Voeding bij ziektebeelden en doelgroepen

Voeding bij ziektebeelden en doelgroepen
1 / 28
next
Slide 1: Slide
VoedingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Voeding bij ziektebeelden en doelgroepen

Slide 1 - Slide

Planning examens

Slide 2 - Slide

Hart- en vaatziekten

Wat is hiervoor het eetadvies denken jullie?

Slide 3 - Slide

Hart- en vaatziekten
Voor mensen met hart- en vaatziekten is het advies iets meer vis te eten, namelijk 1-2 porties per week in plaats van 1 portie per week. Ook wordt het eten van (te veel) verzadigd vet, vlees en zout afgeraden.
✅ Beschermen van de bloedvaten (meer omega-3, minder schadelijke vetten en zout),

❤️ Verminderen van risico op hartaanvallen en beroertes,

🍽️ Verbeteren van het vetprofiel in het bloed.

Slide 4 - Slide

Nierziekten


Wat is hiervoor het eetadvies denken jullie?

Slide 5 - Slide

Nierziekten
Voor mensen met nierziekten is het vooral belangrijk om weinig/geen zout te eten. Als je te veel zout eet houdt je lichaam vocht vast en dit zorgt voor een hogere bloeddruk. Dit kan de filters van je nieren onherstelbaar beschadigen. Veel water drinken, vette vis en olijfolie en plantaardige eiwitten passen goed in een zoutarm dieet.

Slide 6 - Slide

Etiketten
Zout kan daar voorkomen als:
  • Zout
  • Keukenzout
  • Zeezout
  • Natriumchloride
    Maar ook verborgen als natriumhoudende stoffen, zoals:
  • Natriumbicarbonaat (ook: bakpoeder)
  • Natriumnitraat / natriumnitriet (vaak in vleeswaren)
  • Mononatriumglutamaat (MSG, E621) — een smaakversterker
📏 Omrekenen: natrium ↔ zout:
Soms staat er alleen natrium vermeld in plaats van zout.
👉 1 gram natrium = 2,5 gram zout
Dus als er 0,4 g natrium staat, komt dat overeen met 1 g zout.

Slide 7 - Slide

Diabetes
Wat is hiervoor het eetadvies denken jullie?

Slide 8 - Slide

Diabetes
Wanneer iemand diabetes heeft, mag die persoon niet te veel suiker eten. Ook kan je beter kiezen voor volkorenproducten in plaats van witte producten.
Als iemand een te hoge bloedsuikerspiegel heeft, noemen we dit een hyper. Heeft iemand een te lage bloedsuikerspiegel, dan noemen we dit een hypo.

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Video

Maag-darm problemen
Wat is hiervoor het eetadvies denken jullie?
Bijv. obstipatie

Slide 11 - Slide

Maag-darm problemen
Als iemand last heeft van obstipatie (verstopping) is het belangrijk dat hij/zij voldoende vezels binnenkrijgt. Vezels houden de darmen in beweging en werken in de darm als een soort spons waardoor ze water opnemen. Hierdoor blijft de ontlasting zacht en soepel. Als iemand last heeft van diarree, helpen de vezels juist om de ontlasting dikker en steviger te maken.

Slide 12 - Slide

Doelgroep: Ouderen
Voeding?

Slide 13 - Slide

Doelgroep: Ouderen
Ouderen hebben vaak minder calorieën nodig, omdat zij minder bewegen. Wel is het belangrijk dat zij voldoende voedingsstoffen binnenkrijgen. Eiwitten kunnen de afname van de spiermassa vertragen. Zo min mogelijk zout eten kan een hoge bloeddruk voorkomen en genoeg water drinken draagt bij aan een goede nierfunctie en makkelijke stoelgang.

Slide 14 - Slide

Doelgroep: Mensen met beperking
Voeding?

Slide 15 - Slide

Doelgroep: Mensen met beperking
Sommige mensen met een verstandelijke beperking eten ongezond, waardoor zij ook gezondheidsklachten ervaren. Door hun beperking is het soms lastig om te begrijpen hoe belangrijk gezonde voeding is.

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Video

Meneer De Vries (67) heeft hart- en vaatziekten. Hij eet vaak rood vlees, gebruikt veel zout en eet zelden vis.

Wat is het beste voedingsadvies?
A
Vaker vis i.p.v. vlees
B
Minder brood eten en meer fruit
C
Minder vlees eten en meer melk drinken
D
Meer koolhydraten eten

Slide 18 - Quiz

Mevrouw Bakker heeft diabetes type 2. Ze drinkt dagelijks frisdrank en eet vaak wit brood.

Wat is het beste voedingsadvies?
A
Minder brood eten
B
Wit brood vervangen door volkoren brood
C
Frisdrank vervangen door water en volkoren brood kiezen
D
Meer fruit eten

Slide 19 - Quiz

Een cliënt met nierproblemen eet regelmatig chips en kant-en-klaarmaaltijden.
Wat is het beste voedingsadvies?
A
Minder suiker eten
B
Minder zout eten
C
Minder koolhydraten eten
D
Minder eiwit eten

Slide 20 - Quiz

Een cliënt heeft last van obstipatie. Wat is het beste voedingsadvies?
A
Meer vezels eten
B
Minder vet eten
C
Meer brood eten en melk drinken
D
Meer vezels eten en water drinken

Slide 21 - Quiz

Mevrouw Van Dijk (83) eet minder dan vroeger en beweegt weinig. Ze verliest langzaam spiermassa.

Wat is het belangrijkste in haar voeding?
A
Minder vet
B
Minder koolhydraten
C
Meer zuivel
D
Meer eiwitten

Slide 22 - Quiz

Een cliënt met diabetes krijgt klachten zoals trillen, zweten en duizeligheid. Wat kan er aan de hand zijn?
A
Hyperglycemie
B
Hypoglycemie
C
Hypertensie
D
Hypotensie

Slide 23 - Quiz

Een cliënt met hart- en vaatziekten wil gezonder eten.

Welke keuze past het beste bij het advies?
A
Volkoren brood
B
Zalm met groenten en aardappelen
C
Friet uit de airfryer
D
Pasta kip met pasta roomsaus

Slide 24 - Quiz

Een cliënt met nierproblemen wil gezonder eten.

Welke keuze is het beste?
A
Kleine maaltijden
B
Soep
C
Verse maaltijd natriumarm
D
Broodmaaltijd

Slide 25 - Quiz

Een cliënt met obstipatie eet weinig vezels. Welke voeding helpt het meest?
A
Wit brood
B
Volkoren brood
C
Croissant
D
Crackers

Slide 26 - Quiz

Een oudere cliënt drinkt weinig water.
Waarom is voldoende drinken belangrijk?
A
Voor een betere stoelgang en nierfunctie
B
Voor meer energie
C
Voor minder vet
D
Voor meer spiermassa

Slide 27 - Quiz

Volgende keer
Diëten en voedingsgewoonten

Slide 28 - Slide