Enzymen en biotechnologie (Biologie havo), les 3: Terugblik quiz

STOFWISSELING · ENZYMEN

Quiz

Terugblik: Enzymen en biotechnologie

1 / 15
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Terugblik met twaalf vragen over enzymen, optimumkrommen, indicatoren, metabolisme, gisting, yoghurt, bioreactoren en onderzoek opzetten. Geschikt als afsluiting of herhaling.

Items in this lesson

STOFWISSELING · ENZYMEN

Quiz

Terugblik: Enzymen en biotechnologie

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Jim Peaco, National Park Service / Wikimedia Commons, publiek domein

Waaruit bestaan enzymen?

A

Vetten

B

Koolhydraten

C

Mineralen

D

Eiwitten

Enzymen zijn eiwitten. Verwachte fout: koolhydraten, omdat enzymen suikers afbreken.

Vul in

Een optimumkromme laat zien bij welke temperatuur of pH een enzym het best werkt.

optimumkromme
temperatuur
indicator
substraat

Optimumkromme met temperatuur of pH. Verwachte fout: indicator invullen.

Enzym P werkt het best bij pH 2. Waar werkt het waarschijnlijk?

A

In de dunne darm

B

In de maag

C

In de mond

D

In het bloed

pH 2 is zuur, zoals in de maag (pepsine). Verwachte fout: dunne darm kiezen: daar is de pH licht basisch.

Noem een stof die gist maakt bij gisting.

Antwoord: alcohol of koolstofdioxide. Verwachte fout: melkzuur noemen: dat maken melkzuurbacteriën.

Wat laat rodekoolsap zien?

A

De hoeveelheid zetmeel

B

De temperatuur van een enzym

C

De zuurgraad van een oplossing

D

De aanwezigheid van eiwit

Rodekoolsap is een pH-indicator. Verwachte fout: de zetmeelindicator jodium verwarren met rodekoolsap.

Hoe maakt een cel enzymen?

A

Door assimilatie van aminozuren tot eiwit

B

Door dissimilatie van glucose tot eiwit

C

Door fotosynthese in het cytoplasma

D

Door opname van enzymen uit het bloed

Enzymen zijn eiwitten en worden door assimilatie in de cel gemaakt. Verwachte fout: denken dat cellen enzymen kant-en-klaar opnemen.

Wat is metabolisme?

A

De temperatuur waarbij enzymen werken

B

Alle stofwisselingsreacties in een organisme

C

Het DNA van een micro-organisme

D

Het product van een bioreactor

Metabolisme is stoffen opnemen, omzetten en afgeven. Verwachte fout: metabolisme alleen als dissimilatie zien.

Welk micro-organisme gebruik je om yoghurt te maken?

A

Gist

B

Kolibacteriën met recombinant-DNA

C

Bladgroenkorrels

D

Melkzuurbacteriën

Melkzuurbacteriën zetten melksuiker om in melkzuur. Verwachte fout: gist kiezen, dat werkt bij brood en bier.

Zet de stappen van het amylase-onderzoek op volgorde

1

Met jodium testen en de conclusie trekken

2

Buisjes met zetmeel en amylase klaarzetten

3

Buisjes op verschillende temperaturen zetten

4

Onderzoeksvraag en hypothese opschrijven

Eerst vraag en hypothese, dan de opzet, dan de metingen, dan de conclusie. Verwachte fout: testen voor het klaarzetten van de buisjes.

Waarom houdt men in een bioreactor de temperatuur constant?

A

Bij het optimum werken de enzymen het best

B

Een hogere temperatuur levert altijd meer product

C

Bacteriën hebben geen enzymen bij lage temperatuur

D

Dan blijft de pH vanzelf op 7

De omstandigheden liggen bij het optimum van de enzymen. Verwachte fout: denken dat warmer altijd beter is.

Een enzym in de koelkast (5 °C) werkt nauwelijks. Wat is er aan de hand?

A

De vorm van het enzym is blijvend veranderd

B

Het enzym is verbruikt

C

De reactie is traag, maar het enzym is niet beschadigd

D

Het substraat is omgezet in enzym

Onder het optimum werkt een enzym langzaam, maar het herstelt bij opwarmen. Verwachte fout: denken dat lage temperatuur het enzym kapotmaakt.

Waarom breekt amylase wel zetmeel maar geen eiwit af?

A

Amylase wordt door eiwit verbruikt

B

Amylase werkt alleen bij 37 °C

C

Alleen zetmeel past op amylase

D

Eiwit is te groot voor elk enzym

Een enzym werkt op één soort substraat. Verwachte fout: de oorzaak bij de temperatuur zoeken.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

STOFWISSELING · ENZYMEN

Goed gedaan!

Goed gedaan. Je kunt nu beschrijven hoe enzymen werken, hoe temperatuur en pH dat beïnvloeden en hoe biotechnologie micro-organismen inzet.

This item has no instructions