3T 3.4 Krachten in Werktuigen

    Krachten in werktuigen
1 / 35
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 3

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

    Krachten in werktuigen

Slide 1 - Slide

Onthoud
• Als de krachten op een voorwerp in evenwicht zijn, zal het voorwerp niet in beweging komen. Daarvoor moet aan drie voorwaarden zijn voldaan:
– de krachten zijn even groot;
– de krachten liggen op dezelfde lijn (in elkaars verlengde);
– de krachten hebben een tegengestelde richting.
• Als de krachten in evenwicht zijn, is de nettokracht gelijk aan 0 N.
• Om de nettokracht op een voorwerp te vinden, pas je twee regels toe:
– krachten in dezelfde richting tel je bij elkaar op;
– krachten in tegengestelde richting trek je van elkaar af.

Slide 2 - Slide

Leerdoelen 
  • 1 Je kunt uitleggen of een werktuig een enkele of een dubbele hefboom vormt.
  • 2 Je kunt het draaipunt en de armen van een hefboom herkennen.
  • 3 Je kunt bij werktuigen beschrijven op welke manier met een kleine kracht een grote kracht wordt uitgeoefend.
  • 4 Je kunt bepalen hoeveel keer een werktuig de kracht vergroot die erop werkt.
  • 5 Je kunt de krachten en armen berekenen bij een hefboom in evenwicht, waarbij het draaipunt van de hefboom aan het uiteinde ligt. (extra stof)

Slide 3 - Slide

                              Hefboom

Slide 4 - Slide

Hefboom

Een hefboom gebruik je om een kracht te vergroten.

Een hefboom is een voorwerp met een draaipunt.

Deze heeft een lange arm en een korte arm

Slide 5 - Slide

Hefboom
Op de lange arm zetten we meestal de werkkracht 
(bijv. spierkracht)

Op de korte arm  de last
(kracht die de hefboom daardoor op een ander voorwerp uitoefent )

Slide 6 - Slide

Hefboom
       last
werkkracht

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Video

Slide 9 - Video

        De hefboomregel = Evenwicht
  Lengte arm * kracht op arm  =         Lengte arm * kracht op arm

 

Slide 10 - Slide

De hefboomregel
Momentwet  (Binas)
Mlinksom =Mrechtsom
M = F×l
Fl ×ll = Fr×lr
Werkarm × werkracht = lastarm × lastkracht

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Even oefenen
Bepaal of deze hefboom in evenwicht is als alle 50 gram wegen.

Slide 13 - Slide

Nog even oefenen

Slide 14 - Slide

3.4 Krachten in werktuigen
     Enkele hefboom                                             Dubbele hefboom

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Zelfstandig werken
Zelfstandig werken
Rood
Stil
Oranje
Fluisteren
Groen
Overleggen
timer
20:00
Hoe?
Zelfstandig 
Ik loop rond voor vragen
Waar?
Op het boek

Wat?
Niveau 1 : opdrachten 1 t/m 9
Niveau 2: opdrachten 3 t/m 12 
blz 159,160,161
Klaar?
Laat controleren aan de docent

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Wat is het symbool voor de kracht?
A
M
B
F
C
f
D
r

Slide 19 - Quiz

Wat is de eenheid van de kracht?
A
F
B
N
C
m
D
Nm

Slide 20 - Quiz

Welke formule moet je gebruiken voor de hefboom regel?
A
F = m x g
B
M = F : g
C
M = F x r
D
F1 x l1 = F2 x l2

Slide 21 - Quiz

Wat is het gewicht van een voorwerp op aarde met een massa van 10 kg?
A
10 N
B
100N
C
1000 N
D
Niet uit te rekenen met deze gegevens

Slide 22 - Quiz

De arm van een kracht is altijd gelijk aan de lengte van de balk.
A
Onjuist
B
Juist

Slide 23 - Quiz

Bereken met de hefboomregel of de hefboom hiernaast in evenwicht is.
A
A. Er is evenwicht
B
B. Het moment links is groter
C
C. Het moment rechts is groter

Slide 24 - Quiz

9. Wat is de eenheid van moment?
A
N
B
m
C
Nm
D
N/m

Slide 25 - Quiz

10. Het moment links is?
A
0,4 m
B
40N
C
60 Nm
D
167 Nm

Slide 26 - Quiz

Opdrachten maken
Wat: Lezen en maken 3.4 opdracht
Hoe: zelfstandig werken   
Hulp: docent    
Tijd:  20 minuten lang    




timer
20:00

Slide 27 - Slide

Wat is de functie van een hefboom?
A
Een hefboom is een krachtversterker
B
Een hefboom is een krachtverslapper
C
Een hefboom is een grotere arm

Slide 28 - Quiz






               Welke hefboom geeft de meeste kracht? 
A
Hefboom A
B
Hefboom B
C
Hefboom C
D
geen van alle

Slide 29 - Quiz

14) Is deze hefboom in evenwicht?
83%
A
Ja, de hefboom is in evenwicht
B
Nee, draait naar links; 2 x 3 is geen 2 x 2
C
Nee, draait naar rechts

Slide 30 - Quiz

Wat voor soort hefboom is dit?
A
Een dubbele hefboom
B
Een enkele hefboom

Slide 31 - Quiz

Een hefboom heeft een punt waar de hefboom om kan draaien.
Hoe heet dat punt?
A
het middelpunt
B
het draaipunt
C
het massapunt
D
het rotatiepunt

Slide 32 - Quiz

De hefboom is in evenwicht. Bereken de kracht aan de rechterzijde
A
F1 x l1 = F2 x l2 F2 = (120 x 30) / 10 =360 N
B
F1 + l1 = F2 + l2 F2 = 120 + 30 -10 = 140 N
C
Bij evenwicht is F1 = F2 F2 = 120 N
D
F1 - l1 = F2 - l2 F2 = 120 -30 + 10 = 100 N

Slide 33 - Quiz

Wanneer de lastarm 2 x zo kort is als de werkarm, dan...
A
moet de werkkracht 2 x zo groot zijn
B
hoeft de werkkracht maar de helft van de last te zijn
C
is er geen draaipunt
D
is de hefboom in evenwicht

Slide 34 - Quiz

Afsluiting
  • 1 Je kunt uitleggen of een werktuig een enkele of een dubbele hefboom vormt.
  • 2 Je kunt het draaipunt en de armen van een hefboom herkennen.
  • 3 Je kunt bij werktuigen beschrijven op welke manier met een kleine kracht een grote kracht wordt uitgeoefend.
  • 4 Je kunt bepalen hoeveel keer een werktuig de kracht vergroot die erop werkt.
  • 5 Je kunt de krachten en armen berekenen bij een hefboom in evenwicht, waarbij het draaipunt van de hefboom aan het uiteinde ligt. (extra stof)

Slide 35 - Slide