Bijwoorden & bijvoeglijke naamwoorden

English flex year 3
Over bijvoeglijke naamwoorden & bijwoorden
(adjectives and adverbs)
LessonUp, zelfstandig werken, Kahoot


1 / 27
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 3

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

English flex year 3
Over bijvoeglijke naamwoorden & bijwoorden
(adjectives and adverbs)
LessonUp, zelfstandig werken, Kahoot


Slide 1 - Slide

Adjectives and adverbs
Bijvoeglijke naamwoorden & bijwoorden

Please, join the LessonUp!

Slide 2 - Slide

Adjectives and adverbs
Deze les gaat over bijvoeglijke naamwoorden en
bijwoorden.

Hopelijk begrijp je aan het einde van de les wat het zijn en kun je ze toepassen in Engelse zinnen.


Slide 3 - Slide

Adjectives
Bijvoeglijke naamwoorden (EN: adjective) zijn woorden die je kunt gebruiken om iets of iemand te beschrijven.
Een bijvoeglijk naamwoord (adjective) zegt daardoor iets over een zelfstandig naamwoord.

The fast car. --> De snelle auto.
The pretty girl. --> De knappe meid.
The handsome boy. --> De knappe jongen.

Slide 4 - Slide

Adverbs
Bijwoorden (adverbs) zijn woorden die aangeven hoe iemand (of iets) wat doet.
Een bijwoord (adverb) zegt daardoor iets over een werkwoord.

She sings beautifully. --> Ze zingt fantastisch.
The car stopped quickly. --> De auto stopte snel.
Quietly open the door. --> Open zachtjes de deur.

Slide 5 - Slide

Adjectives and adverbs
In het Nederlands zien bijvoegelijk naamwoorden en bijwoorden er hetzelfde uit. In het Engels niet.

Je maakt bijwoorden door -ly achter bijvoeglijke naamwoorden te zetten.

bijvoorbeeld: 
beautiful --> beautifully
careful --> carefully
quick --> quickly

Slide 6 - Slide

Adjectives and adverbs
Maar let op!
Als een woord eindigt op -le dan verandert -le in -ly
terrible --> terribly
horrible --> horribly

Eindigt een woord op een medeklinker + y, dan verandert het in -ily.
Angry --> angrily

Slide 7 - Slide

Adjectives and adverbs
Sommige woorden veranderen zelfs helemaal of juist helemaal niet:

good --> well: She is a good singer. She sings well.
fast --> fast:    A Ferarri is fast. The car drives fast.
hard --> hard: You are hard workers. You work hard.

Slide 8 - Slide

She is a good singer.
Over welk woord zegt 'good' iets?
A
She
B
is
C
a
D
singer

Slide 9 - Quiz

The car stopped quickly.
Over welk woord zegt 'quickly' iets?
A
the
B
car
C
stopped

Slide 10 - Quiz

Wanneer een woord iets zegt over een zelfstandig naamwoord (persoon/dier/ding) dan moet er 'ly'achter.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 11 - Quiz

Wanneer een woord iets zegt over een werkwoord dan moet er 'ly'achter.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 12 - Quiz

She sings ...
A
beautiful
B
beautifully

Slide 13 - Quiz

She can play the drums ...
A
wonderful
B
wonderfully

Slide 14 - Quiz

I always like a ... story.
A
good
B
well

Slide 15 - Quiz

My dad can tell a story ..........
A
good
B
well

Slide 16 - Quiz

Yesterday was a ... day.
A
strange
B
strangely

Slide 17 - Quiz

He ... reads a book.
A
quick
B
quickly

Slide 18 - Quiz

July is a ... girl
A
pretty
B
prettilly

Slide 19 - Quiz

He is a ... driver.
A
careful
B
carefully

Slide 20 - Quiz

Max is a (wonderful) singer.

Slide 21 - Open question

Max sings (wonderful)

Slide 22 - Open question

The dog barks (loud).

Slide 23 - Open question

He drives the car (careful).

Slide 24 - Open question

Samenvatting
Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord.
Een bijwoord zegt  iets over een werkwoord. (+ly)
Sommige bijwoorden hebben hun eigen vorm.


Slide 25 - Slide

Ik begrijp de uitleg.
😒🙁😐🙂😃

Slide 26 - Poll