MRI-scanner in een ziekenhuis (foto: Jan Ainali, CC BY 3.0, logo verwijderd)
EXAMENSTOF · B2 · MEDISCHE BEELDVORMING
Quiz
Terugblik: Medische beeldvorming
MRI-scanner in een ziekenhuis (foto: Jan Ainali, CC BY 3.0, logo verwijderd)
EXAMENSTOF · B2 · MEDISCHE BEELDVORMING
Quiz
Terugblik: Medische beeldvorming
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Jan Ainali / Wikimedia Commons, CC BY 3.0, logo verwijderd
Waarom is bot wit op een röntgenopname?
Bot kaatst de straling terug naar de buis
Bot zendt zelf straling uit naar de detector
Bot laat juist de meeste straling door
Bot absorbeert veel straling, er komt weinig door
Bot absorbeert veel meer röntgenstraling dan zacht weefsel: kleine transmissie, dus de detector wordt daar weinig belicht en het beeld is wit. Verwachte fout: wit verwarren met veel doorgelaten straling. Syllabus B2.4: röntgenopname, absorptie en transmissie.
Zet de stappen van een PET-scan op volgorde
Syllabus B2.4: tracer, annihilatie. Volgorde zoals in de uitleg.
Vul in
Bij een CT-scan draaien een röntgenbuis en detectoren rond de patiënt; een computer maakt er een beeld van een doorsnede van.
Syllabus B2.4: CT-scan. Verwachte fout: gammacamera, dat hoort bij nucleaire diagnostiek.
Een echo van een grensvlak op 4,0 cm diepte komt na 52 µs terug. Wat is de geluidsnelheid?
7,7·10² m/s
3,1·10³ m/s
1,3·10⁻³ m/s
1,5·10³ m/s
Gegeven: d = 4,0 cm = 4,0·10⁻² m, t = 52·10⁻⁶ s. v = 2·d/t = 2 · 4,0·10⁻² / 52·10⁻⁶ = 1,5·10³ m/s (2 significante cijfers). Controle: ½ · 1,54·10³ · 52·10⁻⁶ = 4,0·10⁻² m. Verwachte fouten: de factor 2 vergeten (7,7·10² m/s), 4·d/t (3,1·10³ m/s) of t/d (1,3·10⁻³, verkeerde eenheid). Syllabus B2.4: geluidsnelheid in menselijke weefsels.
Waarom is echografie van de longen lastig?
Lucht absorbeert ultrasoon geluid niet
Aan het grensvlak met lucht kaatst vrijwel al het geluid terug
Ultrasoon geluid is te langzaam voor longweefsel
Longweefsel heeft een te grote halveringsdikte
Bij een grensvlak tussen weefsel en lucht is de terugkaatsing zeer groot, dus er komt bijna geen geluid dieper. Verwachte fout: denken dat het een kwestie van absorptie of van snelheid is. Syllabus B2.4: terugkaatsing.
Je meet het MRI-signaal pas lang na de radiopuls. Wat gebeurt er met het contrast?
Het wordt groter, er is langer gemeten
Het blijft gelijk, het meetmoment telt niet
Het verdwijnt, beide signalen zijn bijna uit
Het wordt groter, de protonen resoneren meer
Na de puls doven de signalen van beide weefsels uit, elk met een eigen relaxatietijd. Lang na de puls zijn beide signalen bijna nul, dus is het verschil (het contrast) weg. Zie de animatie in de uitleg. Syllabus B2.4: omgevingsafhankelijkheid van relaxatietijd.
Kan een γ-foton van 0,80 MeV een elektron-positronpaar maken?
Nee, er is minstens 1,02 MeV nodig
Ja, want 0,80 MeV is groter dan 0,511 MeV
Ja, elk deeltje krijgt dan 0,40 MeV
Nee, een foton kan alleen annihileren
Voor een paar is minstens 2 · 0,511 = 1,02 MeV nodig. Verwachte fout: vergelijken met de rustenergie van één deeltje (0,511 MeV). Syllabus B2.4: creatie van een elektron-positronpaar.
Waarom vliegen de twee annihilatiefotonen in tegengestelde richting weg?
De detectoren trekken de fotonen naar zich toe
De totale impuls was vrijwel nul en blijft behouden
De fotonen hebben tegengestelde lading
Het magnetische veld buigt de fotonen af
Behoud van impuls: positron en elektron hadden samen vrijwel geen impuls, dus de twee fotonen moeten tegengestelde impuls hebben. Verwachte fouten: lading (fotonen zijn neutraal) of een magnetisch veld (fotonen buigen niet af). Syllabus B2.4: annihilatie.
Welke techniek geeft informatie over de stofwisseling van een orgaan?
CT-scan
Echografie
Röntgenopname
PET-scan
Een tracer hoopt zich op in actief weefsel. Röntgen, CT en echo laten vooral de bouw zien. Syllabus B2.4: tracer.
Noem een nadeel van CT ten opzichte van echo.
Verwacht: een hogere stralingsbelasting (ioniserende röntgenstraling), of duurder en niet direct aan het bed. Syllabus B2.4: voor- en nadelen. Verwachte fout: een nadeel van echografie noemen.
Waarom is zacht weefsel op een CT-scan beter te zien dan op een röntgenopname?
Er zijn geen overlappende schaduwen
Een CT gebruikt geen ioniserende straling
Een CT meet teruggekaatst geluid
Zacht weefsel absorbeert bij CT niets
Een CT maakt opnames uit veel richtingen en een computer berekent een doorsnede, dus schaduwen van weefsels voor en achter elkaar overlappen niet. Verwachte fout: denken dat een CT zonder röntgenstraling werkt. Syllabus B2.4: CT-scan.
Welke twee technieken gebruiken geen ioniserende straling?
MRI-scan en PET-scan
Echografie en CT-scan
MRI-scan en echografie
Röntgenopname en MRI-scan
MRI gebruikt een magnetisch veld en radiogolven, echografie geluid. De andere gebruiken röntgenstraling of een radioactieve tracer. Syllabus B2.4.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
EXAMENSTOF · B2 · MEDISCHE BEELDVORMING
Goed gedaan!
Je kunt nu zes technieken uitleggen, rekenen aan echo en annihilatie en een keuze beargumenteren. Succes met het examen!
This item has no instructions