Engelse quiz

Today
Culture:
America, Ireland, Scotland, England, Australia
1 / 47
next
Slide 1: Slide
EngelsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2

This lesson contains 47 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Today
Culture:
America, Ireland, Scotland, England, Australia

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Engeland
Ierland
Australië
Schotland
Amerika

Slide 3 - Drag question



Bij welk land hoort dit dier?
A
England
B
Australia
C
Scotland
D
America

Slide 4 - Quiz

Wat is het Amerikaanse woord voor 'broek'?
A
trousers
B
pants

Slide 5 - Quiz

Wat is de munteenheid (geld) in Engeland?

Slide 6 - Open question

Wat is Britse woord voor 'film'?
A
movie
B
film

Slide 7 - Quiz

Slide 8 - Slide

Engeland
Ierland
Schotland
Amerika
Australië

Slide 9 - Drag question

Welk land is bekend om dit kledingstuk?
A
America
B
Ireland
C
Scotland
D
England

Slide 10 - Quiz

Hoe heet het 'huis' waar de koningin van Engeland woont?

Slide 11 - Open question

Wat is het Britse woord voor 'herfst'?
A
autumn
B
fall

Slide 12 - Quiz

Waar wordt St Patrick's day gevierd?
A
Australia
B
Scotland
C
England
D
Ireland

Slide 13 - Quiz

Wie is de president van Amerika?

Slide 14 - Open question

Aan welke kant van de weg rijd je in Engeland?
A
Links
B
Rechts

Slide 15 - Quiz

Welke letter spreken Amerikanen vaak wel uit maar Britten niet?

Slide 16 - Open question


Wat is Gaelic?
A
knoflook
B
een taal
C
een Engelsman
D
een soort drinken

Slide 17 - Quiz

Slide 18 - Slide

Engeland
Amerika
Schotland
Ierland
Australië

Slide 19 - Drag question

In welk land hebben ze een traditioneel ontbijt?
A
America
B
Scotland
C
Australia
D
England

Slide 20 - Quiz

Waar of niet waar: je kan zowel met de boot, het vliegtuig als de trein naar Londen reizen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 21 - Quiz

Welk land zien we hier in het donkergroen?

Slide 22 - Open question

Welke van onderstaande namen is geen staat in Amerika?
A
Texas
B
Nevada
C
Yorkshire
D
Washington

Slide 23 - Quiz

California
Texas
Florida
New York

Slide 24 - Drag question

Hoeveel sterren staan er op de Amerikaanse vlag?
A
50
B
60
C
52
D
58

Slide 25 - Quiz

Wie was de eerste president van Amerika?
A
Abraham Lincoln
B
George Washington
C
George Bush
D
Donald Trump

Slide 26 - Quiz

Slide 27 - Video

Wat is het laatste accent wat de jongen nadoet?
A
Nederlands
B
Italiaans
C
Australisch
D
Schots

Slide 28 - Quiz

Schrijf de volledige naam op van de huidige president van Amerika

Slide 29 - Open question

Wat is de hoofdstad van Engeland?
A
Liverpool
B
Londen
C
Glasgow

Slide 30 - Quiz

De koningin van Engeland, Elizabeth, zit al heel lang op haar troon. Hoe lang?
A
59 jaar
B
60 jaar
C
66 jaar
D
70 jaar

Slide 31 - Quiz

Wat hoort niet bij het traditionele Engelse ontbijt?
A
Croissant
B
Worst
C
Eitje
D
Thee

Slide 32 - Quiz

De grote klokkentoren op de foto wordt vaak de Big Ben genoemd, maar eigenlijk heet alleen de klok zo. Hoe heet de hele toren?
A
Victoria Tower
B
London Tower
C
Queen's Bells
D
Elizabeth Tower

Slide 33 - Quiz

Hier zie je de ceremoniële soldaten van Buckinham Palace. Wat mogen deze bewakers tijdens hun dienst niet doen?
A
Lopen
B
Lachen
C
Schreeuwen
D
Rennen

Slide 34 - Quiz

De officiële ambtswoning van de Britse minister-president bevindt zich aan/in ..
A
Westminster
B
White Hall
C
20 Glovenor Square
D
10 Downing Street

Slide 35 - Quiz

Lewis Hamilton is een beroemde Britse ..
A
voetballer
B
Chef kok en TV persoonlijkheid
C
Formule 1 coureur
D
wis- en natuurkundige

Slide 36 - Quiz

4 jaar Engels op Terra
Wat heb je geleerd?

Slide 37 - Slide

Het Britse parlement komt bijeen in ..
A
Downing Street
B
Palace of Westminster
C
Richmond Street
D
Whitehall

Slide 38 - Quiz

Hoeveel internationale vliegvelden heeft Londen?
A
2
B
4
C
6
D
8

Slide 39 - Quiz

Welke personen horen bij de SHIT regel?
A
I, we, they
B
I, you, she, he
C
She, he, it
D
We, they, you

Slide 40 - Quiz

Het woordje 'ik' schrijf je altijd in met een hoofdletter in het Engels
A
Waar
B
Niet waar

Slide 41 - Quiz

Welke woordenboeken mag je gebruiken bij je Examen Engels?
A
Ned - Eng
B
Eng - Eng, Ned - Eng
C
Eng - Ned
D
Nederlands, Ned- Eng, Eng - Ned

Slide 42 - Quiz

Wat moet je meenemen voor je examen Engels?

Slide 43 - Open question

Wat is de juiste volgorde van een Engelse zin?
A
wie - doet - wat -wanneer - waar
B
doet - wat - wanneer - wie - waar
C
wie - doet - wat - waar - wanneer
D
wanneer - wat - wie - doet - waar

Slide 44 - Quiz

Welke methode van Engels vonden jullie fijner werken?
Stepping Stones
Library

Slide 45 - Poll

Slide 46 - Slide

Hoeveel leerlingen uit de klas kiezen voor een groene vervolgopleiding?
0100

Slide 47 - Poll