Hoofdstuk 5 Mijn keuze of niet?

Welke keuzes
mag jij maken?
1 / 56
next
Slide 1: Mind map
MAVOSecundair onderwijs

This lesson contains 56 slides, with interactive quizzes, text slides and 5 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Welke keuzes
mag jij maken?

Slide 1 - Mind map

Wanneer koop jij een nieuwe smartphone?

Slide 2 - Open question

werkschrift p 75 - 76 

Slide 3 - Slide

Laat je je beïnvloeden door reclame bij de aankoop van iets nieuw?
A
ja
B
nee

Slide 4 - Quiz

Reclame 
Reclame is een vorm van communicatie met als doel potentiële klanten te overhalen om producten te kopen. 

Slide 5 - Slide

Welke reclametechniek werd hier gebruikt?
A
de werkelijkheid mooier maken
B
humor
C
slogans
D
emoties

Slide 6 - Quiz

Slide 7 - Slide

Welke techniek gebruiken ze hier?
A
peergroep
B
status
C
bekende persoon
D
humor

Slide 8 - Quiz

Slide 9 - Slide

Welke reclametechniek werd hier gebruikt?
A
humor
B
slogans
C
emoties
D
indrukwekkende woorden gebruiken

Slide 10 - Quiz

Slide 11 - Slide

Welke reclametechniek werd hier gebruikt?
A
de werkelijkheid mooier maken
B
humor
C
slogans
D
emoties

Slide 12 - Quiz

Slide 13 - Video

Slide 14 - Video

Wat vind je van deze reclame?

Slide 15 - Open question

Reclame
Herken jij volgende reclameslogans?

Slide 16 - Slide

Als het aan de kat lag, dan kocht ze...
A
Whiskas
B
een BMW
C
Kitkat
D
RedBull

Slide 17 - Quiz

Steeds verrassend, altijd voordelig!
A
C&A
B
Hema
C
Kruidvat
D
Etos

Slide 18 - Quiz

... geeft je vleugels
A
Coca Cola
B
Fanta
C
Red Bull
D
KitKat

Slide 19 - Quiz

Ik ben toch niet gek?
A
Action
B
Carrefour
C
Mediamarkt
D
Krefel

Slide 20 - Quiz

Slide 21 - Video

werkschrift p 77 - 78 

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

reële behoeften
Ik heb ... nodig

Slide 24 - Mind map

gecreëerde behoeften
Ik wil ... graag hebben

Slide 25 - Mind map

werkschrift p 79 - 80

Slide 26 - Slide

Ons koopgedrag

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Video

3 soorten keuzes
1. Je maakt een keuze met je verstand
= RATIONELE KEUZE

Slide 29 - Slide

2. je maakt een keuze vanuit je hart
= EMOTIONELE KEUZE

Slide 30 - Slide

3. Je maakt een keuze zonder nadenken
= INTUÏTIEVE KEUZE

Slide 31 - Slide

Heb je voor deze school gekozen met je verstand, met je hart of zonder nadenken.
Leg uit!

Slide 32 - Slide

Je ziet in het rek een mooie GSM en het is liefde op het eerste zicht. Je koopt hem gewoon.
A
Ik heb gekozen met mijn verstand..
B
Ik heb gekozen met mijn hart.
C
Ik heb gekozen zonder nadenken.

Slide 33 - Quiz

Je koopt een IPhone omdat je vriendinnen er ook een hebben en je graag bij dat groepje hoort.
A
Ik maakte een rationele keuze.
B
Ik maakte een emotionele keuze.
C
Ik maakte een intuïtieve keuze.

Slide 34 - Quiz

Je wil een IPhone kopen. Je vraagt uitleg over verschillende modellen en weegt de voor-en nadelen tegen elkaar af.
A
Je kiest vanuit je hart.
B
Je kiest met je verstand.
C
Je kiest zonder nadenken.

Slide 35 - Quiz

Je koopt een nieuw hondje, Praline omdat ze er zo schattig en lief uitziet.
A
Je kiest met je verstand.
B
Je kiest met je hart.
C
Je kiest zonder nadenken.

Slide 36 - Quiz

Je stapt het asiel binnen, ziet 3 hondjes en je weet onmiddellijk dat het Rakkie gaat worden. Je kan het niet uitleggen, het is gewoon zo.
A
Je hebt gekozen met je verstand.
B
Je hebt gekozen met je hart.
C
Je hebt gekozen zonder nadenken.

Slide 37 - Quiz

Je kiest de goedkoopste hond, Kamiel, omdat je er niet zoveel geld aan wil uitgeven. Een hond kost zo al genoeg. Praline kan eventueel ook nog omdat de dierenarts je heeft gezegd dat dit het gezondste hondje is van de 3.
A
Ik maak een rationele keuze.
B
Ik maak een emotionele keuze.
C
Ik maak een intuïetieve keuze.

Slide 38 - Quiz

Slide 39 - Video

Waardoor wordt
ons koopgedrag beïnvloed?

Slide 40 - Mind map

Facebook, Instagram, vlog, ...
A
sociale aspecten
B
sociale media
C
media
D
status

Slide 41 - Quiz

Sleep de voorbeelden naar het passende begrip
PEERS
RECLAME
MILIEU
SOCIAL
MEDIA
Je vrienden
Je ouders, familie, vrienden, kennissen
Facebook, snapchat, Tik Tok, Instagram
Filmpjes, flyers, affiche, folder

Slide 42 - Drag question

Sleep de prent naar het passende begrip.
Rationeel 
Emotioneel
Intuïtief

Slide 43 - Drag question

Slide 44 - Slide


A
rationeel
B
emotioneel
C
intuïtief

Slide 45 - Quiz


A
reële behoefte
B
gecreëerde behoefte

Slide 46 - Quiz

Je gedrag/keuze wordt beïnvloed door:
A
reclame
B
peers
C
milieu/sociale achtergrond
D
social media

Slide 47 - Quiz


A
rationeel
B
emotioneel
C
intuïtief

Slide 48 - Quiz


A
reële behoefte
B
gecreëerde behoefte

Slide 49 - Quiz

Je gedrag/keuze wordt beïnvloed door:
A
reclame
B
peers
C
milieu/sociale achtergrond
D
social media

Slide 50 - Quiz

het prestige en het aanzien: de sociale status, het merk en de trends
A
reclame
B
status
C
peers
D
sociale aspecten

Slide 51 - Quiz

bv. folders, tv-spot, advertentie in een krant of tijdschrift.
A
media
B
reclame
C
sociale media
D
peers

Slide 52 - Quiz

de gewone kostprijs die we betalen als we iets kopen
A
beschikbare budget
B
social media
C
peergroup
D
reclame

Slide 53 - Quiz

de leeftijdsgenoten, de vrienden, de mensen met eenzelfde interesse
A
status
B
milieu aspecten
C
sociale aspecten
D
peergroup

Slide 54 - Quiz

kranten, tijdschriften, televisie en radio

A
media
B
peergroup
C
sociale media
D
verkooppraktijken

Slide 55 - Quiz

werkschrift p 81 - 84

Slide 56 - Slide