1.6 Meer of minder Europa?

1 / 14
next
Slide 1: Video
MaatschappijleerMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Video

1

Slide 2 - Video

00:00
Bekijk aandachtig het filmpje: 'Europa, toen, nu en straks' en omschrijf op welke manier Europa is gaan samenwerken na de Tweede Wereldoorlog. Gebruik daarbij de begrippen: EGKS, EEG, Euratom en EU in het juiste verband.

Slide 3 - Open question

Geef voor de volgende gebieden aan of je vindt dat Europa hier MEER of MINDER over te zeggen moet hebben en WAAROM?:
1. milieu, 2. drugs, 3. onderwijs, 4. verkeer en vervoer, 5. gezondheidszorg, 6. economie, 7. sociale zekerheid

Slide 4 - Open question

Schrijf een politiek en een economisch motief op voor de oprichting van de EGKS en de EEG in de jaren vijftig van de vorige eeuw.

Slide 5 - Open question

Nationaal of supranationaal?
  • Supranationaal: 'Boven de staat': Staten staan een deel van hun soevereiniteit af aan een nieuw boven de staten staand orgaan.

  • Kritische vraag: hoe ver moet je als land gaan in het afstaan van je soevereiniteit?
  • Kiezen we voor een soort Verenigde Staten van Europa (1 federale staat waarin deelstaten hun onafhankelijkheid kwijt zijn) OF houden we vast aan onze eigen soevereiniteit?

Slide 6 - Slide

Lees bladzijde 39/40 in je boek (wat hebben we aan Europa). En noem zaken waarvan jij vindt waar we vandaag de dag al iets aan hebben door de Europese samenwerking.

Slide 7 - Open question

Hoe is de EU politiek georganiseerd?

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Video

Uitvoerende macht
  • Europese Commissie (dagelijks bestuur) van 28 commissarissen (elke lidstaat levert 1 commissaris). Frans Timmermans voor NL.
  • De Commissie is een supranationale instelling die de belangen van de EU vertegenwoordigd (niet die van de landen afzonderlijk)!
  • Taak: wetten voorstellen en deze uitvoeren indien aangenomen. Verantwoording afleggen aan Europees Parlement.

Slide 10 - Slide

Wetgevende macht:
  • Raad van ministers (of: Raad van de EU) met 10 raadsformaties (afhankelijk van het onderwerp)
  • Europees Parlement. 750 zetels verdeeld over de lidstaten afhankelijk van het inwoneraantal en fracties op basis van verwantschap in ideologie.
  • Europese Raad (of: Eurotop) met 28 regeringsleiders (met vetorecht) met vaste voorzitter die ook wel EU-president wordt genoemd. Zij stellen de politieke richting vast.
Rechterlijke macht:
  • Hof van justitie van de Europese Unie in Luxemburg. 28 rechters (elke lidstaat 1).
  • Regelt juridische geschillen tussen nationale regeringen en EU instellingen.
  • Ook particulieren, bedrijven of organisaties kunnen met hun zaak naar het Hof als ze vinden dat hun rechten door een EU-instelling zijn geschonden.

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Video

Volgens sommigen moet de Europese Unie een federale staat worden. Schrijf op wat een federale staat is en wat het verschil is met een gedecentraliseerde eenheidsstaat. Geef ook twee voorbeelden van huidige federale staten.

Slide 13 - Open question

Er is veel kritiek op het democratisch gehalte van de EU. Men spreekt wel van een ‘democratisch tekort’ (zie blz. 44). Waaruit blijkt dit ‘democratisch tekort’?

Slide 14 - Open question