Science
Les 9 – Fasen en fase-overgangen
Thema 1: Onderzoeken en Materie · 2 vmbo-basis
Wat gaan we vandaag doen?
Aan het eind van deze les:
Ken je de drie fasen: vast, vloeibaar en gas
Weet je hoe moleculen bewegen in elke fase
Ken je de fase-overgangen: smelten, stollen, verdampen en condenseren
Weet je wat het smeltpunt en kookpunt is
Programma (70 min)
1. Terugblik (5)
2. De drie fasen (12)
3. Fase-overgangen (12)
4. Smelt- en kookpunt (8)
5. Demo + proef (28)
6. Afsluiten (5)
De drie fasen
Moleculen bewegen. Hoe ze bewegen, hangt af van de fase van de stof.
VASTE STOF
Moleculen bewegen bijna niet
IJs, hout, metaal
De drie fasen
Moleculen bewegen. Hoe ze bewegen, hangt af van de fase van de stof.
VASTE STOF
Moleculen bewegen bijna niet
IJs, hout, metaal
VLOEISTOF
Moleculen bewegen langs elkaar
Water, benzine, olie
De drie fasen
Moleculen bewegen. Hoe ze bewegen, hangt af van de fase van de stof.
VASTE STOF
Moleculen bewegen bijna niet
IJs, hout, metaal
VLOEISTOF
Moleculen bewegen langs elkaar
Water, benzine, olie
GAS
Moleculen bewegen alle kanten op
Waterdamp, helium, zuurstof
Checkvraag 1
Hoe bewegen de moleculen in een vloeistof?
1) Ze staan helemaal stil
2) Ze bewegen langs elkaar
3) Ze bewegen alle kanten op
4) Ze bewegen niet
LessonUp-tip: maak hier een quizvraag of open vraag van
Checkvraag 2
Wat is een belangrijk verschil tussen een vloeistof en een gas?
1) In een vloeistof bewegen de moleculen sneller
2) In een gas blijven de moleculen stil
3) In een vloeistof blijven de moleculen bij elkaar
4) In een gas zitten de moleculen vast
LessonUp-tip: maak hier een quizvraag of open vraag van
De vier fase-overgangen
Verwarm of koel je een stof? Dan kan de fase veranderen. Dat heet een fase-overgang.
Smelten
vast → vloeibaar
IJs wordt water
Verwarmen: smelten en verdampen. Afkoelen: stollen en condenseren.
De vier fase-overgangen
Verwarm of koel je een stof? Dan kan de fase veranderen. Dat heet een fase-overgang.
Smelten
vast → vloeibaar
IJs wordt water
Stollen
vloeibaar → vast
Water wordt ijs
Verwarmen: smelten en verdampen. Afkoelen: stollen en condenseren.
De vier fase-overgangen
Verwarm of koel je een stof? Dan kan de fase veranderen. Dat heet een fase-overgang.
Smelten
vast → vloeibaar
IJs wordt water
Stollen
vloeibaar → vast
Water wordt ijs
Verdampen
vloeibaar → gas
Water wordt waterdamp
Verwarmen: smelten en verdampen. Afkoelen: stollen en condenseren.
De vier fase-overgangen
Verwarm of koel je een stof? Dan kan de fase veranderen. Dat heet een fase-overgang.
Smelten
vast → vloeibaar
IJs wordt water
Stollen
vloeibaar → vast
Water wordt ijs
Verdampen
vloeibaar → gas
Water wordt waterdamp
Condenseren
gas → vloeibaar
Waterdamp wordt water
Verwarmen: smelten en verdampen. Afkoelen: stollen en condenseren.
Checkvraag 3
Op een koude winterdag zie je druppeltjes op het raam. Door welke fase-overgang komt dat?
1) Verdampen
2) Smelten
3) Condenseren
4) Stollen
LessonUp-tip: maak hier een quizvraag of open vraag van
Smeltpunt en kookpunt
Elke stof verandert van fase bij zijn eigen temperatuur.
SMELTPUNT
De temperatuur waarbij een vaste stof smelt tot een vloeistof.
Smeltpunt en kookpunt
Elke stof verandert van fase bij zijn eigen temperatuur.
SMELTPUNT
De temperatuur waarbij een vaste stof smelt tot een vloeistof.
KOOKPUNT
De temperatuur waarbij een vloeistof kookt en gas wordt.
Smeltpunt en kookpunt
Elke stof verandert van fase bij zijn eigen temperatuur.
SMELTPUNT
De temperatuur waarbij een vaste stof smelt tot een vloeistof.
KOOKPUNT
De temperatuur waarbij een vloeistof kookt en gas wordt.
Smeltpunt en kookpunt
Elke stof verandert van fase bij zijn eigen temperatuur.
SMELTPUNT
De temperatuur waarbij een vaste stof smelt tot een vloeistof.
KOOKPUNT
De temperatuur waarbij een vloeistof kookt en gas wordt.
Smeltpunt en kookpunt
Elke stof verandert van fase bij zijn eigen temperatuur.
SMELTPUNT
De temperatuur waarbij een vaste stof smelt tot een vloeistof.
KOOKPUNT
De temperatuur waarbij een vloeistof kookt en gas wordt.
Checkvraag 4
Wat gebeurt er als je alcohol verwarmt tot 78 °C?
1) Het bevriest
2) Het smelt
3) Het verdampt
4) Het condenseert
LessonUp-tip: maak hier een quizvraag of open vraag van
Demo: indampen
De docent lost zout op in water en verwarmt het daarna.
1
Zout oplossen in water. Je ziet het zout niet meer.
2
Het zoute water verwarmen tot boven 100 °C.
3
Het water verdampt.
4
Het zout blijft achter in het glas.
Vraag: welke fase-overgang zie je hier? En welke fase heeft het zout aan het eind?
Proef
Fase-overgangen in een bekertje
Je werkt in tweetallen. Je ziet drie fase-overgangen tegelijk.
Stap 1
Inleiding en doel
1
2
3
4
5
6
7
Wat ga je doen?
Je zet een bekertje met heet water neer. Daarop zet je een omgekeerd bekertje met een ijsklontje erop.
Waarom leer je dit?
Je ziet verdampen, condenseren en smelten in één proef.
Je leert de fase-overgangen herkennen.
Je oefent weer met het opschrijven van een proef.
Stap 2
Onderzoeksvraag en verwachting
1
2
3
4
5
6
7
Onderzoeksvraag
Wat gebeurt er met waterdamp als hij afkoelt?
Jouw verwachting
Wat denk jij dat er gebeurt? Je mag gewoon raden. Schrijf op:
“Ik denk dat er op de rand van het bovenste bekertje ………… komt.”
Kijk vooral goed naar de onderkant van het bovenste bekertje.
Stap 3
Benodigdheden
1
2
3
4
5
6
7
Dit heb je nodig:
2 doorzichtige bekertjes die op elkaar passen
Heet water (van de docent)
1 ijsklontje
1 doekje
Je schrift en een pen
Stap 4
Veiligheid
1
2
3
4
5
6
7
✓
Het water is heet. Laat de docent inschenken.
✓
Pak het onderste bekertje niet vast tijdens de proef.
✓
Mors geen water. Maak het meteen droog.
✓
Blijf zitten tijdens de proef.
Werk je met heet water? Dan pak je alleen de bovenkant vast.
Stap 5
Werkplan
1
2
3
4
5
6
7
1
Zet een bekertje op tafel.
2
Laat de docent er heet water in doen.
3
Zet het tweede bekertje omgekeerd op het eerste.
4
Leg het ijsklontje bovenop.
5
Kijk goed naar de rand en de onderkant van het bovenste bekertje.
6
Wacht een paar minuten en kijk nog een keer.
Niet schudden en niet optillen. Blijf gewoon kijken.
Stap 6
Resultaten
1
2
3
4
5
6
7
Vul de tabel in je schrift in.
Schrijf alleen op wat je echt ziet of meet.
Stap 7
Conclusie
1
2
3
4
5
6
7
Kijk naar je resultaten. Geef antwoord op de onderzoeksvraag.
Onderzoeksvraag: wat gebeurt er met waterdamp als hij afkoelt?
Maak af: “Als waterdamp afkoelt, wordt hij weer ………… . Dat heet ………… .”
Klopte je verwachting?
Kijk terug naar stap 2.
Denk verder
Waarom zitten de druppels aan de onderkant en niet bovenop?
Aan de slag · in je schrift
Bij de theorie
Vraag 22 t/m 32 (blz 15, 16 en 17)
Vraag 42 t/m 47 (blz 18 en 19)
Bij proef 6
Proef 6: vraag 1 t/m 5
Wat je niet af krijgt, maak je thuis af.
Wat weet je nu?
Er zijn drie fasen: vast, vloeibaar en gas
In elke fase bewegen de moleculen anders
Smelten, stollen, verdampen en condenseren zijn fase-overgangen
Elke stof heeft een eigen smeltpunt en kookpunt
Volgende les: we starten met het nieuwe thema Kracht en Beweging