ASV Functioneel rekenen: Rekenverhalen
ASV Functioneel rekenen: Rekenverhalen
Open de les als instap: het doel is leerlingen vertrouwd maken met één eenvoudige aanpak voor rekenverhalen, als voorbereiding op zelfstandig of begeleid verder werken in een bundel.
Lesdoel
Ik kan:
in een rekenverhaal de gepaste bewerking kiezen
de bewerking correct uitrekenen met een methode die bij mij past
This item has no instructions
Stap 1: lees het rekenverhaal en de vraag
Lees rustig wat er gevraagd wordt.
Zoek het antwoordwoord in de vraag, bijvoorbeeld:
euro
minuten
berichten
tickets
Denk: Wat moet ik precies weten?
Benadruk dat leerlingen niet meteen beginnen rekenen. Eerst begrijpen wat de vraag vraagt.
Stap 2: zoek de getallen
Markeer de belangrijke getallen.
Let op woorden die helpen kiezen:
samen, erbij, meer
over, verschil, minder
keer
verdelen, per
Koppel de signaalwoorden al voorzichtig aan bewerkingen, zonder te zeggen dat één woord altijd automatisch één bewerking betekent.
Stap 3: bepaal je bewerking en kies je methode
optellen (+): samen, erbij, in totaal
aftrekken (-): over, minder, verschil
vermenigvuldigen (×): evenveel groepjes, elke keer
delen (:): verdelen, per, elk
Kies een manier die voor jou werkt:
uit het hoofd
cijferen
rekenmachine
andere
Leg uit dat het doel correct rekenen is volgens eigen mogelijkheden, niet per se allemaal op dezelfde manier.
Stap 4 en 5: reken en schrijf
Noteer je bewerking.
Reken uit.
Schrijf een volledig antwoord.
Niet alleen `24`, maar bijvoorbeeld:
Er zijn 24 tickets verkocht.
Benadruk dat het antwoord moet passen bij de vraag en liefst het juiste woord van de situatie gebruikt.
Voorbeeld van een rekenverhaal
Max verzamelt 48 schelpen en Tiebe 38 meer.
Vraag: Hoeveel schelpen verzamelen Max en Tiebe samen?
Hier lees je eerst goed de situatie en de vraag.
Gebruik dit voorbeeld enkel om de opmaak en denkwijze te tonen. Je kunt mondeling laten opmerken dat '38 meer' betekent: Tiebe heeft 38 meer dan Max.
Het voorbeeld stap voor stap
Getallen:
Methode: kies wat past
Bewerking:
Antwoord: ... schelpen.
Max verzamelt 48 schelpen en Tiebe 38 meer.
Vraag: Hoeveel schelpen verzamelen Max en Tiebe samen?
Didactisch vereenvoudigd voorbeeld om de instap helder te houden: focus op het herkennen van de bewerking en het noteren van een volledig antwoord.
Rekenverhaal 1
Noor krijgt 14 berichten in de ochtend en 9 berichten in de namiddag.
Hoeveel berichten krijgt Noor samen?
Bewerking:
Antwoord:
Optelsom met kleine getallen, geschikt voor hoofdrekenen.
Rekenverhaal 2
Voor een film worden 27 tickets online verkocht en 15 aan de kassa.
Hoeveel tickets zijn er in totaal verkocht?
Bewerking:
Antwoord:
Nog een optelsom, nu in context van vrije tijd.
Rekenverhaal 3
In een pennenzak zitten 36 stiften. 8 stiften zijn leeg.
Hoeveel stiften kunnen nog gebruikt worden?
Bewerking:
Antwoord:
Aftrekking in schoolcontext. Wijs op woorden als 'nog' en 'zijn leeg'.
Rekenverhaal 4
Yassin heeft 52 gamepunten. Hij gebruikt er 19 voor een nieuw item.
Hoeveel gamepunten heeft hij over?
Bewerking:
Antwoord:
Aftrekking met iets grotere getallen; leerlingen kunnen kiezen tussen hoofdrekenen, tussenstappen, cijferen of rekenmachine.
Rekenverhaal 5
Een klas neemt 4 pakken water mee. In elk pak zitten 6 waterflessen.
Hoeveel waterflessen zijn er samen?
Bewerking:
Antwoord:
Eerste vermenigvuldiging met herhaald optellen als denksteun.
Rekenverhaal 6
Een medewerker legt 5 stapels polsbandjes klaar. In elke stapel zitten 8 polsbandjes.
Hoeveel polsbandjes zijn dat samen?
Bewerking:
Antwoord:
Vermenigvuldiging in evenementcontext uit de leefwereld van jongeren.
Rekenverhaal 7
Er zijn 24 pizzastukken. Ze worden eerlijk verdeeld over 6 jongeren.
Hoeveel stukken krijgt elke jongere?
Bewerking:
Antwoord:
Eenvoudige deling met concreet verdelen.
Rekenverhaal 8
Een leerkracht heeft 35 hesjes. Ze verdeelt die over 5 teams.
Hoeveel hesjes krijgt elk team?
Bewerking:
Antwoord:
Deling met exact resultaat, zonder rest.
Rekenverhaal 9
Een busabonnement kost 18 euro. Liam heeft 25 euro.
Hoeveel euro houdt Liam over na het betalen?
Bewerking:
Antwoord:
Aftrekking met geldbedragen; let op het antwoordwoord 'euro'.
Rekenverhaal 10
Voor de lunch koopt een groep 3 dozen met broodjes. In elke doos zitten 12 broodjes.
Hoeveel broodjes zijn er samen?
Bewerking:
Antwoord:
Laat ruimte voor verschillende methodes: hoofdrekenen, tussenstappen of rekenmachine.
Woordenlijst
rekenverhaal - een korte situatie met een vraag waarin je moet rekenen
bewerking - de som die je kiest: +, -, × of :
optellen - getallen samen nemen
aftrekken - iets wegnemen of het verschil zoeken
vermenigvuldigen - even grote groepjes samen nemen
delen - eerlijk verdelen of per groep bekijken
in totaal - alles samen
This item has no instructions
Woordenlijst
over - wat er nog blijft
verschil - hoeveel meer of minder
methode - de manier waarop je rekent
hoofdrekenen - rekenen zonder alles op te schrijven
tussenstappen - kleine stapjes die je noteert
cijferen - een som netjes onder elkaar uitrekenen
rekenmachine - hulpmiddel om een som uit te rekenen
This item has no instructions