3.6. De Parlementaire democratie 2122

3.6 De parlementaire democratie
1 / 27
next
Slide 1: Slide
MaatschappijleerMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 3

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

3.6 De parlementaire democratie

Slide 1 - Slide

Planning
-herhalen
-Uitleg + filmpjes
-aan het huiswerk 
-oefenen met de quizlet

Slide 2 - Slide

Begrippen

  • grondwet                          
  • rechters
  • rechtstaat en mensenrechten
  • parlement
  • regering 
  • parlementaire democratie
  

Slide 3 - Slide

Uit hoeveel leden bestaat het Nederlandse Parlement?
A
150
B
200
C
225
D
250

Slide 4 - Quiz

Welke partij is geen sociaal democratische partij?
A
PVDA
B
VVD
C
GroenLinks
D
SP

Slide 5 - Quiz

Van welke partij komt de volgende uitspraak: ‘Christelijke normen en waarden moeten de politiek bepalen’.
A
VVD
B
SP
C
SGP
D
PvDD

Slide 6 - Quiz

Volgens welke politieke stroming moet de overheid de kloof tussen arm en rijk verkleinen?
A
Sociaal Democraten
B
Liberalen
C
Christen Democraten
D
Populisten

Slide 7 - Quiz

De belangrijkste kenmerken van een democratie
  1. Er is een grondwet.
  2. Vrije, geheime verkiezingen.
  3. Gekozen parlement heeft de hoogste macht.
  4. De politieke macht is verdeeld in drie onderdelen,  uitvoerende-, rechtsprekende-, en wetgevende macht. 

Slide 8 - Slide

1. De Grondwet
  • Nederland is een land waarin de rechten en plichten van burgers én de overheid in de grondwet zijn vastgelegd.
  • In de grondwet staan de belangrijkste rechten en plichten van burgers en de overheid.

  • Rechten: Je hebt recht op... (privacy, meningsuiting, stemmen)
  • Plichten: Je bent verplicht om... (belasting, school, wet)

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

2. Verkiezingen
  • In Nederland hebben we geheime, vrije verkiezingen.
  • Niemand kan en mag jou dwingen op een bepaalde partij te stemmen.
  • Iedereen van 18 jaar en ouder (en de Nederlandse nationaliteit) mag stemmen. 
Wie van jullie mag bij de volgende verkiezingen in 2025 al stemmen?
Vrije en geheime verkiezingen

Slide 12 - Slide

3. Macht van het parlement
  • Parlement is een ander woord voor volksvertegenwoordiging.  In Nederland bestaat het parlement uit de Eerste en de Tweede Kamer, samen ook wel Staten-Generaal genoemd.
  • De Tweede Kamer telt 150 leden en de Eerste Kamer 75 leden 
  • Parlement = Staten-Generaal.  Totaal 225 leden. 

Elk Wetsvoorstel moet door het Parlement worden goedgekeurd. Omdat het Parlement de hoogste macht heeft, noemen we Nederland een Parlementaire democratie.

Slide 13 - Slide

4. Scheiding der machten
Om te voorkomen dat één persoon of één partij te veel macht krijgt is de macht verdeeld; De Trias Politica.
  • Het Parlement beslist over de wetsvoorstellen = wetgevende macht
  • De ministers voeren de wetten uit = uitvoerende macht
  • De rechters beoordelen of iemand zich aan de wet heeft gehouden = rechterlijke macht

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Video

Slide 16 - Video

  • Handtekeningen verzamelen.
  • Media-aandacht zoeken.
  • Lobbyen = contact met politici.
  • Demonstreren.
  • Lid worden van een partij.
  • Je spreekrecht gebruiken.
  • Eigen partij oprichten.
  • Burgerinitiatief starten.
  • Lid worden van een actiegroep.

Hoe kan je de politiek beïnvloeden? 

Slide 17 - Slide

Wat staat er in een grondwet?
A
De rechten en plichten van de burgers.
B
De rechten en plichten van de overheid.
C
De plichten van de burgers & de overheid.
D
De rechten en plichten van de burgers & overheid.

Slide 18 - Quiz

In Nederland bestaat de trias politica.
De trias politica betekent

A
de invloed van politieke partijen
B
de mensenrechten en plichten.
C
de scheiding van de politieke macht.
D
vrije en geheime verkiezingen.

Slide 19 - Quiz

Wat hoort niet bij een parlementaire democratie?
A
De gekozen vertegenwoordigers vormen het parlement
B
Burgers hebben politieke grondrechten
C
De manier van besluitvorming is vastgelegd in de grondwet
D
De macht is in handen van één persoon of een kleine groep

Slide 20 - Quiz

Ik kan zelf invloed hebben op de politiek door:
A
Te stemmen
B
Te demonstreren
C
Handtekeningen te verzamelen
D
contact te zoeken met politici (lobbyen)

Slide 21 - Quiz

In de volgende dia zit een quizlet. Hiermee kan je de begrippen oefenen van dit hoofdstuk

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Link

Aan de slag!
 3.6 De parlementaire democratie 

Lezen lesboek: Blz. 50 en 51  
Maken wb : Blz. 52 t/m 54 Opdracht 1 t/m 13
 
  • Werk eerst 10 minuten stil en voor jezelf.
  •  Daarna 10 minuten samenwerken & overleggen waar je niet uit kwam. 
  • Extra uitleg nodig? Kom even naar me toe. 
Na het werken Quizlet Live voor de liefhebbers

 
  
 
timer
10:00
Klaar? Oefen met de oefentoetsapp of met Quizlet

Slide 24 - Slide

(Mede)wetgevende taak (3 rechten)
Controlerende taak (4 rechten)
(Mede)wetgevende taak én controlerende taak (1 recht)
Recht van initiatief
Recht van motie
Recht om een minister ter verantwoording te roepen in een debat
Vragenrecht
Recht van amendement
Recht van parlementair onderzoek
Goed- of afkeuren van wetsvoorstellen
Budget- of begrotingsrecht

Slide 25 - Drag question

Welke twee taken heeft het parlement?
1. Stemmen over wetsvoorstellen.
2. Ministers controleren.
3. Ministers en staatssecretarissen kiezen.
4. Wetten uitvoeren.

A
1 en 2
B
1 en 3
C
2 en 3
D
3 en 4

Slide 26 - Quiz

recht om ministers ter verantwoording te roepen
2de kamer mag een wetsvoorstel aanpassen.
De 2de kamer mag buiten de regering om zelf onderzoek te doen en mensen onder ede verhoren. 
recht om de begroting van het kabinet goed of af te keuren.
recht van budget

recht van interpellatie

recht van enquete 

recht van amendement 

Slide 27 - Drag question