herhalingsquiz Gastro-enterologie

Herhalingsquiz Gastro-enterologie
1 / 30
next
Slide 1: Slide
Gastro-enterologieHoger onderwijs

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slide.

Items in this lesson

Herhalingsquiz Gastro-enterologie

Slide 1 - Slide

Bij een Hiatus hernia oesophagei:
A
is de LES volledig afgesloten
B
is de fundus van de maag volledig weggehaald
C
ligt een klein deel van de maag in de bortsholte
D
is de slokdarm gestenoseerd

Slide 2 - Quiz

Een Barret - slokdarm is:
A
een blijvende verandering van het slokdarmweefsel
B
een ontsteking in de slokdarm met littekenvorming
C
een tumor in de slokdarm
D
een vernauwing van de slokdarm

Slide 3 - Quiz

Geef de step-down methode

Slide 4 - Open question

Bij een fundoplicatie volgens Nissen wordt de corpus van de maag als een manchet rond de distale slokdarm gefixeerd?
A
WAAR
B
NIET WAAR

Slide 5 - Quiz

Bij een slokdarmdivertikel is er een uitstulping doorheen een zwakke plek in de spierlaag van de slokdarmwand
A
WAAR
B
NIET WAAR

Slide 6 - Quiz

Een stinkende uitademingslucht noemen we
A
dysfagie
B
regurgitatie
C
foetor ex ore
D
gallige reflux

Slide 7 - Quiz

Gastritis is ook een maagzweer
A
WAAR
B
NIET WAAR

Slide 8 - Quiz

een andere naam voor maagzweer is
A
ulcus duodeni
B
Ulcus jejuni
C
ulcus ventriculi
D
ulcus gastrica

Slide 9 - Quiz

Welke bacterie is de belangrijkste oorzaak van een ulcus pepticum

Slide 10 - Open question

Hevige pijn vlak na het eten
Pijn wanneer de maag leeg is en 's nachts
Ulcus ventriculi
Ulcus duodeni

Slide 11 - Drag question

Wat is de behandeling voor de eradicatie (uitroeiing) van de Helicobacter pylori

Slide 12 - Open question

Bilirubine is een afbraakproduct van
A
een erythrocyt
B
albumine
C
een leukocyt
D
glucuronzuur

Slide 13 - Quiz

Een zv met levercirrose die suf, verward, agressief,... is heeft
A
myopathie
B
neuropathie
C
encephalopathie
D
cytomegalie

Slide 14 - Quiz

Welke stof/^product komt in de hersenen en zorgt voor encephalopathie?

Slide 15 - Open question

Welke complicatie is het gevolg van portaalhypertensie bij levercirrose?

Slide 16 - Open question

Een zv met levercirrose krijgt altijd eiwitrijke voeding?
A
Waar
B
Niet Waar

Slide 17 - Quiz

Geef de vier belangrijkste oorzaken van cholelithiasis

Slide 18 - Open question

Icterus is het gevolg van een galsteen in de
A
ductus choledocus
B
ductus cysticus

Slide 19 - Quiz

doordat deze afvoerweg is afgesloten komt bilirubine................. in de circulatie
A
geconjungeerd
B
ongeconjungeerd

Slide 20 - Quiz

geef de medische benaming voor galwegontsteking

Slide 21 - Open question

Welke bariatrische ingreep zie je op volgende tekening?

Slide 22 - Open question

Eén van de meest voorkomende klachten bij bariatrische ingrepen is
A
dyspepsie
B
dysfagie
C
gallige reflux
D
dumpingsyndroom

Slide 23 - Quiz

Een zv krijgt een ascitespunctie. Het vocht is transudaat, d.w.z
A
bevat weinig eiwitten
B
bevat veel eiwitten

Slide 24 - Quiz

Wat wordt er per 2L geëvacueerd ascitesvocht toegediend aan de zv ?(geef ook de hoeveelheid)

Slide 25 - Open question


A
Volvulus
B
ingeklemde breuk
C
invaginatie
D
diverticulose

Slide 26 - Quiz


A
Mechanisch ileus
B
paralytisch ileus

Slide 27 - Quiz

Mechanisch ileus
Paralytisch ileus
Veel darmgeluiden
Geen darmgeluiden
Hyperperistaltiek
Geen peristaltiek
Matige buikpijn
Hevige buikpijn

Slide 28 - Drag question

IBD
IBS
Ziekte van Crohn
Colitis ulcerosa
Spastisch colon

Slide 29 - Drag question

Tenesmi
Soiling
Oxuyren
Hemorroïden
Aarsmaden
Aambeien
Lekkage van vocht
pijnlijke, krampende aandrangsgevoelens

Slide 30 - Drag question