TOA Geweldloze (Verbindende) Communicatie 1

26/01

Verbindende Communicatie 

1 / 43
next
Slide 1: Slide
Marketing & CommunicatieMBOStudiejaar 2

This lesson contains 43 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

26/01

Verbindende Communicatie 

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Slide 2 - Video

This item has no instructions

Wat valt je op aan de
communicatie tussen deze
twee mensen?

Slide 3 - Mind map

This item has no instructions

Introductie geweldloze communicatie


Grondlegger Marshall Rosenberg (1934 - 2015)

  • Psycholoog & burgerrechtenactivist
  • Vredesdenkers
  • Empathie 
  • Verbinding



Slide 4 - Slide

  • Amerikaanse Psycholoog & burgerrechtenactivist
  • Geïnspireerd door vredesdenkers
  • Empathie als rode draad
  • In verbinding met elkaar en jezelf

Slide 5 - Video

This item has no instructions

Jakhals-taal    

  • oordelen
  • kleineren
  • beschuldigen
  • verwijten
  • interpreteren
                         
 Giraffe-taal

  • mededogen (≠ medelijden)
  • empathie
  • oprecht
  • open hart
  • objectief

vs.
De giraffe verbindt

De jakhals 
verdeelt

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Theorie
De vier stappen:
Waarneming, Gevoel, Behoefte en Verzoek

De kracht van wat we niet zeggen: onuitgesproken emoties

Slide 7 - Slide

Nu weten we wat jakhals-taal is en giraffe-taal. Maar hoe ziet giraffe-taal en houding er nou precies uit? En hoe kan je dat realiseren in je communicatie?

Model Geweldloze communicatie
Afbeelding overgenomen van: https://achterdesamenleving.nl/com
passievollecommunicatie/#.YCY_mm
hKiUk
Mededogende reactie

Slide 8 - Slide

In het model van Geweldloze communicatie zie je vier stappen:​


1: Door feiten te (be)noemen schep je een gezamenlijke uitgangspositie voor het gesprek. Als de ander de feiten anders heeft beleefd of geïnterpreteerd, blijkt dat snel. Hierdoor kunnen misverstanden worden voorkomen. Belangrijk bij deze fase is dat je neutrale termen gebruikt, de feiten benoemt zoals die zich voordoen.​

2: Door je gevoelens te benoemen maak je duidelijk wat de feiten voor jou betekenen, wat het met je doet.​

3: Door je behoeftes te uiten vertel je waarom het belangrijk voor je is, wat je nodig hebt.​

4: Door het uiten van een verzoek neem je zelf de verantwoording voor het vinden van een oplossing die tegemoet komt aan jouw behoeftes. Een verzoek is altijd een voorstel, de ander kan het overnemen of (deels) afwijzen. In dat laatste geval kan je ervoor kiezen om akkoord te gaan met een tegenvoorstel.  of om te gaan onderhandelen. ​

Mededogende reactie:
Nu we weten hoe we zelf kunnen waarnemen, voelen, behoeften onderkennen en verzoeken, kunnen we ook luisteren naar dit proces bij anderen. Dat wordt bedoeld met 'de mededogende reactie'. 

Rosenberg: 'Mededogen is je respectvol inleven in wat anderen ervaren'. 

Mededogen is alleen maar mogelijk als we ons ontdoen van alle vooringenomenheid en vooroordelen en vanuit een open, bewuste houding aanwezig zijn in het hier en nu. We zijn vaak geneigd te proberen een situatie op te lossen of een ander te helpen zich beter te voelen als we in lastige situaties terecht komen.

Waarden die belangrijk zijn bij het toepassen van dit model staan in het middel.
Stap 1. Waarneming

  • beschrijf wat je zuiver waarneemt
  • feitelijk en neutraal
  • zonder oordeel

Formulering: "Ik zie / hoor dat ...."

Slide 9 - Slide

Tip: schrijf de formulering op
Stap 1. Waarneming

  • Niet
  • Invullen
  • Van
  • Een
  • Ander


Slide 10 - Slide

Tip: schrijf de formulering op
Situatie 1
Je collega zegt niets tijdens het overleg en kijkt naar beneden.

Slide 11 - Slide

Tip: schrijf de formulering op
Situatie 2
Je partner komt 45 minuten later thuis dan afgesproken en zegt niets bij binnenkomst.

Slide 12 - Slide

Tip: schrijf de formulering op
Situatie 3
Een groepsgenoot zucht luid en draait met de ogen wanneer jij begint te praten.

Slide 13 - Slide

Tip: schrijf de formulering op
Situatie 4
Een patiënt komt drie sessies na elkaar te laat vs een patient komt veel sessies na elkaar te laat

Slide 14 - Slide

Tip: schrijf de formulering op
Situatie 5
Je stuurt een bericht en krijgt pas de volgende dag antwoord.

Slide 15 - Slide

Tip: schrijf de formulering op
Situatie 6
Tijdens het gesprek begint iemand te wiebelen met zijn voet en kijkt op zijn horloge.

Slide 16 - Slide

Tip: schrijf de formulering op
Situatie 7
Tijdens een gesprek vertel je iets persoonlijks over hoe een moeilijke periode je nog steeds beïnvloedt.
Terwijl je praat, kijkt de ander je aan. Wanneer je klaar bent, zegt die niets. Er valt een lange stilte.
Na ongeveer twintig seconden kijkt de ander weg en begint over iets praktisch: wat er later die dag nog moet gebeuren.

Slide 17 - Slide

Tip: schrijf de formulering op
Situatie 8
Je staat in de keuken en zegt tegen de ander dat je even alleen wil zijn.
De ander blijft naast je staan en blijft praten. Je doet een stap achteruit.
De ander zet een stap naar voren en raakt kort je arm aan terwijl die verder praat.

Slide 18 - Slide

Tip: schrijf de formulering op
Situatie 9
Tijdens een discussie merk je dat de stem van de ander luider wordt.
De ander begint sneller te praten, onderbreekt je meerdere keren en zegt op een bepaald moment:
“Jij overdrijft altijd.”
Daarna staat die persoon recht en verlaat de ruimte, waarbij de deur hard wordt dichtgedaan.

Slide 19 - Slide

Tip: schrijf de formulering op
Situatie 10
Je stuurt een bericht waarin je vraagt of de ander nog steeds naar de afspraak komt.
Het bericht wordt gelezen, maar je krijgt geen antwoord.
Pas de volgende dag krijg je een kort bericht: “Sorry, druk.”

Slide 20 - Slide

Tip: schrijf de formulering op
Situatie 11
Tijdens een gesprek met een hulpverlener vertel je iets dat voor jou moeilijk is om te zeggen.
Terwijl je praat, kijkt de hulpverlener enkele keren op de klok.
Wanneer je klaar bent, zegt die: “We zullen hier volgende keer verder op ingaan,” en sluit het gesprek af.

Slide 21 - Slide

Tip: schrijf de formulering op
Is dit een goede waarneming?
Je luistert niet naar mij.

Slide 22 - Slide

Tip: schrijf de formulering op
Is dit een goede waarneming?
Tijdens het gesprek keek je drie keer op je telefoon.

Slide 23 - Slide

Tip: schrijf de formulering op
Is dit een goede waarneming?
Je bent boos.

Slide 24 - Slide

Tip: schrijf de formulering op
Is dit een goede waarneming?
Je respecteert mijn grenzen niet.

Slide 25 - Slide

Tip: schrijf de formulering op
Is dit een goede waarneming?
Je stemvolume ging omhoog en je sprak sneller.

Slide 26 - Slide

Tip: schrijf de formulering op
Is dit een goede waarneming?
Je zei ‘ik heb hier geen zin in’ en stond recht.

Slide 27 - Slide

Tip: schrijf de formulering op
Is dit een goede waarneming?
Je probeert mij te manipuleren.

Slide 28 - Slide

Tip: schrijf de formulering op
Is dit een goede waarneming?
Toen ik iets persoonlijks vertelde, reageerde je afstandelijk en veranderde je het onderwerp.

Slide 29 - Slide

Tip: schrijf de formulering op
Is dit een goede waarneming?
Je klonk geïrriteerd toen je antwoordde.

Slide 30 - Slide

Tip: schrijf de formulering op
Is dit een goede waarneming?
Je zei ‘het is oké’, maar zuchtte daarna.

Slide 31 - Slide

Tip: schrijf de formulering op
Is dit een goede waarneming?
Je keek voortdurend op je telefoon tijdens mijn verhaal.

Slide 32 - Slide

Tip: schrijf de formulering op
Stap 2. Gevoel
  • Boos
  • Verdrietig
  • Bang
  • Blij
  • Moe
  • Enthousiast
  • Onzeker

Slide 33 - Slide

Wat houdt deze stap in? En hoe ontdek je je gevoel bij de situatie?
-> deze stap moet je heel bewust maken.
Stap 2. Gevoel
  • herken en erken jouw gevoel
  • beschrijf je gevoel bij wat je waarneemt
  • praat vanuit jezelf dan ontstaat er geen discussie

Formulering: "Ik voel me dan..."

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Stap 3. Behoefte(n)
  • Zekerheid
  • Verbinding
  • Autonomie
  • Samenwerking
  • Eerlijkheid
  • Harmonie
  • Betekenis (erkenning)

Slide 35 - Slide

Waarom is het belangrijk 
Stap 3. Behoefte(n)
  • welke behoefte ligt eronder je gevoel?
  • gebruik positieve bewoording
  • de ander of een concrete handeling komen er NIET in voor 

Formulering: "Omdat ik behoefte/nood heb aan..."

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Stap 4. Verzoek
  • Welke verzoek wil je doen?
  • Maak het verzoek concreet & haalbaar
  • Zorg dat het betrekking heeft op het huidige moment 
  • Laat de keuze bij de ander

Formulering: "Ik zou graag willen dat..."

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Waar wordt een waarneming beschreven?
A
'Jan was gisteravond zomaar boos op me.'
B
'Gisteravond zat Nancy op haar nagels te bijten terwijl ze tv keek'
C
'Janny werkt te hard.'
D
'Mijn zoon poetst vaak zijn tanden niet.'

Slide 38 - Quiz

We gaan de opgedane kennis ons nog meer eigen maken met behulp van een quiz.
Waar wordt werkelijk een gevoel beschreven?
A
'Ik heb het gevoel dat je niet van me houdt.'
B
'Ik zou je zo een mep kunnen verkopen.'
C
'Ik word bang als je zoiets zegt.'
D
'Ik ben waardeloos.'

Slide 39 - Quiz

This item has no instructions

Waar wordt het erkennen van een behoefte beschreven?
A
'Het irriteert me als je papieren van de zaak in de vergaderruimte laat rondslingeren.'
B
'Soms kwetsen kleine dingen die mensen zeggen mij.
C
' Ik voel me angstig als jij je stem zo verheft.'
D
'Ik ben bedroefd dat je niet komt eten, want ik had gehoopt dat we de avond samen zouden doorbrengen.'

Slide 40 - Quiz

This item has no instructions

Waar wordt het uiten van een verzoek beschreven?
A
'Wil je me vertellen wat je hebt begrepen?'
B
'Zou je me iets willen noemen wat ik deed dat je waardeert?'
C
'Wil je respect voor mijn privacy tonen?'
D
'Zou je vaker willen koken?'

Slide 41 - Quiz

This item has no instructions

Bij welke dialoog is sprake van een mededogende reactie?
A
A: 'Hoe kon je zoiets tegen me zeggen?' B: 'Voel je je gekwetst omdat ik dat zei?'
B
A: ' Ik ben teleurgesteld in je prestaties. Ik had de productie van jouw afdeling de afgelopen maand graag verdubbeld gezien.' B: 'Ik begrijp dat je teleurgesteld bent, maar we hadden veel ziekte verzuim.
C
A: 'Als je het mij vraagt, moeten we al die asielzoekers terugsturen naar waar ze vandaan komen.' B: 'Denk je echt dat dat iets oplost?'
D
Of: Bij geen van deze drie antwoorden is sprake van een mededogende reactie.

Slide 42 - Quiz

This item has no instructions

Oefening
https://padlet.com/r0743744/verbindende-communicatie-fjppma0x8mh4l609

Slide 43 - Slide

This item has no instructions