Les 9 - Fasen en fase-overgangen



1 / 30
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBiologieMiddelbare schoolvmbo lwoo, bLeerjaar 2

This lesson contains 30 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 70 min
Report this lesson

Items in this lesson



Science

Les 9 – Fasen en fase-overgangen

Thema 1: Onderzoeken en Materie · 2 vmbo-basis

Wat gaan we vandaag doen?

Aan het eind van deze les:

  • Ken je de drie fasen: vast, vloeibaar en gas

  • Weet je hoe moleculen bewegen in elke fase

  • Ken je de fase-overgangen: smelten, stollen, verdampen en condenseren

  • Weet je wat het smeltpunt en kookpunt is

Programma (70 min)

1. Terugblik (5)

2. De drie fasen (12)

3. Fase-overgangen (12)

4. Smelt- en kookpunt (8)

5. Demo + proef (28)

6. Afsluiten (5)

De drie fasen

Moleculen bewegen. Hoe ze bewegen, hangt af van de fase van de stof.

VASTE STOF

Moleculen bewegen bijna niet

IJs, hout, metaal

De drie fasen

Moleculen bewegen. Hoe ze bewegen, hangt af van de fase van de stof.

VASTE STOF

Moleculen bewegen bijna niet

IJs, hout, metaal

VLOEISTOF

Moleculen bewegen langs elkaar

Water, benzine, olie

De drie fasen

Moleculen bewegen. Hoe ze bewegen, hangt af van de fase van de stof.

VASTE STOF

Moleculen bewegen bijna niet

IJs, hout, metaal

VLOEISTOF

Moleculen bewegen langs elkaar

Water, benzine, olie

GAS

Moleculen bewegen alle kanten op

Waterdamp, helium, zuurstof

Checkvraag 1

Hoe bewegen de moleculen in een vloeistof?

1) Ze staan helemaal stil

2) Ze bewegen langs elkaar

3) Ze bewegen alle kanten op

4) Ze bewegen niet

LessonUp-tip: maak hier een quizvraag of open vraag van

Checkvraag 2

Wat is een belangrijk verschil tussen een vloeistof en een gas?

1) In een vloeistof bewegen de moleculen sneller

2) In een gas blijven de moleculen stil

3) In een vloeistof blijven de moleculen bij elkaar

4) In een gas zitten de moleculen vast

LessonUp-tip: maak hier een quizvraag of open vraag van

De vier fase-overgangen

Verwarm of koel je een stof? Dan kan de fase veranderen. Dat heet een fase-overgang.

Smelten

vast → vloeibaar

IJs wordt water

Verwarmen: smelten en verdampen. Afkoelen: stollen en condenseren.

De vier fase-overgangen

Verwarm of koel je een stof? Dan kan de fase veranderen. Dat heet een fase-overgang.

Smelten

vast → vloeibaar

IJs wordt water

Stollen

vloeibaar → vast

Water wordt ijs

Verwarmen: smelten en verdampen. Afkoelen: stollen en condenseren.

De vier fase-overgangen

Verwarm of koel je een stof? Dan kan de fase veranderen. Dat heet een fase-overgang.

Smelten

vast → vloeibaar

IJs wordt water

Stollen

vloeibaar → vast

Water wordt ijs

Verdampen

vloeibaar → gas

Water wordt waterdamp

Verwarmen: smelten en verdampen. Afkoelen: stollen en condenseren.

De vier fase-overgangen

Verwarm of koel je een stof? Dan kan de fase veranderen. Dat heet een fase-overgang.

Smelten

vast → vloeibaar

IJs wordt water

Stollen

vloeibaar → vast

Water wordt ijs

Verdampen

vloeibaar → gas

Water wordt waterdamp

Condenseren

gas → vloeibaar

Waterdamp wordt water

Verwarmen: smelten en verdampen. Afkoelen: stollen en condenseren.

Checkvraag 3

Op een koude winterdag zie je druppeltjes op het raam. Door welke fase-overgang komt dat?

1) Verdampen

2) Smelten

3) Condenseren

4) Stollen

LessonUp-tip: maak hier een quizvraag of open vraag van

Smeltpunt en kookpunt

Elke stof verandert van fase bij zijn eigen temperatuur.

SMELTPUNT

De temperatuur waarbij een vaste stof smelt tot een vloeistof.

Smeltpunt en kookpunt

Elke stof verandert van fase bij zijn eigen temperatuur.

SMELTPUNT

De temperatuur waarbij een vaste stof smelt tot een vloeistof.

KOOKPUNT

De temperatuur waarbij een vloeistof kookt en gas wordt.

Smeltpunt en kookpunt

Elke stof verandert van fase bij zijn eigen temperatuur.

SMELTPUNT

De temperatuur waarbij een vaste stof smelt tot een vloeistof.

KOOKPUNT

De temperatuur waarbij een vloeistof kookt en gas wordt.

Smeltpunt en kookpunt

Elke stof verandert van fase bij zijn eigen temperatuur.

SMELTPUNT

De temperatuur waarbij een vaste stof smelt tot een vloeistof.

KOOKPUNT

De temperatuur waarbij een vloeistof kookt en gas wordt.

Smeltpunt en kookpunt

Elke stof verandert van fase bij zijn eigen temperatuur.

SMELTPUNT

De temperatuur waarbij een vaste stof smelt tot een vloeistof.

KOOKPUNT

De temperatuur waarbij een vloeistof kookt en gas wordt.

Checkvraag 4

Wat gebeurt er als je alcohol verwarmt tot 78 °C?

1) Het bevriest

2) Het smelt

3) Het verdampt

4) Het condenseert

LessonUp-tip: maak hier een quizvraag of open vraag van

Demo: indampen

De docent lost zout op in water en verwarmt het daarna.

1

Zout oplossen in water. Je ziet het zout niet meer.

2

Het zoute water verwarmen tot boven 100 °C.

3

Het water verdampt.

4

Het zout blijft achter in het glas.

Vraag: welke fase-overgang zie je hier? En welke fase heeft het zout aan het eind?

Proef

Fase-overgangen in een bekertje

Je werkt in tweetallen. Je ziet drie fase-overgangen tegelijk.

Stap 1

Inleiding en doel

1

2

3

4

5

6

7

Wat ga je doen?

Je zet een bekertje met heet water neer. Daarop zet je een omgekeerd bekertje met een ijsklontje erop.

Waarom leer je dit?

Je ziet verdampen, condenseren en smelten in één proef.

Je leert de fase-overgangen herkennen.

Je oefent weer met het opschrijven van een proef.

Stap 2

Onderzoeksvraag en verwachting

1

2

3

4

5

6

7

Onderzoeksvraag

Wat gebeurt er met waterdamp als hij afkoelt?

Jouw verwachting

Wat denk jij dat er gebeurt? Je mag gewoon raden. Schrijf op:

“Ik denk dat er op de rand van het bovenste bekertje ………… komt.”

Kijk vooral goed naar de onderkant van het bovenste bekertje.

Stap 3

Benodigdheden

1

2

3

4

5

6

7

Dit heb je nodig:

  • 2 doorzichtige bekertjes die op elkaar passen

  • Heet water (van de docent)

  • 1 ijsklontje

  • 1 doekje

  • Je schrift en een pen

Stap 4

Veiligheid

1

2

3

4

5

6

7

✓

Het water is heet. Laat de docent inschenken.

✓

Pak het onderste bekertje niet vast tijdens de proef.

✓

Mors geen water. Maak het meteen droog.

✓

Blijf zitten tijdens de proef.

Werk je met heet water? Dan pak je alleen de bovenkant vast.

Stap 5

Werkplan

1

2

3

4

5

6

7

1

Zet een bekertje op tafel.

2

Laat de docent er heet water in doen.

3

Zet het tweede bekertje omgekeerd op het eerste.

4

Leg het ijsklontje bovenop.

5

Kijk goed naar de rand en de onderkant van het bovenste bekertje.

6

Wacht een paar minuten en kijk nog een keer.

Niet schudden en niet optillen. Blijf gewoon kijken.

Stap 6

Resultaten

1

2

3

4

5

6

7

Vul de tabel in je schrift in.

Schrijf alleen op wat je echt ziet of meet.

Stap 7

Conclusie

1

2

3

4

5

6

7

Kijk naar je resultaten. Geef antwoord op de onderzoeksvraag.

Onderzoeksvraag: wat gebeurt er met waterdamp als hij afkoelt?

Maak af: “Als waterdamp afkoelt, wordt hij weer ………… . Dat heet ………… .”

Klopte je verwachting?

Kijk terug naar stap 2.

Denk verder

Waarom zitten de druppels aan de onderkant en niet bovenop?

Aan de slag · in je schrift

Bij de theorie

Vraag 22 t/m 32 (blz 15, 16 en 17)

Vraag 42 t/m 47 (blz 18 en 19)


Bij proef 6

Proef 6: vraag 1 t/m 5


Wat je niet af krijgt, maak je thuis af.

Wat weet je nu?

  • Er zijn drie fasen: vast, vloeibaar en gas

  • In elke fase bewegen de moleculen anders

  • Smelten, stollen, verdampen en condenseren zijn fase-overgangen

  • Elke stof heeft een eigen smeltpunt en kookpunt

Volgende les: we starten met het nieuwe thema Kracht en Beweging