V2A: Unité 2 d-toets

Bonjour!
  • Prends ton livre.

  • Prends ton ordinateur quand tu veux apprendre le vocabulaire sur WRTS. 
1 / 20
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 20 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Bonjour!
  • Prends ton livre.

  • Prends ton ordinateur quand tu veux apprendre le vocabulaire sur WRTS. 

Slide 1 - Slide

Programme
  • Objectif: Tu as pratiqué pour le test de jeudi.

  • Pouvoir
  • Bezittelijk voornaamwoord
  • Kloktijden

Slide 2 - Slide

Oefentoets
  • Ik deel oefentoetsen uit, die je gaat maken.

  • Ondertussen herhaal ik kort de grammatica. Wil je daarbij aanschuiven, kom dan naar voren als het onderwerp waar je meer van wil weten omgeroepen wordt. 

  • Je bent stil aan het werk als je niet bij de uitleg zit!

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Pouvoir
  • Welke vormen van pouvoir in de présent ken je (nog)? 

  • Hoe ziet de passé composé van pouvoir eruit?

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Pouvoir
  • De je, tu, il/elle en ils/elles vorm beginnen met peu-

  • De nous- en vous- vorm beginnen met pouv- 

  • De je en tu vorm zijn hetzelfde

  • De passé composé is met hulpwerkwoord avoir

Slide 7 - Slide

Le pronom possessif
Bezittelijk voornaamwoord

Slide 8 - Slide

Bezittelijk voornaamwoord
  • Welke bezittelijk voornaamwoorden ken je?

  • Hoe bepaal je welk bezittelijk voornaamwoord je moet gebruiken? 

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Let op:
  • Bij vrouwelijke woorden in het enkelvoud die een klinker of stomme h hebben, veranderen ma, ta, sa in mon, ton, son : mon école, son amie

  • In het meervoud is er geen apart woord voor mannelijke of vrouwelijke woorden : notre père, notre mère.

Slide 11 - Slide

Les heures (kloktijden)

Slide 12 - Slide

Kloktijden
  • Welke kloktijden ken je?

  • Hoe zeg je '12 uur 's middags', hoe zeg je '12 uur 's nachts'?

  • Op welk moment zeg je in plaats van 'het is X over 5', 'het is X voor 6'? Waar ligt het omslagpunt? 

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Let op:
  • Als je een heel uur hebt, verandert heure in heures: il est 3 heures.
  • 12 uur 's middags = midi / 12 uur 's nachts = minuit

  • Het is kwart over 1 = il est 1 heure et quart
  • Het is half 2 = il est deux heures et demi
  • Het is kwart voor 2 = il est deux heures moins le quart

  • Na het half uur gebruik je "moins", bijvoorbeeld "il est trois heures moins cinq".

Slide 15 - Slide

Wat moet je hiermee kunnen op de toets?
  • Pouvoir vervoegen.

  • Het juiste bezittelijk voornaamwoord kiezen en invullen.

  • Aflezen in een klok hoe laat het is, en dit aangeven in het Frans.

Slide 16 - Slide

Au travail !
Quoi?
Faire le test
Avec qui?
Individuellement.
Besoin d'aide?
- Gebruik je boek.
Temps?

Pourquoi?
Om te oefenen voor het proefwerk.
Fini?
- Ga leren uit je boek of via bijv. WRTS.
timer
1:00

Slide 17 - Slide

Programme
  • Objectif: Tu as pratiqué pour le test de jeudi.

  • Pouvoir - ✔
  • Bezittelijk voornaamwoord - ✔
  • Kloktijden - ✔

Slide 18 - Slide

Le prochain cours...
...Proefwerk hoofdstuk 2.

  • Leren: Apprendre 1 t/m 10, blz. 75-78

Slide 19 - Slide

Succes met leren!

Slide 20 - Slide