Mens en Zorg
Benny
Mens en Zorg
Benny
Opbouw van deze les
Terugblik op de vorige hoofdstukken
Doelen voor deze week
Casussen die in dit hoofdstuk centraal staan
uitleg over begrippen
Praktijkopdrachten
Terugblik op vorig hoofdstuk
Terugblik op het hoofdstuk van Thomas
Geef op de volgende dia's aan wat de begrippen betekenen.
Wat betekend het begrip Somatiek?
Wat zijn bijwerkingen?
Wat betekend incubatietijd?
Geef een voorbeeld van een welvaartsziekte
Deze week staat in het teken van het hoofdstuk Benny.
Praktijkoefeningen die horen bij dit hoofdstuk zijn:
Instellen rollator
Lopen met rollator
Meneer Wals helpen
Adviseren over loopondersteuning
Flesvoeding maken en luier verschonen
Helpen met Eten
Vloggen over helpen met eten en drinken
Lesdoelen voor dit hoofdstuk
Doel 1: Aan het eind van de les weet je hoe je een rollator op de juiste hoogte moet instellen en snap je waarom dit zo belangrijk is voor de veiligheid van de cliënt.
Doel 2: Aan het eind van de les kun je aan een cliënt uitleggen en voordoen hoe je veilig met een rollator loopt en hoe je de (parkeer)remmen gebruikt.
Doel 3: Aan het eind van de les ken je het verschil tussen een wandelstok, krukken, een looprek en een rollator, zodat je een cliënt kunt vertellen welk hulpmiddel het beste bij hem of haar past.
Doel 4: Aan het eind van de les kun je op een vriendelijke en rustige manier een adviesgesprek voeren met een cliënt die het misschien moeilijk vindt om een loophulpmiddel te gaan gebruiken.
Casussen
Benny:
Benny is werkzaam als activiteitenbegeleider in het verpleeghuis. Samen in overleg met de bewoners organiseert hij verschillende activiteiten die aansluiten bij hun interesses. Hiervoor is het belangrijk dat hij goed met de mensen communiceert. In het verpleeghuis zijn er verschillende afdelingen. Er is een afdeling voor dementerende mensen, mensen met een lichamelijke aandoening en een revalidatie afdeling.
Mw. Demir
Mw. Demir woont tijdelijk op de revalidatie afdeling. Mw. heeft in het ziekenhuis een nieuwe heup gekregen en is in het verpleeghuis opgenomen om hier verder te revalideren. De revalidatie verloopt goed en mw. kan alweer zelfstandig lopen. Mw. heeft hier geleerd hoe ze een rollator moet gebruiken en gebruikt deze dan ook als ze naar buiten gaat om te wandelen.
Praktijkopdrachten die bij Mw. Demir horen zijn: 74 en 75
Dhr. Wals
Dhr. Wals woont al een tijdje in het verpleeghuis. Dhr. heeft hier naar zijn zin, ondanks dat het niet altijd leuk even leuk is. Dhr. heeft hulp nodig omdat hij niet meer zo mobiel is. Dhr. heeft hulp nodig bij het wassen en aankleden. Ook kan hij niet meer zelfstandig lopen en heeft hij hulp nodig om in de rolstoel te komen.
Praktijkopdrachten die horen bij Dhr. Wals zijn: 78.
Begrippen
Begrippen die je moet leren voor deze week zijn:
Mobiliteit
Autonomie
Slide titel
Mobiliteit: het vermogen om jezelf te kunnen bewegen of te verplaatsen.
Verminderde mobiliteit kan verschillende oorzaken hebben
Autonomie:
Zelfstandig beslissingen nemen over je eigen leven, zonder daartoe door een ander te worden gedwongen, dit is een mensenrecht.
Opdracht: bedenk een voorbeeld van autonomie, misschien kun je iets bedenken van wat je zelf hebt meegemaakt.
Praktijkopdrachten
We gaan nu aan de slag met de praktijkopdrachten.
Voor het uitvoeren van de praktijkopdrachten moet je gebruik maken van de werkkaarten.
We gaan als eerst demonstreren hoe je de praktijkopdrachten moet uitvoeren.
Aan de slag
Jullie hebben tekst en uitleg gehad over de verschillende begrippen.
Uitleg gehad over praktijkopdrachten.
Nu ga zelfstandig aan de slag in je eigen groepje. Schakel een docent in wanneer je een praktijkopdracht gaat uitvoeren, zodat wij kunnen meekijken.
Afsluiting
Zijn de lesdoelen behaald?
Doel 1: Aan het eind van de les weet je hoe je een rollator op de juiste hoogte moet instellen en snap je waarom dit zo belangrijk is voor de veiligheid van de cliënt.
Doel 2: Aan het eind van de les kun je aan een cliënt uitleggen en voordoen hoe je veilig met een rollator loopt en hoe je de (parkeer)remmen gebruikt.
Doel 3: Aan het eind van de les ken je het verschil tussen een wandelstok, krukken, een looprek en een rollator, zodat je een cliënt kunt vertellen welk hulpmiddel het beste bij hem of haar past.
Doel 4: Aan het eind van de les kun je op een vriendelijke en rustige manier een adviesgesprek voeren met een cliënt die het misschien moeilijk vindt om een loophulpmiddel te gaan gebruiken.