BVVJ herhaling 4 Thuis in je huis

Thema 4 Thuis in je huis 
Tips:
 Lees de vraag eerst goed en denk na.
Kies daarna pas het goede antwoord.

Nadat je antwoord hebt gegeven lees je de vraag nog eens:
heb ik antwoord gegeven op de vraag?
1 / 31
next
Slide 1: Slide
Biologie / VerzorgingMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 1

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Thema 4 Thuis in je huis 
Tips:
 Lees de vraag eerst goed en denk na.
Kies daarna pas het goede antwoord.

Nadat je antwoord hebt gegeven lees je de vraag nog eens:
heb ik antwoord gegeven op de vraag?

Slide 1 - Slide

Een gezin van tien mensen of meer heet een grootfamilie
A
Waar
B
Niet waar

Slide 2 - Quiz

Huisstofmijten houden van...
A
donker en vochtig
B
donker en droog
C
licht en vochtig
D
licht en droog

Slide 3 - Quiz

Linnen is van natuurlijke vezels gemaakt
A
Waar
B
Niet waar

Slide 4 - Quiz

linnen is gemaakt van...(1 woord)

Slide 5 - Open question

Handdoeken zijn meestal gemaakt van
A
wol
B
katoen
C
nylon

Slide 6 - Quiz

Als je een kledingstuk te koud wast kan het krimpen en verkleuren.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 7 - Quiz

welke stof kan zijn vorm verliezen in de droogtrommel
A
nylon
B
polyester
C
katoen

Slide 8 - Quiz

nylon is een
A
natuurlijke vezel
B
synthetische vezel
C
mengvezel

Slide 9 - Quiz

wat is sterker
A
natuurlijke vezel
B
mengvezel

Slide 10 - Quiz

Dirk en Lina waren getrouwd maar zijn nu uit elkaar. De kinderen wonen de hele week bij Dirk, hij heeft de volledige zorg voor de kinderen. Hij heeft geen nieuwe relatie.
A
eenoudergezin
B
traditioneel gezin
C
samengesteld gezin
D
tweeverdienersgezin

Slide 11 - Quiz

Wat is rolgedrag?
A
Zorgen voor alles in het huishouden
B
Iemand thuis helpen
C
Doen wat van je verwacht wordt

Slide 12 - Quiz

Als je je kamer schoonmaakt, moet je een aantal dingen doen.

Wat is de juiste volgorde?
A
Ramen open zetten. Werken met droge/vochtige doek. Werken met natte doek.
B
Ramen open zetten. Werken met natte doek. Werken met droge/vochtige doek.
C
Werken met droge/vochtige doek. Ramen open zetten. Werken met natte doek.

Slide 13 - Quiz

Als je je kamer schoonmaakt, moet je een aantal dingen doen.

Wat moet je eerst doen?
A
Werken met droge/vochtige doek.
B
Ramen open zetten.
C
Werken met natte doek.

Slide 14 - Quiz

Niels maakt een werkstuk over het huishouden van vroeger en nu. Bij het voorbereiden schrijft hij drie verschillen op.
Welk verschil dat Niels noteert, is juist?
A
Het huishouden kost nu meer elektriciteit.
B
Het huishouden kost nu meer lichamelijke inspanning.
C
Het huishouden kost nu meer tijd.
D
Alle drie de antwoorden zijn juist.

Slide 15 - Quiz

Giftig
Ont
vlam
baar
Milieu-
gevaarlijk
Ont
plof
baar
Bijtend

Slide 16 - Drag question

Sleep de beschrijvingen naar het juiste symbool
Bleken
Wassen op 60 graden
Niet in de droger

Slide 17 - Drag question

De symbolen van de vorige vraag staan op het
A
onderhoudsetiket
B
samenstellingsetiket

Slide 18 - Quiz

Dit schoonmaakmiddel is milieuvriendelijk
A
soda
B
chloor
C
ammonia
D
gootsteenontstopper

Slide 19 - Quiz

Vroeger hadden vrouwen in Nederland minder rechten en kansen dan mannen. Tegenwoordig hebben vrouwen dezelfde rechten en kansen als mannen. Hoe noem je het als mensen gelijke rechten krijgen vanuit een mindere situatie? (1 woord)

Slide 20 - Open question

Wat is rolgedrag?

Slide 21 - Open question

Wat eet een huisstofmijt?

Slide 22 - Open question

Noem 3 redenen om kleding te wassen.

Slide 23 - Open question

Noem de drie soorten oorzaken van ongelukken

Slide 24 - Open question

Je hebt teveel apparaten aangesloten en er komt brand.
A
Overbelasting
B
Kortsluiting

Slide 25 - Quiz

wat is geen manier om energie te besparen
A
gordijnen s avonds sluiten
B
korter douchen
C
apparaten op stand by zetten
D
zuinige apparaten kopen

Slide 26 - Quiz

wat moet je zo snel mogelijk doen bij een gaslek?

Slide 27 - Open question

bij welk soort afval doe je lampen
A
plastic
B
glas
C
restafval
D
klein chemisch afval

Slide 28 - Quiz

wat is mantelzorg

Slide 29 - Open question

Wat betekent het woord “single”? (1 woord)

Slide 30 - Open question

Wat is een LAT relatie en waar staan de letters voor...

Slide 31 - Open question