This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes, text slides and 5 videos.
Lesson duration is: 30 min
Items in this lesson
EC9_Reclame en marketing
Slide 1 - Slide
Leerdoelen
Je kent de belangrijkste begrippen die bedrijven gebruiken bij het maken van reclame en marketing.
Je weet wat de marketingmix is en hoe je de 6 p's die daarbij horen kunt toepassen.
Volgende week vrijdag toets over lesstof p3
Slide 2 - Slide
Consument:
Iemand die goederen of diensten koopt noemen we een consument
Koopgedrag:
Het gedrag bij het kopen of overwegen van een aankoop.
Wat je koopt, hoeveel je eraan uitgeeft, waar je iets koopt en of je een duur merk koopt zegt iets over je koopgedrag.
Slide 3 - Slide
Beïnvloeding
Sociale beïnvloeding:
Wanneer je iets koopt om indruk op vrienden te maken of omdat je dan samen een game kunt doen.
Commerciële beïnvloeding:
Wanneer je iets koopt door een reclame of omdat een verkoper je overtuigt iets te kopen.
Slide 4 - Slide
Elk bedrijf die iets verkoopt gebruikt de marketingmix.
De marketingmix bestaat uit 6 p's die samen ervoor zorgen dat het bedrijf zoveel mogelijk klanten trekt en zoveel mogelijk verkoopt (als de winkel de marketingmix goed gebruikt)
De 6 p's zijn:
Product: Wat verkoopt het bedrijf?
Prijs: Wat is de prijs van je product? Ga je voor luxe of goedkope varianten van het product?
Plaats: Waar verkoop je de producten? In het centrum van een stad of juist aan de rand van de stad.
Promotie: Hoe trek je klanten aan? Via een reclame op tv of juist een goedkope advertentie in de krant.
Personeel: Wat voor mensen werken er in je winkel. Specialisten of bijvoorbeeld jongeren.
Presentatie: Hoe presenteer je jouw product. Zet je zoveel mogelijk producten in de winkel of ga je juist voor een ruime en luxe uitstraling.
Slide 5 - Slide
Om een marketingmix te laten werken is het belangrijk dat jij je marketingmix afstemt op de doelgroep waaraan je wilt verkopen:
Doelgroep is een groep mensen waarvoor een product of reclame bedoeld is.
Als je als winkel de doelgroep jongeren hebt, is het niet verstandig om hele dure luxe producten te verkopen, waarbij je ook nog eens duur gespecialiseerd is.
Waarom is dit niet handig?
Dit is een doelgroep met relatief weinig geld en je gaat niet genoeg jongeren aantrekken met deze strategie.
Slide 6 - Slide
Commerciële reclame of Ideële reclame
Commerciële reclame:
Dit is reclame, die je wil overtuigen om iets te kopen.
Commerciële reclame bestaat uit informatieve reclame en merkreclame:
Informatieve reclame: Geeft informatie en kenmerken van het product aan.
Merkreclame:
Wil het merk van het product bekent maken.
Ideële reclame:
Dit is reclame die je gedrag wil beïnvloeden.
Slide 7 - Slide
A-merken, B-merken & huismerken
A-merk:
Een bekend product die een goeie naam heeft en van hoge kwaliteit is. Dit is vaak een dure variant van het product.
B-merk:
Een relatief onbekend merk dat goedkoop is.
Huismerk:
Een merk dat alleen door één winkelketen word gekocht. Deze merken zijn goedkoper dan A-merken.
Slide 8 - Slide
Slide 9 - Video
Slide 10 - Video
00:27
Wat voor reclame werd hier gemaakt
A
Merk reclame
B
Ideële reclame:
C
Informatieve reclame:
Slide 11 - Quiz
Slide 12 - Video
00:43
Voor wat voor product wordt er aan reclame gemaakt?
A
A-merk
B
B-merk
C
C-merk
D
Huismerk
Slide 13 - Quiz
00:43
Wat voor reclame werd hier gemaakt
A
Merk reclame
B
Ideële reclame:
C
Informatieve reclame:
Slide 14 - Quiz
00:45
Welke p van de marketingmix ontbrak?
A
Product
B
Personeel
C
Prijs
D
Promotie
Slide 15 - Quiz
00:42
Voor wat voor product wordt er aan reclame gemaakt?