Dissimilatie en enzymen (Biologie vwo), les 3: Terugblik quiz

STOFWISSELING · DISSIMILATIE

Quiz

Terugblik: Dissimilatie en enzymen

1 / 15
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Terugblik met 12 vragen over gisting, oxidator en reductor, enzymen, optimumkromme, fermentatie en recombinant-DNA-technologie.

Items in this lesson

STOFWISSELING · DISSIMILATIE

Quiz

Terugblik: Dissimilatie en enzymen

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Stephen Craven / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

Welke vergelijking beschrijft de vorming van methaan door archaea?

A

CO2 + 4 H2 geeft CH4 + 2 H2O

B

CO2 + 2 H2 geeft CH4 + H2O

C

CO2 + 4 H2 geeft CH4 + 4 H2O

D

CO2 + H2 geeft CH4 + O2

Links 1 C, 8 H en 2 O, rechts 1 C, 8 H en 2 O. De andere kloppen niet voor H of O. Verwachte fout: niet alle atoomsoorten tellen.

Vul in

Een oxidator neemt elektronen op, een reductor staat ze af. Bij de glycolyse neemt NAD+ elektronen van glucose op.

oxidator
reductor
NAD+
NADH
ATP

Oxidator neemt op, reductor staat af, en NAD+ is de oxidator bij de glycolyse. Verwachte fout: NADH invullen, dat is de gevormde reductor.

Welke stof zorgt ervoor dat brooddeeg met gist rijst?

A

Alcohol uit alcoholgisting

B

Melkzuur uit melkzuurgisting

C

Koolstofdioxide uit alcoholgisting

D

Zuurstof uit aerobe dissimilatie

Het gas koolstofdioxide maakt het deeg luchtig. Verwachte fout: alcohol kiezen omdat dat het bekendste product is.

Wat is kenmerkend voor fermentatie in de biotechnologie?

A

Cellen nemen zuurstof op voor de verbranding

B

Een enzym wordt gezuiverd en daarna gedenatureerd

C

Micro-organismen maken een product uit grondstoffen

D

Planten leggen met licht koolstofdioxide vast

Fermentatie gebruikt het metabolisme van micro-organismen om een product te maken. Verwachte fout: fermentatie opvatten als aerobe verbranding.

Wat gebeurt er bij recombinant-DNA-technologie?

A

Een vreemd gen wordt in een micro-organisme gebracht

B

Twee micro-organismen worden tot één soort gekruist

C

Het DNA van een micro-organisme wordt gedenatureerd

D

Een micro-organisme maakt met licht glucose

Een gen van een ander organisme wordt ingebracht, zodat het micro-organisme een nieuw eiwit maakt. Verwachte fout: denken dat het om kruising gaat.

Wat doet een enzym met een evenwichtsreactie?

A

Het verschuift het evenwicht naar de producten

B

Het remt de terugreactie af

C

Het maakt de reactie alleen omkeerbaar

D

Het versnelt de reactie in beide richtingen

Een katalysator versnelt heen- en terugreactie even sterk, het evenwicht stelt zich sneller in. Verwachte fout: het evenwicht naar rechts laten verschuiven.

Zet op volgorde: enzymwerking

1

Het substraat wordt omgezet in producten

2

Het enzymsubstraatcomplex ontstaat

3

Het substraat past op het enzym

4

De producten komen los van het enzym

Binding, complex, omzetting, loslaten. Verwachte fout: de producten voor het complex zetten.

Wat is de molecuulformule van melkzuur?

Antwoord: C3H6O3. Verwachte fout: C6H12O6 noemen, de formule van glucose.

Welke indicator toont zetmeel aan?

Antwoord: jodium (blauwzwart bij zetmeel). Verwachte fout: amylase noemen, dat is het enzym.

Welk enzym is bij pH 6 het actiefst?

A

Enzym 1

B

Enzym 2

C

Enzym 3

D

Alle drie even actief

Bij pH 6 heeft enzym 2 60%, enzym 3 10% en enzym 1 0%. Verwachte fout: enzym 3 kiezen omdat de lijn daar al stijgt. Image credit: Eigen schema, LessonUp

Hoeveel ATP levert de glycolyse netto per glucose?

A

2 ATP

B

1 ATP

C

4 ATP

D

36 ATP

Er worden 4 ATP gevormd en 2 gebruikt: netto 2. Verwachte fout: 4 noemen.

Welke naam hoort bij aerobe dissimilatie?

A

Gisting

B

Fermentatie

C

Verbranding

D

Assimilatie

Aerobe dissimilatie met zuurstof heet verbranding. Verwachte fout: gisting kiezen, dat is anaeroob.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

STOFWISSELING · DISSIMILATIE

Goed gedaan!

Kijk de vragen die je fout had na en zoek het onderwerp op in les 1.

This item has no instructions