H11 Organisaties en management

H11 Organisaties
1 / 32
next
Slide 1: Slide
BedrijfseconomieBasisschoolGroep 1

This lesson contains 32 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 1 min

Items in this lesson

H11 Organisaties

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

H11 Organisaties en management
11.1 Besturen van organisaties
11.2 Organisatiestructuren
11.3 Motivatie

11.5 Managementmethoden




Slide 2 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

§ 11.1 Besturen van organisaties
Leerdoelen:
Je kunt 
- de begrippen leiding en management omschrijven
- de taken van management omschrijven
- uitleggen waarom informatie nodig is voor managers

Slide 3 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

11.1 Je kunt de begrippen leiding en management omschrijven
Doelen: Een organisatie streeft naar doelen en werkt deze uit in doelstellingen.
Antwoord op vragen als:
- Wat te bereiken?
- Wanneer?
- Hoe?

Slide 4 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

11.1 Je kunt de begrippen leiding en management omschrijven
Doelstellingen
Van boven naar beneden:
- topmanagement strategisch (5-10 jaar)
- midden management tactisch (2-5 jaar)
- lager management operationeel (<2 jaar)

Slide 5 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

11.1 Je kunt de begrippen leiding en management omschrijven

Slide 6 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

16.1 Je kunt de taken van het management omschrijven
Taken management
- Bepalen doelstellingen organisatie
- Plannen
- Organiseren
- Geven van leiding
- Controleren



Slide 7 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

16.1 Je kunt de eisen noemen waaraan doelstellingen moeten voldoen 
Doelstellingen moeten voldoen aan 4 eisen:
- Duidelijk --> de doelstelling moet zo concreet mogelijk zijn.
- Acceptabel: mag er niet toe leiden dat een organisatie problemen zou krijgen met bijvoorbeeld de wet of personeel; 
- Haalbaar, --> de doelstelling moet realistisch zijn.
- Niet strijdig --> een doelstelling mag niet strijdig zijn met andere doelstellingen omdat de doelstellingen elkaar dan in de weg zitten en ze mogelijk geen van alle uitvoerbaar zijn.


Slide 8 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

11.1 Je kunt uitleggen waarom informatie nodig is voor managers
Informatie = Gegevens die de kennis van de ontvanger vergroten.

Eisen aan informatie:
- betrouwbaar
- relevant
- tijdig


Slide 9 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

11.1 Je kunt uitleggen waarom informatie nodig is voor managers
Beslissingsinformatie: Informatie die we gebruiken om beslissingen te nemen

Verantwoordingsinformatie: Informatie die we gebruiken om verantwoording af te leggen.

Feedbackinformatie: Informatie waarbij we de werkelijkheid vergelijken met de norm.



Slide 10 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

H11 Organisaties en management
11.1 Besturen van organisaties
11.2 Organisatiestructuren
11.3 Motivatie

11.5 Managementmethoden




Slide 11 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

§ 11.2 Organisatiestructuren
Leerdoelen:
Je kunt 
- een organigram omschrijven
- de lijn- en lijn-staforganisatie beschrijven en voor- en nadelen noemen
- de ententestructuur beschrijven

Slide 12 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

11.2 Je kunt de lijn- en lijn-staforganisatie beschrijven en voor- en nadelen noemen
Organigram: Een schematische weergave van afdelingen en zeggenschap.

Lijnorganisatie: Een organisatie waarbij boven elke werknemer een manager staat en waarin de taken zijn opgedeeld in afdelingen.

Eenheid van bevel: Iedereen heeft slechts één baas en het is dan ook duidelijk wie leiding geeft aan wie.




Slide 13 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

11.2 Je kunt de lijnorganisatie beschrijven en voor- en nadelen noemen

Slide 14 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

11.2 Je kunt de lijn- en lijn-staforganisatie beschrijven en voor- en nadelen noemen
Voordelen lijnorganisatie
Duidelijk en eenvoudig wat betreft afbakening taken en bevoegdheden en snelle beslissingen zijn mogelijk.

Nadelen lijnorganisatie
- Gebrek aan specialisatie.
- Te zware verantwoordelijkheid managers.
- Weinig flexibel.
- Kans op bureaucratie en eilandvorming

Slide 15 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

11.2 Je kunt de lijn- en lijn-staforganisatie beschrijven en voor- en nadelen noemen
Lijn-staforganisatie: een lijnorganisatie waaraan één of meer stafafdelingen zijn toegevoegd.
De stafafdelingen hebben gespecialiseerde krachten.

Taken staf
- Voorbereiden uitvoerend werk
- Voorlichting geven
- Adviseren en controleren
- Onderzoek en ontwikkeling


Slide 16 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

16.1 Je kunt cashflow omschrijven

Slide 17 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

11.2 Je kunt de lijn- en lijn-staforganisatie beschrijven en voor- en nadelen noemen

Slide 18 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

11.2 Je kunt de ententestructuur beschrijven
Ententestructuur: een horizontale structuur, gebaseerd op nevenschikking in plaats van onderschikking.
Binnen het individuele gebied neemt de betreffende functionaris de besluiten. In het collectieve gebied gezamenlijk.

Slide 19 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

11.2 Je kunt de ententestructuur beschrijven

Slide 20 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

11.2 Je kunt de organisatiestructuur beschrijven
Melanie is eigenaar en directeur van een handelsonderneming.
De onderneming heeft 3 afdelingen. Spullen worden ingekocht, opgeslagen in het magazijn en vervolgens verkocht.
Jaap is verantwoordelijk voor de verkoop. Hij heeft op de verkoopafdeling 3 medewerkers, Mariska en Ashwin zijn vertegenwoordigers en gaan ieder dag naar klanten. Anton doet de telefonisch verkoop vanuit kantoor.
Rob is verantwoordelijk voor de inkoop afdeling. Hij heeft een inkoper – Alfons – onder zich.
Het magazijn wordt gerund door Maarten, die ondersteund wordt door twee medewerkers, te weten Mario en Raymond.
Alle financiële gegevens van de onderneming worden door Ad de accountant verwerkt.


Slide 21 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

11.2 Je kunt de organisatiestructuur beschrijven

Slide 22 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

11.2 Je kunt de organisatiestructuur beschrijven
In Zeist zijn 4 dierenartsen actief. Zij hebben allemaal hun eigen praktijk, niet ver van elkaar. Op de hockeyclub komen ze elkaar geregeld tegen en klagen dan altijd steen en been over de administrateur en secretaresse die veel te weinig te doen hebben.
Daarnaast moeten ze zelf de medicijnen voor de dieren in hun opslagruimtes zoeken, wat hun veel tijd kost. Het in dienst nemen van een loopjongen zou handig zijn, maar die heeft dan ook maar zo’n 25% van zijn tijd wat te doen.

Jij bent verandermanager en wil hun graag adviseren over een mooie, nieuwe structuur (uiteraard tegen een ‘kleine’ vergoeding).
Gevraagd: Wat raad je de dierenartsen aan?



Slide 23 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

§ 11.3 Motivatie
Leerdoel:
Je kunt de theorieen van Maslow en Herzberg omschrijven

Slide 24 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

11.3 Je kunt de theorieen van Maslow en Herzberg omschrijven
Theorie van Maslow: Volgens Maslow moet eerst in behoeften van een lagere orde worden voorzien, voordat er bij mensen een noodzaak ontstaat voor het bevredigen van behoeften van een hogere orde.


Slide 25 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

11.3 Je kunt de theorieen van Maslow en Herzberg omschrijven
Van laag naar hoog:
- eten, drinken, slaap
- veiligheid en zekerheid
- sociale behoeften
- waardering
- zelfverwezenlijking of
zelfrealisatie

Slide 26 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

11.3 Je kunt de theorieen van Maslow en Herzberg omschrijven
Van laag naar hoog:
- fysiologische behoeften
- behoefte aan veiligheid en zekerheid
- sociale behoeften
- behoefte aan waardering
- behoefte aan zelfverwezenlijking of zelfrealisatie

Slide 27 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

11.3 Je kunt de theorieen van Maslow en Herzberg omschrijven
Theorie van Herzberg of motivatie-hygiënetheorie
Er zijn factoren die motiverend werken, de satisfiers, en factoren die niet extra motiverend zijn, maar wel erg demotiverend werken als er niet aan is voldaan: de hygiënefactoren of dissatisfiers.

--> Satisfiers werken pas als de dissatisfiers voldoende acceptabel zijn.


Slide 28 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

§ 11.5 Managementmethoden
Leerdoel:
Je kunt verschillende managementmethoden beschrijven

Slide 29 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Leiderschapsstijlen

Slide 30 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

11.5 Je kunt verschillende managementmethoden beschrijven
Management by walking around: Manager vaak aanwezig op werkvloer --> tijdrovend

Management by delegation: Delegeren: overdragen van taken (plus verantwoordelijkheden en bevoegdheden) aan een of meer anderen

Integraal management: Een manager of groep van managers is verantwoordelijk voor alle aspecten van het beleid.
--> En niet iemand verantwoordelijk voor bv inkoop of verkoop

Slide 31 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

11.5 Je kunt verschillende managementmethoden beschrijven
Management by objectives: De manager en medewerker bepalen de doelen in onderling overleg, de gezamenlijk te bereiken resultaten en een tijdplanning.

Management by direction: De manager geeft gedetailleerde aanwijzingen en controleert streng.

Slide 32 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.