VAKTHEORIE · VORM
VORM: SONG EN RONDO
Examenstof muziek vwo
VAKTHEORIE · VORM
VORM: SONG EN RONDO
Examenstof muziek vwo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: A1/A2 q (vorm). Image credit: Roman Boldyrev / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
♪ VAKTHEORIE · VORM
WAT GA JE KUNNEN?
Ik kan de vorm van een song en van een rondo volgen, noteren en analyseren, ook bij een vrije vorm en bij elektronische muziek.
This item has no instructions
Hoe weet je tijdens een nummer dat er een nieuw deel begint?
Verwachte woorden: tekst verandert, andere akkoorden, harder of zachter, andere instrumenten, een stop, een stijgend geluid, een drop. Zet ze op het bord en vraag welke daarvan je ook bij een stuk zonder zang hoort. Dat is de rode draad: vorm hoor je aan contrast en terugkeer.
Een liveband op een podium, Pattaya (Thailand)
♪ VAKTHEORIE · VORM
INTRO, COUPLET EN REFREIN
De intro (inleiding of voorspel) opent het nummer en is vaak instrumentaal.
Het couplet (verse) keert terug met steeds een andere tekst op dezelfde melodie.
Het refrein (chorus) keert terug met dezelfde tekst en melodie.
Syllabus vwo A1/A2 q: intro/inleiding/voorspel, couplet/verse, refrein/chorus. In Hotel California duurt de intro bijna een minuut, daarna begint het eerste couplet (zang vanaf ongeveer 0:52, volgens de gesynchroniseerde tekst van de opname). Veelgemaakte fout: denken dat een intro altijd kort is of dat het couplet altijd rustiger klinkt dan het refrein. Image credit: PattayaPatrol / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Video: Eagles: Hotel California (2013 Remaster), kanaal Eagles - Topic. Leerlingen horen alleen instrumenten: gitaren, later ook bas en slagwerk. Er wordt nog niet gezongen, de zang begint pas na ongeveer 50 seconden. Dit is de intro. Vraag na: waaraan hoor je dat dit nog geen couplet is? Goede antwoord: er is geen zang en geen tekst.
♪ VAKTHEORIE · VORM
PRECHORUS, BRIDGE, TUSSENSPEL EN CODA
De prechorus bouwt de spanning op naar het refrein en keert vóór elk refrein terug.
De bridge klinkt meestal één keer en wijkt muzikaal en tekstueel af van couplet en refrein.
Een tussenspel is een instrumentaal deel tussen twee delen van de song.
Het naspel of de coda sluit het stuk af.
In Shape of You loopt de prechorus van ongeveer 0:30 tot 0:50 en barst daarna het refrein los (gesynchroniseerde tekst van de opname). Veelgemaakte fout: bridge en tussenspel verwisselen. Een bridge heeft meestal tekst en klinkt als iets nieuws, een tussenspel is instrumentaal.
Video: Ed Sheeran: Shape of You (officiële lyric video), kanaal Ed Sheeran. Leerlingen horen de prechorus ('Girl, you know I want your love'): de spanning loopt op naar het refrein dat daarna losbarst. Vraag na: wat verwacht je dat er na dit fragment komt? Goede antwoord: het refrein.
Mengtafel in Studio 2 van Rockfield Studios bij Monmouth (Wales)
♪ VAKTHEORIE · VORM
ELEKTRONISCHE MUZIEK: OPBOUW EN DROP
In dance en elektronische pop bouwt een build up de spanning op naar een hoogtepunt.
Een riser is een stijgend geluid dat die spanning versterkt, bijvoorbeeld een oplopende ruis of synthesizer.
De drop is het moment waarop beat en bas losbarsten, vaak daar waar een song een refrein zou hebben.
Syllabus vwo: build up, drop en riser. Dit zijn vormbegrippen uit de elektronische muziek. Laat leerlingen een dancetrack uit hun eigen lijst kiezen en het moment van de drop aanwijzen. Veelgemaakte fout: de drop de intro noemen. De drop komt na de opbouw. Image credit: Steve Knight / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
Wat is de functie van een prechorus?
Het nummer netjes afsluiten
De spanning opbouwen naar het refrein
Een instrumentaal solo-deel spelen
Het refrein volledig vervangen
Goed: de prechorus bouwt op naar het refrein. De coda sluit af en een tussenspel is instrumentaal. Wie 'het refrein vervangen' kiest, verwart de prechorus met een bridge.
Vul in: onderdelen
Aan het begin hoor je de intro, een instrumentaal deel tussen twee delen heet een tussenspel en de song eindigt met het naspel.
Veelgemaakte fout: bridge invullen bij het tweede gat. Een bridge heeft meestal tekst en komt één keer voor, een tussenspel is instrumentaal.
♪ VAKTHEORIE · VORM
EEN VORMSCHEMA NOTEREN
Een vormschema laat met letters zien hoe een stuk is opgebouwd.
Een nieuw deel krijgt een nieuwe letter, een terugkerend deel krijgt dezelfde letter.
Klinkt een deel bijna gelijk met een kleine verandering, dan schrijf je een accent (A').
Intro en coda schrijf je als woord, niet als letter.
Syllabus: vormschema (letterschema zo nodig met accenten) en het volgen en noteren van een vormschema. Vwo: leerlingen noteren een schema bij een klinkend fragment en volgen een schema tijdens het luisteren. Veelgemaakte fout: elke herhaling een nieuwe letter geven.
Een liveband op een podium, Pattaya (Thailand)
♪ VAKTHEORIE · VORM
EEN SCHEMA LEZEN EN ANALYSEREN
Voorbeeld: intro, A, A', B, A, coda.
Het deel A keert drie keer terug, één keer met een kleine verandering (A').
Het deel B klinkt één keer en wijkt af: een tussenstuk met nieuw materiaal.
De letters zijn labels: je bepaalt aan de muziek wat ze betekenen.
Laat leerlingen vertellen wat A' kan zijn: een tweede couplet met een extra instrument, een andere melodie in de laatste maten, een hogere toonsoort. Veelgemaakte fout: denken dat B altijd het refrein is. Dat is het niet: de letters zijn alleen labels. Image credit: PattayaPatrol / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
♪ VAKTHEORIE · VORM
DE VRIJE VORM
Bij een vrije vorm volgt het stuk geen vast schema met terugkerende delen.
Elk deel is nieuw: het schema heeft bijna alleen nieuwe letters, bijvoorbeeld A B C D E.
Het stuk wordt bepaald door de muziek zelf, niet door een liedvorm.
Queens Bohemian Rhapsody is een bekend voorbeeld: ballade, opera, hardrock en een slot volgen elkaar op.
Syllabus vwo: vrije vorm. Bij Bohemian Rhapsody wisselen de delen van karakter (ballade, operagedeelte, hardrock, slot); er is geen couplet-refreinschema (Wikipedia, Bohemian Rhapsody). Veelgemaakte fout: denken dat een vrije vorm geen structuur heeft. Er is wel opbouw, maar geen vast terugkerend schema.
Zet op volgorde: intro A A' B A coda
Volgorde volgt het schema: intro, A, A', B, A. De coda sluit af en staat dus niet in de lijst. Fout: A met accent voor de eerste A zetten.
Een stuk heeft het schema A B C D E. Wat is dat?
Een vrije vorm: geen deel keert terug
Een rondo: elk deel is een rondorefrein
Een song: A is het couplet en E het refrein
Een vormschema met accenten
Goed: er is geen terugkerend deel, dus een vrije vorm. Wie rondo kiest, ziet niet dat een rondo een terugkerend rondorefrein heeft.
Een draaimolen: je komt steeds terug op dezelfde plek, net als bij een rondo
♪ VAKTHEORIE · VORM
HET RONDO EN HET RONDOREFREIN
Een rondo wisselt een terugkerend rondorefrein af met tussendelen (episodes).
De tussendelen contrasteren met het rondorefrein, bijvoorbeeld in karakter en toonsoort.
Bekende schema's zijn ABACA en ABACABA: A is steeds het rondorefrein.
In een song keren couplet en refrein terug, in een rondo alleen het rondorefrein na elk tussendeel.
Syllabus vwo: herkennen en analyseren van een rondo, begrippen rondo en rondorefrein. Vwo gaat verder dan havo: leerlingen herkennen niet alleen het rondorefrein, maar benoemen ook hoe de tussendelen contrasteren en volgen een schema in een klinkend voorbeeld. Veelgemaakte fout: elk deel dat twee keer klinkt een rondorefrein noemen, of elke vorm met een terugkerend deel een rondo noemen. Bij een song keren meerdere delen terug, bij een rondo gaat het om één thema met telkens een nieuw tussendeel. Image credit: Norbert Nagel / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Ludwig van Beethoven, geschilderd door Joseph Karl Stieler, 1820
♪ VAKTHEORIE · VORM
ANALYSE: BEETHOVEN, PATHÉTIQUE DEEL III
Het slotdeel van Beethovens Pathétique is een rondo met het schema ABACABA en een korte coda.
Het rondorefrein A staat in c klein en klinkt vier keer.
Tussendeel B staat in Es groot en keert later terug in C groot.
Tussendeel C staat in As groot en klinkt één keer.
Het slotdeel wordt gewoonlijk als rondo met schema ABACABA en een korte coda geanalyseerd (learnmusictheory.net, Puget Sound mt21c); Wikipedia noemt het een sonaterondo met tussendelen in Es groot, As groot en C groot. Het fragment is het begin van het rondorefrein. Laat leerlingen het schema meelezen: A B A C A B A. Veelgemaakte fout: denken dat B geen tussendeel is omdat het terugkeert. B is een tussendeel; alleen A keert na elk tussendeel terug. Image credit: Joseph Karl Stieler / Wikimedia Commons, publiek domein
Video: Beethoven: Pianosonate nr. 8 Pathétique, deel III Rondo, Fabian Müller (kanaal Deutsche Grammophon). Leerlingen horen het begin van het slotdeel: het rondorefrein, een snel, vurig thema in c klein. Dit thema keert in het stuk meerdere keren terug. Vraag na: wat verwacht je dat er na dit thema gebeurt? Goede antwoord: een contrasterend tussendeel, daarna keert het thema terug.
In het schema ABACABA: welke bewering klopt?
B is het rondorefrein, want het keert ook terug
C is het rondorefrein, want het klinkt maar één keer
A is het rondorefrein; B klinkt twee keer als tussendeel
A en B zijn allebei rondorefrein
Goed: A keert na elk tussendeel terug en is het rondorefrein. B klinkt twee keer, maar wordt steeds door A gevolgd en is dus een tussendeel. Wie B kiest, kijkt alleen naar herhaling.
Vul in: het rondo
Een rondo heeft een terugkerend rondorefrein en daartussen klinken verschillende tussendelen.
Veelgemaakte fout: couplet invullen bij het tweede gat. Een couplet hoort bij een song, het rondorefrein bij een rondo.
Wat vond je het lastigst?
De onderdelen van een song herkennen
Build up, drop en riser uit elkaar houden
Een vormschema noteren of lezen
Een rondo analyseren
Gebruik de uitslag om te bepalen waar je in de examentraining extra aandacht aan besteedt.
Kies een nummer en schrijf het vormschema op.
Laat leerlingen hun schema vergelijken met dat van een klasgenoot: komen ze op dezelfde letters uit? Let op intro, coda en een eventuele bridge.
♪ VAKTHEORIE · VORM
BEGRIPPEN (1/2)
couplet/verse: deel van een song dat terugkeert met steeds een andere tekst
refrein/chorus: deel dat terugkeert met dezelfde tekst en melodie
prechorus: opbouw naar het refrein toe
bridge: tussenstuk dat muzikaal en tekstueel afwijkt van couplet en refrein
intro en naspel/coda: inleiding of voorspel aan het begin, naspel aan het slot
This item has no instructions
♪ VAKTHEORIE · VORM
BEGRIPPEN (2/2)
tussenspel: instrumentaal deel tussen twee delen
vormschema: opbouw van een stuk in letters, zo nodig met accenten (A')
rondo en rondorefrein: vorm met een terugkerend rondorefrein en verschillende tussendelen
build up, drop en riser: opbouw naar een hoogtepunt, het losbarsten van beat en bas, en het stijgende geluid daartussen
vrije vorm: stuk zonder vast schema met terugkerende delen
This item has no instructions