sie mir sagen, wo der nächste Supermarkt ist? Ist das in der Nähe von hier.

Inwoner: Ja, klar! Der nächste Supermarkt ist der Albert Heijn im Europaplein.

Duitser: Wie komme ich dorthin mit dem Auto?

Inwoner: Fahren Sie etwa 50 Meter geradeaus bis zum Kreisverkehr und biegen Sie dann rechts ab. An der Beneluxlaan nehmen Sie die zweite Straße links.

Duitser: Vielen Dank.

Inwoner: Gerne. Gute Reise. Tschüss.

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.