7.3 De planeten

7.3 De Planeten
1 / 23
next
Slide 1: Slide
Mens & NatuurMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

7.3 De Planeten

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
7.3.1 Je kunt uitleggen dat elke planeet zijn eigen omlooptijd en snelheid heeft.
7.3.2 Je kunt afstanden omrekenen van km naar AE en omgekeerd.
7.3.3 Je kunt de vier aardse planeten noemen met hun kenmerken.
7.3.4 Je kunt uitleggen wat bedoeld wordt met ‘een vacuüm’ en ‘de atmosfeer van een planeet’.
7.3.5 Je kunt de belangrijkste verschillen benoemen tussen de aardse planeten en de reuzenplaneten.
7.3.6 Je kunt een aantal manieren beschrijven waarop planeten onderzocht worden.

Slide 2 - Slide

Hoe komt het dat wij de maan kunnen zien?
A
De maan geeft licht net als de zon
B
De maan reflecteert het licht van de zon
C
De maan is eigenlijk een ster

Slide 3 - Quiz

Wat is geen hemellichaam
A
planeet
B
satteliet
C
ster
D
planetoïde

Slide 4 - Quiz

Wat verstaan we onder het zonnestelsel?

Slide 5 - Open question

Noem een verschil tussen een dwergplaneet en een planetoïde

Slide 6 - Open question

De omlooptijd van de aarde is
A
1 dag
B
1 jaar
C
1 maand

Slide 7 - Quiz

Behalve de aarde bewegen er nog zeven andere planeten rond de zon. Vijf daarvan zijn vanaf de aarde goed te zien. Ze hebben hun namen al in de oudheid gekregen: Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus. Uranus en Neptunus zijn pas later ontdekt, in 1781 en in 1846.

Slide 8 - Slide

De astronomische eenheid
Er bestaat een speciale eenheid voor afstanden in het zonnestelsel: de astronomische eenheid (AE). Dit is een handige eenheid om afstanden in het zonnestelsel snel met elkaar te vergelijken.
1 AE is gelijk aan de afstand tussen de aarde en de zon. Dus 1 AE = 150 miljoen km.
In tabel 1 is de afstand tot de zon van de acht planeten gegeven in km en in AE.

Slide 9 - Slide





De gemiddelde afstand tussen Saturnus  en de zon is 1434 miljoen km.
Hoeveel is dat in astronomische eenheden?
Gegevens
de afstand tussen Saturnus en de zon is: 1434 miljoen km = 1 434 000 000 km

Gevraagd
de afstand tussen Saturnus en de zon in AE

Berekening
Je wilt berekenen hoe vaak 1 AE in 1 434 000 000 km past.
Dat doe je door te delen: 1.434.000.000/150.000.000= 9,6 AE
Saturnus staat dus bijna tien keer zo ver van de zon als de aarde.

Slide 10 - Slide

Aan de slag
Hoofdstuk 7
Paragraaf 3
Opdrachten 3, 4, 5, 9, 10, 13

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

De aardse planeten
-Afmetingen en samenstelling 
- een hard, rotsachtig oppervlak. 
- Binnenin bestaan ze uit gesteenten en metalen, in vaste of vloeibare vorm. 


Mercurius       Venus                Aarde              Mars

Slide 13 - Slide

- Weerkaatsing van zonlicht.
 - Venus en Mars staan ‘dicht’ bij de aarde en zijn daardoor goed zichtbaar. 
- Alleen de zon en de maan geven nog meer licht. 
- Weetje!: Je ziet Venus soms als ‘avondster’ vroeg in de avond en soms als ‘morgenster’ laat in de nacht.

Slide 14 - Slide

Venus
Mars
Zowel op Venus als op Mars zijn planeetverkenners geland, om metingen te doen en foto’s te maken. 


Op Venus kort, maar op Mars kunnen verkenners jarenlang doorgaan. 
Waarom?

Slide 15 - Slide

De atmosfeer van planeten
Het heelal bestaat voor het overgrote deel uit lege ruimte. Een vacuüm

Als een voorwerp door zo’n lege ruimte beweegt, hoeft het niets opzij te duwen. Er is niets dat zijn beweging afremt.

Slide 16 - Slide

De atmosfeer van Venus en Mars is totaal anders dan die van de aarde . Koolstofdioxide is op beide planeten het belangrijkste bestanddeel. Zuurstof komt er niet of nauwelijks voor. Mensen kunnen in zo’n atmosfeer onmogelijk overleven. Ze zouden meteen omkomen door zuurstofgebrek.

Slide 17 - Slide

Reuzenplaneten
De planeten Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus worden reuzenplaneten genoemd.

De reuzenplaneten bestaan voor een groot deel uit gassen. Van buitenaf zie je alleen de bovenste laag wolken die de planeet omringen.  Maar onder die wolken is geen stevig, rotsachtig oppervlak, waarop je een ruimtevaartuig kunt laten landen.
Jupiter
Saturnus
Mercurius, Venus, Aarde en Mars
Uranus
Neptunus
De zon

Slide 18 - Slide

Aan het werk! NOVA!
Wat? 7.3 De planeten - opdrachten 1 t/m 10.

Klaar? Nakijken
Niet af? Dan is het Huiswerk!!!

Slide 19 - Slide

Planeten onderzoeken
Rond 1600 werd de telescoop uitgevonden. 

Planeetverkenners: In 1962 werd de Mariner 2 gelanceerd. In datzelfde jaar vloog de Mariner 2 op een afstand van ongeveer 35 000 km langs de planeet Venus. Zo’n (korte) vlucht langs een hemellichaam noem je een scheervlucht.

In een korte tijd deed de Mariner 2 allerlei metingen aan de planeet. Dit was de eerste keer dat een ruimtevaartuig een andere planeet bezocht.

Meer voorbeelden: zie blz 154

Slide 20 - Slide

NASA is de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie. In 1971 lukte het de NASA om een ruimtevaartuig in een baan rond een planeet te krijgen. 

Mariner 9 was de eerste orbiter bij een andere planeet. Een orbiter is een ruimtevaartuig dat voor langere tijd in een baan rond een planeet draait. 

Slide 21 - Slide

Flyby
Orbiter

Slide 22 - Slide

AAN DE SLAG
Wat? Maak opdracht 1 t/m 11 van paragraaf 3 (blz. 156-158)


 

Niet af? Dan is het Huiswerk.

Slide 23 - Slide