10.3 Nucleaire diagnostiek

10.3
Planning
- Uitleg 10.3 nucleaire diagnostiek.
- Opdrachtjes. 
Leerdoelen
- Beschrijven van de werking van een Tracer.
- Opstellen vervalvergelijking. 
- Werking PET scan, andere technieken volgen bij 10.4. 
1 / 12
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

This lesson contains 12 slides, with text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

10.3
Planning
- Uitleg 10.3 nucleaire diagnostiek.
- Opdrachtjes. 
Leerdoelen
- Beschrijven van de werking van een Tracer.
- Opstellen vervalvergelijking. 
- Werking PET scan, andere technieken volgen bij 10.4. 

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Tracers
Tracer: Een stof met moleculen die radioactieve kernen bevatten. 

Deze worden gebruikt bij medisch onderzoek.
De stofeigenschappen bepalen waar in het lichaam de tracer naartoe gaat.

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Tracers
De halveringstijd van de isotoop mag niet te groot of te klein zijn: de kernen vervallen dan te snel of te langzaam.

Te grote halveringstijd: er wordt te weinig straling uitgezonden.
Te kleine halveringstijd:  de tracer is te snel uitgewerkt


Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Tracers
De patiënt moet zo kort mogelijk bestraald worden -> korte halveringstijd.
We moeten de tracer zo kort mogelijk voor het onderzoek indienen.
Deze vorm van nucleaire diagnostiek is even stralingsbelastend als die van CT-scans.

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Antideeltjes
Antideeltjes zijn deeltjes die dezelfde eigenschappen als het deeltje maar met een tegenovergestelde lading.
Het antideeltje van het elektron is het positron        : 
q​positron​​=+e=+1,602⋅10​−19​​
β​+​​

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Annihilatie
Als een elektron en positron elkaar tegenkomen, annihileren de twee deeltjes.
Reactievergelijking: 
Er ontstaan twee fotonen met hoge energie.
Er verdwijnt veel massa bij deze reactie. 

e​−​​+e​+​​→γ+γ
E=mc​2​​

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Paarproductie
Het tegenovergestelde proces van annilihatie, is paarproductie.
Als een hoogenergetisch gammafoton tegen een willekeurig ander deeltje botst, kan er een elektron-positron paar worden gevormd.
Reactievergelijking:
γ→e​−​​+e​+​​

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Stralingsdosis
                                 [J/kg] of [gray]

Grafiek hiernaast --->

Activiteit, tijdsduur  en energie 
per deeltje bepalen Estr                  


D=​m​​E​str​​​​

Slide 8 - Slide

Schijf de formule op

De dosis van een persoon geeft weer hoe groot zijn blootstelling is. Dosis wordt uitgedrukt in millisievert (afgekort: mSv millisievert ). Hoe hoger de dosis van een persoon is, hoe groter is de kans op het krijgen van kanker. Ook een kleine dosis brengt een klein risico op kanker met zich mee.
Dosis equivalent.
Dosisequivalent:
[Sv] Sievert


H=w​R​​⋅D

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Dosisequivalent
Nederlanders ontvangen
2 mSv per jaar

Rokers een extra
0,25 - 80 mSv per jaar

Arbo wet maximaal
20 mSv/jaar

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Opdracht

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Opdracht Straling.
  • Bekijk de feedback en verbeter de opdracht.
  • De opdracht op de achterkant maak je individueel. Boek en aantekeningen mag je gebruiken.
  • Na 25 minuten lever je het zaakje in!
  • De laatste 20 minuten van de les starten we met modelleren van een trilling: H9

Slide 12 - Slide

This item has no instructions