les 24

Les 24 21 maart 2026 (VO2)
1 / 33
next
Slide 1: Slide
NederlandsSecondary EducationAge 13

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Les 24 21 maart 2026 (VO2)

Slide 1 - Slide

L24 Wat doen we vandaag? 

1. Hoe ging het met het huiswerk? 

2.  Boekpresentatie Annabel
3. Cursus 5 herhaling: Grammatica §6  Zelfstandig, koppel- en hulpwerkwoord. 
4. Cursus 7 par 14: Homofone werkwoordsvormen (introductie) 
5. Afsluiting.   



Slide 2 - Slide

Hoe ging het met huiswerk maken?
😒🙁😐🙂😃

Slide 3 - Poll

Hoe lang duurde het huiswerk maken ongeveer?
minder dan 1.5 uur
meer dan 1.5 uur

Slide 4 - Poll

Boekpresentatie (Annabel)

Slide 5 - Slide

herhaling nw gezegde en ww gezegde

Slide 6 - Slide

Het ontdekken van allerlei virussen
is erg interessant.
is =
A
hulpwerkwoord
B
zelfstandig werkwoord
C
koppelwerkwoord

Slide 7 - Quiz

Cursus 5 par 6:  Zelfstandig, koppel- en hulpwerkwoord

Slide 8 - Slide

Zelfstandig werkwoord

Wanneer een werkwoord in een zin de handeling aangeeft, dan is dat werkwoord een zelfstandig werkwoord. 


Het zelfstandig werkwoord is het belangrijkste werkwoord.


Er staat altijd maar één zelfstandig werkwoord in een zin. (Vaak is het 't laatste werkwoord van de zin).


Slide 9 - Slide

Hulpwerkwoord


- helpt mee om een goede zin te maken


- er kunnen meerdere hulpwerkwoorden (hww) in een zin staan


- een hulpwerkwoord heeft geen duidelijke betekenis (een zelfstandig werkwoord heeft dat wel)

Slide 10 - Slide

Iemand DOET iets

zelfstandig werkwoord
(+ evt.  hulpwerkwoord)
Iemand IS iets

koppelwerkwoord
(+ evt hulpwerkwoord)

Slide 11 - Slide

Koppelwerkwoord
  • Het koppelwerkwoord koppelt het onderwerp aan een eigenschap of kenmerk.
  • Er zijn negen koppelwerkwoorden: zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen, heten, dunken en voorkomen.
  • Een werkwoord is alleen een koppelwerkwoord als:
  1. Het één van de negen koppelwerkwoorden is.
  2. het te vervangen is door een ander koppelwerkwoord uit het rijtje.


Slide 12 - Slide

voorbeelden
Josje is juf.
Josje: onderwerp
is: koppelwerkwoord want Josje blijft juf, Josje wordt juf, Josje blijkt juf…
 juf: kenmerk/eigenschap van Josje
   
Bram is kok geworden.
Bram: onderwerp
geworden: koppelwerkwoord (is: hulpwerkwoord)
kok: kenmerk/eigenschap van Bram.

Slide 13 - Slide

Koppelwerkwoord of hulpwerkwoord
Let op:
  • In een zin met een naamwoordelijk gezegde staat altijd een koppelwerkwoord  (kww)
  • en in een zin met een werkwoordelijk gezegde staat altijd een zelfstandig werkwoord (zww).

• Als er meer dan één werkwoord in de zin staat, is de persoonsvorm altijd een hulpwerkwoord.

Slide 14 - Slide

Het ontdekken van allerlei virussen kan erg interessant ZIJN.
zijn =
A
hulpwerkwoord
B
zelfstandig werkwoord
C
koppelwerkwoord

Slide 15 - Quiz

Het ontdekken van allerlei virussen kan erg interessant zijn.
naamwoordelijk gezegde =
A
kan zijn
B
kan interessant zijn
C
kan erg interessant zijn
D
er is geen naamwoordelijke gezegde

Slide 16 - Quiz


Welk soort werkwoorden staan er in de zin:

Zij heeft haar ouders dat grote cadeau gisteren toch al gegeven?



A
koppelwerkwoord en hulpwerkwoord
B
zelfstandig werkwoord en hulpwerkwoord
C
alleen koppelwerkwoorden
D
alleen zelfstandige werkwoorden

Slide 17 - Quiz


Welke soort werkwoorden staan er in de zin:

Paul is gisteren kampioen geworden.



A
zelfstandig werkwoord en hulpwerkwoord
B
koppelwerkwoord en hulpwerkwoord
C
alleen koppelwerkwoorden
D
alleen zelfstandige werkwoorden

Slide 18 - Quiz

De boerderijdieren willen mij altijd veel aandacht geven.
willen =
A
Koppelwerkwoord
B
Hulpwerkwoord
C
Zelfstandig

Slide 19 - Quiz


Welke soort werkwoorden staan er in de zin:

Ik heb je gisteren toch al gebeld?



A
zelfstandig werkwoord en hulpwerkwoord
B
koppelwerkwoord en hulpwerkwoord
C
alleen koppelwerkwoorden
D
alleen zelfstandige werkwoorden

Slide 20 - Quiz

Ontdaan kwam de jongen van school.

kwam =
A
Koppelwerkwoord
B
Hulpwerkwoord
C
Zelfstandig werkwoord

Slide 21 - Quiz

Irma had zich vergist.

had =
A
Koppelwerkwoord
B
Hulpwerkwoord
C
Zelfstandig werkwoord

Slide 22 - Quiz

Homofone werkwoordsvormen

Slide 23 - Slide

Wat zijn homofone werkwoorden?
Homofone werkwoorden zijn werkwoorden die hetzelfde klinken maar verschillend gespeld worden.

vind en vindt
vermoord en vermoordt
bevrijdde en bevrijde
verdient en verdiend
etc. etc.

Slide 24 - Slide

Een d of dt?

Komt alleen voor bij werkwoorden die in de pvtt enkelvoud in de infinitief een d   hebben. : vermoorden, antwoorden, bereiden, raden, schudden, houden, worden,

Ik bereid
vandaag het eten, maar morgen bereidt Freek het eten.
Ik raad bijna elk antwoord goed, Jan raadt elk antwoord fout.
Mijn moeder schudt elke dag mijn vieze kleren uit, maar ik schud zealtijd op zaterdag uit.


Slide 25 - Slide

Een d of t
Komt alleen voor bij de pvtt en het voltooid deelwoord.

Hij verdient.            Hij heeft verdiend.
Zij bedient de gasten.              Zij heeft de gasten bediend.
Het kind verhuist morgen.     De kinderen zijn gisteren verhuisd.

Slide 26 - Slide

Welke werkswoordsvorm?
De lampjes zouden elke avond branden, maar die avond brandden ze niet.

Slide 27 - Slide

Laden / Laadden de verhuizers de piano in de vrachtwachten?
A
beide vormen kunnen: pvtt en pvvt
B
Alleen laden is goed.
C
Alleen laadden is goed.
D
Beide vormen zijn fout.

Slide 28 - Quiz

Lesafsluiting: Huiswerk
Volgende week is er weer een fysieke les. Jullie huiswerk deze week is:  

▪ Cursus 5 §6 WS Zelfstandig, koppel- en hulpwerkwoord: maak opdracht 2 en 3. 
▪ Cursus 7 Spelling, § 14 Homofone werkwoordsvormen: maak opdracht 2 en 3. 
 
Tot zaterdag op st. Conleht's! 
  

Slide 29 - Slide

Jos vergrootte de foto, zodat hij de vergrote foto cadeau kon geven.
Welke werkwoordvormen?
A
vergrootte = voltooid deelwoord vergrote = bijvoeglijk naamwoord (van vd)
B
vergrootte = pvvt vergrote = pvtt
C
vergrootte = pvvt vergrote = pvvt
D
vergrootte = pvvt vergrote = bijvoeglijk naamwoord (van vd)

Slide 30 - Quiz

de (n) of dde(n)  /     te(n of tte(n)
De wegwerkers verbreedden gisteren de dijk bij Bemmel en verbreden vandaag de dijk bij Lent.

Wij verlichten met Kerst altijd onze kerstboom en vorig jaar verlichtten we ook onze struiken.

Slide 31 - Slide

De stratenmaker verbreedde de stoep en die verbrede stoep ziet er goed uit.

Slide 32 - Slide

Wat is duidelijk geworden? Wat moet je altijd eerst heel goed weten voordat je kunt gaan spellen?

Slide 33 - Open question