Variatie en improvisatie (Muziek vwo), les 1: Uitleg

VAKTHEORIE · VARIATIE

VARIATIE EN IMPROVISATIE

Examenstof muziek vwo

1 / 24
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMuziekMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Uitleg over improvisatie, de aard van de variatie (melodisch, ritmisch, tonaal en harmonisch), ostinate bas, het bluesschema, omkering en kreeft, met vier luisterfragmenten en eigen notenbeelden.

Items in this lesson

VAKTHEORIE · VARIATIE

VARIATIE EN IMPROVISATIE

Examenstof muziek vwo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: A1/A2 l (variatie). Image credit: Dirk Neven / Wikimedia Commons, publiek domein

♪ VAKTHEORIE · VARIATIE

WAT GA JE KUNNEN?

Ik kan improvisatie, variatie en een ostinate bas herkennen, de aard van een variatie beschrijven en omkering en kreeft herkennen.

This item has no instructions

Wat blijft gelijk en wat verandert er als een melodie opnieuw klinkt?

Verwachte woorden: thema, variatie, versiering, ritme, toonsoort, mineur, solo, improvisatie, bas. Sorteer: wat gaat over bedenken tijdens het spelen en wat over veranderen van een bekend gegeven.

Keith Jarrett achter de piano

♪ VAKTHEORIE · VARIATIE

IMPROVISATIE

  • Improvisatie is muziek die je bedenkt terwijl je speelt of zingt, zonder uitgeschreven noten.

  • Vaak is er een afspraak: een akkoordenschema, een ostinate bas of een thema.

  • Je hoort het in jazz, blues en wereldmuziek.

  • In een partituur staat een geïmproviseerd deel hooguit als schema.

Syllabus A1/A2 l: improvisatie herkennen en benoemen. Veelgemaakte fout: denken dat improvisatie willekeurig is. Improvisators bouwen op afspraken en op motieven die ze al gespeeld hebben. Image credit: Olivier Bruchez / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

Video: Keith Jarrett: Köln, January 24, 1975, Part II a (kanaal: Keith Jarrett - Topic). Wat leerlingen horen: een pianist die zonder noten een stuk bedenkt. Het hele Köln Concert is ter plekke bedacht. Kijkvraag: welke motieven herhaalt en varieert hij, terwijl hij improviseert?

♪ VAKTHEORIE · VARIATIE

VARIATIE EN DE AARD VAN DE VARIATIE

  • Variatie: een gegeven klinkt opnieuw met veranderingen. Je volgt wat gelijk blijft en wat verandert.

  • Het gegeven kan een thema, een ostinate bas of een akkoordenschema zijn.

  • Op het vwo beschrijf je ook de aard van de variatie: wat verandert er precies?

  • Bij een thema kan de variatie melodisch, ritmisch of tonaal en harmonisch zijn.

Syllabus vwo: herkennen en volgen van een gegeven dat gevarieerd wordt, en analyseren en beschrijven van de aard van de variatie. Leerlingen noemen eerst wat gelijk blijft, dan wat verandert.

♪ VAKTHEORIE · VARIATIE

SOORTEN VARIATIE OP EEN THEMA

  • Een themavariatie is een thema dat steeds opnieuw klinkt, telkens op een andere manier.

  • Melodische variatie: andere of extra tonen. Ritmische variatie: dezelfde tonen in een ander ritme.

  • Tonale of harmonische variatie: een andere toonsoort, of andere akkoorden onder dezelfde melodie.

  • Vaak veranderen er twee dingen tegelijk. Beschrijf dan wat het meest opvalt.

Veelgemaakte fout: één soort noemen terwijl er twee dingen veranderen. Accepteer in de checks alleen een volledige beschrijving als er twee dingen veranderen.

Wat is de aard van deze variatie?

A

Melodische variatie

B

Tonale variatie

C

Ritmische variatie

D

Omkering

De tonen C D E F zijn gelijk, de noten zijn gepunteerd. Wie melodische variatie kiest, ziet de andere notenwaarden als andere tonen. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

Vul in: soorten variatie

Bij een ritmische variatie blijven de tonen gelijk, bij een melodische variatie komen er andere of extra tonen.

ritmische variatie
tonen
melodische variatie
tonale variatie
akkoorden

Ritmisch: ritme anders, tonen gelijk. Melodisch: de tonen zelf veranderen.

Henry Purcell, schilderij van Closterman

♪ VAKTHEORIE · VARIATIE

OSTINATE BAS

  • Een ostinate bas is een basmelodie die steeds opnieuw klinkt, terwijl de bovenstemmen variëren.

  • Zo ontstaat een reeks variaties op één baspatroon, zoals in de klaagzang van Dido van Purcell.

  • Je volgt het baspatroon en beschrijft wat erboven verandert.

  • Ook in pop en jazz komt de ostinate bas voor.

Syllabus: ostinate bas herkennen en benoemen. Veelgemaakte fout: elke herhaalde melodie een ostinate bas noemen. Het gaat om de laagste stem. Laat leerlingen het dalende baspatroon meezingen. Image credit: John Closterman / Wikimedia Commons, publiek domein

Video: Purcell: When I am laid in earth, uit Dido and Aeneas, Joyce DiDonato (kanaal: Warner Classics). Wat leerlingen horen: een baslijn die steeds opnieuw klinkt, terwijl de zangeres erboven een eigen melodie zingt. De baslijn daalt stapsgewijs. Kijkvraag: welk patroon in de bas hoor je terugkomen?

Het twaalfmatige bluesschema met akkoordsymbolen en functies

♪ VAKTHEORIE · VARIATIE

VARIATIE OP EEN AKKOORDENSCHEMA

  • Het twaalfmatige bluesschema gebruikt drie akkoorden: I (tonica), IV (subdominant) en V (dominant).

  • Elke ronde klinkt hetzelfde schema, met een nieuwe melodie of solo.

  • Zo'n schema is de afspraak waarop jazzmusici improviseren.

  • Je beschrijft de variatie door te benoemen wat gelijk blijft: de akkoorden.

Op de afbeelding staan de twaalf maten: C C C C, F F C C, G F C C met daaronder de functies. Veelgemaakte fout: denken dat elke ronde andere akkoorden heeft. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

Vul in: ostinate bas

Een ostinate bas klinkt steeds opnieuw, terwijl de bovenstemmen variëren.

ostinate bas
bovenstemmen
thema
akkoordenschema

Het patroon zit in de laagste stem, de bovenstemmen veranderen.

Waaraan hoor je dat een nummer een bluesschema gebruikt?

A

Twaalf maten met vaste akkoorden die terugkeren

B

Een basmelodie die steeds even lang is

C

Een melodie die achterstevoren klinkt

D

Een thema dat in mineur terugkomt

Het kenmerk is de reeks van twaalf maten die steeds opnieuw begint.

Een motief, de omkering en de kreeft

♪ VAKTHEORIE · VARIATIE

OMKERING EN KREEFT

  • Bij omkering gaat de melodie bij elke stap de andere kant op: omhoog wordt omlaag.

  • Bij kreeft klinkt de melodie van achter naar voren: de laatste noot komt eerst.

  • Beide technieken variëren een motief zonder het te vervangen.

  • Haydn schreef een menuet waarvan de tweede helft de eerste achterstevoren is.

Syllabus vwo: kreeft en omkering. Op de afbeelding: het motief C E D G, de omkering (C A B F) en de kreeft (G D E C). Haydn: Symfonie nr. 47, menuet al roverso. Veelgemaakte fout: kreeft en omkering verwisselen. Bij kreeft staan dezelfde noten in omgekeerde volgorde, bij omkering gaan de stappen de andere kant op. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

Johannes Brahms, 1865

♪ VAKTHEORIE · VARIATIE

EEN KORAAL MET VARIATIES

  • Brahms schreef variaties op een oude koraalmelodie.

  • Eerst klinkt het thema in majeur, daarna volgen acht variaties en een slot.

  • Het slot is gebouwd op een basthema dat steeds terugkeert.

  • Beschrijf bij elke variatie wat er verandert.

Het thema heet Chorale St Antoni en is de basis van Brahms' Variaties op een thema van Haydn. Luister eerst naar het thema en daarna naar variatie 7. Image credit: Georg Engelbach / Wikimedia Commons, publiek domein

Video: Brahms: Variaties op een thema van Haydn, thema (Chorale St Antoni), Karajan (kanaal: Herbert von Karajan - Topic). Wat leerlingen horen: een rustige, zangerige melodie in majeur. Dit is het thema waarop alle variaties zijn gebouwd. Kijkvraag: welke maatsoort en welk karakter heeft het thema?

Video: Brahms: Variaties op een thema van Haydn, variatie 7 (Grazioso), Karajan (kanaal: Herbert von Karajan - Topic). Wat leerlingen horen: het thema in een wiegend, gepunteerd ritme in 6/8 en in majeur. De aard van de variatie is vooral ritmisch. Kijkvraag: wat blijft herkenbaar van het thema en wat is anders dan bij het thema?

Welke techniek is hier gebruikt?

A

Kreeft

B

Omkering

C

Ritmische variatie

D

Tonale variatie

C E D G wordt C A B F: bij elke stap gaat de melodie de andere kant op. Wie kreeft kiest, ziet de omgekeerde richting als omgekeerde volgorde. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

Welke noot klinkt als eerste in de kreeft van het motief C E D G?

A

C

B

D

C

E

D

G

De kreeft begint bij de laatste noot: G D E C. Wie C kiest, verwart kreeft met het oorspronkelijke motief.

Wat vond je het lastigst?

1

De aard van de variatie beschrijven

2

Omkering en kreeft herkennen

3

Een ostinate bas en schema volgen

4

Improvisatie en variatie onderscheiden

Gebruik de uitslag om te bepalen waar je in de examentraining extra tijd aan besteedt.

Welke variatie vond je het mooist en waarom?

Geen vast antwoord. Laat leerlingen de variatie benoemen met de juiste begrippen en bespreek de keuzes kort.

♪ VAKTHEORIE · VARIATIE

BEGRIPPEN (1/2)

  • improvisatie: muziek die je bedenkt terwijl je speelt of zingt

  • variatie: een gegeven klinkt opnieuw met veranderingen; je beschrijft de aard ervan

  • themavariatie: een thema dat steeds opnieuw klinkt, telkens op een andere manier

  • melodische variatie: andere of extra tonen in de melodie

  • ritmische variatie: dezelfde tonen in een ander ritme

This item has no instructions

♪ VAKTHEORIE · VARIATIE

BEGRIPPEN (2/2)

  • tonale of harmonische variatie: een andere toonsoort, of andere akkoorden onder dezelfde melodie

  • ostinate bas: een basmelodie die steeds opnieuw klinkt, terwijl de bovenstemmen variëren

  • bluesschema: twaalfmatig akkoordenschema (I, IV, V) waarop wordt geïmproviseerd

  • omkering: de melodie gaat bij elke stap de andere kant op

  • kreeft: de melodie klinkt van achter naar voren

This item has no instructions