HA2: Werkwoorden en rangtelwoord

Werkwoorden en rangtelwoord
1 / 25
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Werkwoorden en rangtelwoord

Slide 1 - Slide

Doel:


Ik kan regelmatige werkwoorden vervoegen

Ik ken de telwoorden in het Duits

Ik kan rangtelwoorden in het Duits maken

Slide 2 - Slide

Hoe maak je de stam van het werkwoord?

Slide 3 - Open question

Regelmatige werkwoorden: spielen
werkwoord: spielen, stam:spiel
ich spiel e
du spiel st
er/sie es spiel t
wir spiel en
ihr spiel t
sie spiel en
Sie spiel en


Slide 4 - Slide

even oefenen
Op de volgende website kun je oefenen met de werkwoorden. Hoeveel procent haal jij?

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Link

En ken je haben en sein nog?
Hoeveel procent haal jij?

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Link

Telwoorden
Vertaal de volgende getallen naar het Duits

Slide 9 - Slide

7

Slide 10 - Open question

3

Slide 11 - Open question

9

Slide 12 - Open question

10

Slide 13 - Open question

1

Slide 14 - Open question

rangtelwoord

2 t/m 19 = getal + te

zwei + te = zweite


vanaf 20 = getal + ste

zwanzig + ste = zwanzigste

Slide 15 - Slide

uitzonderingen!


eins = erste

drei = dritte

sieben = siebte

acht = achte

Slide 16 - Slide

even checken

Slide 17 - Slide

Maak een rangtelwoord:
2

Slide 18 - Open question

Maak een rangtelwoord:
9

Slide 19 - Open question

Maak een rangtelwoord:
29

Slide 20 - Open question

Maak een rangtelwoord:
400

Slide 21 - Open question

Maak een rangtelwoord:
3

Slide 22 - Open question

Evaluatie

Slide 23 - Slide

Vervoeg het werkwoord "kommen"

Slide 24 - Open question

Wat vind je lastig?
A
Regelmatige werkwoorden vervoegen
B
Telwoorden
C
Rangtelwoorden

Slide 25 - Quiz